nieuws

De zenuwen van een rechtgeaard socialist

bouwbreed

Halverwege de tachtiger jaren werd aan een VVD-kamerlid de vraag gesteld wat hij dacht van de laatste trend binnen de PvdA, het ‘nieuw realisme’. Het antwoord luidde: “Heel interessant. Zij hebben veel ideeen, die tien jaar geleden ook al bij de VVD leefden”. Dit grapje past perfect op de nieuwste plannen van de PvdA voor het eigenwoningbezit.

n 1974 lanceerde de VVD het boekje ‘Baas in eigen huis’. Daarin stonden acht voorstellen, die een eigen huis voor eenieder bereikbaar zouden maken, met name voor de lagere inkomens. Inmiddels zijn bijna alle voorstellen in praktijk gebracht.

Bijna, want een kooprecht voor bewoners van sociale huurwoningen is nooit gerealiseerd. Dat heeft overigens maar een haar gescheeld. In het regeerakkoord van het kabinet Van Agt-Wiegel uit 1978 stond dit kooprecht zwart op wit. Staatssecretaris Brokx voelde er echter weinig voor om dit punt ook werkelijk uit te voeren.

Kooprecht

In 1988 pakte de VVD de draad opnieuw op. In de brochure ‘Werk uit woningen’ werd voorgesteld om aan huurders met een jaarinkomen beneden f. 51.000 na vijf jaar het recht te geven, hun sociale huurwoning te kopen. De woningcorporaties mochten uiteraard de volledige winst behouden en die naar eigen inzicht besteden in het belang van de volkshuisvesting. Ook voor de koper kon het aantrekkelijk zijn, want hij zou de woning mogen kopen voor twee derde van de marktwaarde, leeg opgeleverd. Om praktische redenen gold het kooprecht niet voor flats en woningen met een negatief dkp-vermogen. (dkp= dynamische kostprijs). Indien op deze basis zo’n 20.000 woningen per jaar zouden worden gekocht door de huurders, zou na tien jaar nog slechts een negende van alle sociale huurwoningen zijn overgedragen (en ongeveer een kwart van het aantrekkelijkste deel daarvan). Niettemin zouden de afgeloste leningen het rijk toch nog zo’n 500 miljoen gulden per jaar bezorgen, waarmee allerlei nuttige infrastructurele werken konden worden gefinancierd.

Politieke verrassing

Het plan van Duivesteijn en Van der Ploeg is dus bepaald niet nieuw. De verrassing zit dan ook niet zozeer in het plan zelf dan wel in het feit, dat nu juist de PvdA ermee komt. Dat heeft natuurlijk een politieke oorzaak. Met de bruteringsoperatie achter de rug en het nieuwe, marktgerichte denken is een geheel nieuwe situatie ontstaan in de volkshuisvesting.

Waar vroeger ruim de helft van de nieuwbouw uit sociale huurwoningen bestond, is dit nu nog maar een vijfde. De woningcorporaties blijven zich wel degelijk bewust van hun sociale taak, maar gaan steeds bedrijfsmatiger denken. Zij zien nu hoe langer hoe meer de voordelen van het verkopen van delen van hun woningbestand. Op die manier wordt binnen onze voorraad van ruim 6 miljoen huizen het aandeel eigen woningen in rap tempo groter en het aandeel huurwoningen navenant kleiner. Wat de VVD wilde bereiken met wettelijke maatregelen, blijkt zich nu vanzelf te ontwikkelen. Daar wordt een rechtgeaard socialist knap zenuwachtig van!

Zijn de huidige ontwikkelingen nu werkelijk zo bedreigend voor de lagere inkomensgroepen als Duivesteijn en Van der Ploeg ons willen doen geloven? Vast en zeker niet. Nederland behoort zo’n beetje tot de rijkste landen ter wereld, maar het aandeel eigen woningen beslaat nog minder dan de helft van het totale aantal huizen.

Wat dat betreft liggen wij achter bij alle andere West-Europese landen. Bij de meesten ligt het eigen huizenbezit zo’n beetje op 65 procent van de woningvoorraad en in Ierland, Spanje en Griekenland is zelfs bijna 80 procent woningeigenaar. Blijkbaar kan de toename van het eigen woningbezit nog een heel eind doorgaan zonder dat sprake is van sociaal ongewenste toestanden. Verder neemt de kwaliteit van ons huurwoningbestand nog steeds toe en staat het systeem van individuele huursubsidie borg voor betaalbare huisvesting.

Nu een meerderheid

Iets heel anders is dat de beide kamerleden er terecht op wijzen dat er nauwelijks nog mogelijkheden zijn voor mensen met een bescheiden inkomen om een huis te kopen. Bevordering van het eigen woningbezit, ook de voor lagere inkomens, is een ideaal dat van oudsher in liberale en christen-democratische kringen leeft.

Als de PvdA zich nu ook bij dat gezelschap aansluit, is er een brede politieke meerderheid om te bevorderen dat de individuele huursubsidie naar keuze ook mag worden ingezet om lagere inkomensgroepen aan een eigen huis te helpen in plaats van aan een huurhuis – precies zoals de VVD dat al in 1974 bepleit heeft.

Niet uit zenuwachtigheid over de ontwikkelingen in de volkshuisvesting, maar gewoon vanuit een politiek ideaal zou met de huidige financiele middelen dus veel meer gedaan ke worden aan bevordering van het eigen woningbezit voor beneden-modale inkomensgroepen.

Weg met rimram

Maar dan moeten wij een hoop overbodige rimram uit de nota van Duivesteijn en Van der Ploeg gewoon vergeten. Cooperatieve verenigingen van woningeigenaren, bijvoorbeeld, zijn voor dat proces helemaal niet nodig. Het zal trouwens niet zo vaak voorkomen dat in een complex vele huurders min of meer tegelijk ertoe besluiten om hun woning te kopen. In de praktijk vindt zo’n ontwikkeling druppelsgewijze plaats, gespreid over een aantal jaren. Dat alleen al bemoeilijkt de oprichting van dergelijke cooperaties.

Waarom zo moeilijk doen? In de landen om ons heen zijn al die mensen toch ook gewoon eigenaar-bewoner, zonder al die poespas? Evenmin onderkent de nota voldoende de problemen, die bij flats zullen optreden. Verder staan er nog een aantal regulerende voorstellen in de nota, die wij ke missen als kiespijn.

Een ander punt: het is verheugend, dat nu ook binnen de PvdA wordt ingezien hoe onredelijk de overdrachtsbelasting eigenlijk wel is. Maar om alleen de nieuwe doelgroep daarvan vrij te stellen, leidt tot fiscale willekeur.

Signaal

En als het erom gaat, toekomstige woningbezitters te coachen zodat zij goed beslagen ten ijs komen en zich niet laten verrassen door alle perikelen, die het bezit van een eigen huis met zich brengt, kan die taak uitstekend worden overgelaten aan de Vereniging Eigen Huis. Dat is een betere oplossing dan al dat patriarchale gedoe. Je vraagt je trouwens af of het PvdA-voorstel wel aantrekkelijk genoeg is voor de huurders om er op in te gaan.

Kortom, als de PvdA-nota niet al te letterlijk wordt opgenomen, maar wordt opgevat als een signaal dat bij die partij het denken over het eigen woningbezit in beweging is, biedt zij interessante perspectieven voor een politieke dialoog.

*) Ing. L.M. de Beer is lid van de Eerste Kamer voor de VVD

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels