nieuws

Nederlandse bouw kan volgend jaar een lichte stijging tegemoet zien

bouwbreed

Voor de Nederlandse bouw ligt volgend jaar een stijging van 0,9 procent in het verschiet. Alle sectoren dragen bij aan deze groei. Dit geldt ook voor de woningnieuwbouw die dit jaar nog met drie procent krimpt. Nederlandse bouwers in het buitenland boeken slechts 8 procent van hun omzet over de grens. Internationaal gezien evenwel nog een vrij goed resultaat.

Door de toename van Europese aanbestedingen van overheidswerk en door internationalisatie van opdrachtgevers zal dit aandeel in de komende tijd groeien.

Directeur prof. drs. A. Buur van het EIB rekende op een bijeenkomst in Amsterdam voor dat de Nederlandse woningnieuwbouw dit jaar in totaal met 3,6 procent daalt om volgend jaar met 0,5 procent te stijgen. De particuliere utiliteitsbouw neemt dit jaar met 2,3 procent toe en volgend jaar nog eens met 0,7 procent. De openbare utiliteitsbouw daalt dit jaar met 2 procent en blijft in 1997 op het dan bereikte niveau staan. De GWW boekt dit jaar 1 procent meer werk en volgend jaar 1,4 procent meer. Renovatie en onderhoud nemen dit en volgend jaar met 2 procent toe. Vergeleken met Duitsland zijn dit bemoedigende cijfers. Dit jaar moet de Duitse bouw met een daling van 2,5 procent rekenen en volgend jaar met een afname van 2,1 procent.

Renovatie

De grootste daling doet zich voor in de nieuwbouw van woningen. Dit jaar vermindert het aantal poen hier met 5,7 procent en volgend jaar met 7 procent. De openbare utiliteitsbouw neemt dit jaar met 3,1 procent af maar groeit volgend jaar met 0,7 procent. Renovatie en onderhoud stijgen dit jaar met 0,8 procent en in 1997 met 1,3 procent.

Ook in andere landen levert de sector renovatie en onderhoud een niet onaanzienlijke bijdrage aan de activiteiten in de bouw. J. Cannon van het Britse Construction Forecast en Research noemde het om die reden opmerkelijk dat naar de gang van zaken in deze tak van bouw nauwelijks onderzoek plaats vindt. Over het geheel genomen dragen deze werken ongeveer eenvijfde bij aan de totale portefeuille.

De gemiddelde groei in de ‘grote bouwlanden’ Duitsland, Groot-Brittannie, Frankrijk, Spanje en Italie beloopt jaarlijks 2,5 tot 3 procent. Elk jaar neemt het aantal gebouwen dat renovatie en onderhoud vergt met ruim 1 procent toe. De kenmerken van dergelijke poen zijn doorgaans echter weinig spectaculair waardoor ze ook minder belangstelling opwekken.

Subsidies

In het geval van Nederland bepaalt het aantal opleveringen in de woningnieuwbouw de mate van renovatie en onderhoud. Bewoners van nieuwe woningen laten een bestaande achter die vervolgens wordt opgeknapt. Het aantal subsidies voor deze werken neemt volgens O. Vries van het EIB evenwel af. Daarbij verminderen corporaties hun uitgaven tot ze meer zicht krijgen op hun nieuwe financiele situatie. Mede daardoor valt dit jaar weinig groei te verwachten in de sector renovatie en onderhoud.

Voor volgend jaar moet met een stijging van hooguit 1 procent worden gerekend. De aanpak van de bestaande particuliere en openbare utiliteitsgebouwen neemt dit en volgend jaar met 3 procent toe. In het verlengde van het economische herstel gaan beheerders van vastgoed er steeds meer toe over hun bestand aan te passen aan de huidige eisen. De sterke concurrentie in de winkelsector veroorzaakt eveneens een toename in het aantal verbouwingen.

De Nederlandse bouw boekt volgens Buur nog steeds goede resultaten op de buitenlandse markt. Dit beeld komt vooral voort uit baggerwerken en waterbouw. De concurrentiekracht van de Nederlandse aannemers kan de vergelijking met bedrijven uit enkele Europese landen, de Verenigde Staten en Japan redelijk tot goed doorstaan.

Kwaliteit

Goed is bijvoorbeeld de verhouding tussen prijs en kwaliteit. De loonkosten zijn niet buitengewoon hoog terwijl de prijs van het gebruikte materiaal in vergelijking zelfs laag is. De geboden kwaliteit is het gevolg van redelijk hoog geschoold personeel en forse investeringen in onderzoek en ontwikkeling.

De specialisatie in hoogtechnologische activiteiten als baggeren en de resultaten die enkele grote bedrijven boeken versterken de goede positie van de Nederlandse bouw over de grens. Het hoogst staat in internationaal verband de Japanse bouw genoteerd. Het enige nadeel is de hoogte van de loonkosten. De financiele regelingen die de Japanse aannemers ke aanbieden compenseren deze tekortkoming echter geheel.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels