nieuws

VROM ziet nog brood in stedelijke knooppunten

bouwbreed

Het ministerie van VROM gaat door met het stedelijk knooppunten-beleid. Op dit moment is het nog te vroeg om te beoordelen of gesproken kan worden van een geslaagd initiatief. Er zjn zowel positieve als negatieve ervaringen mee opgedaan.

Dat blijkt uit de Voortgangsrapportage stedelijk knooppuntenbeleid van de Rijksplanologische Dienst, die minister De Boer gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Sinds 1991 beschikt ons land over 13 stedelijke knooppunten: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven, Arnhem/Nijmegen, Enschede/Hengelo, Groningen, Leeuwarden, Zwolle, Maastricht/Heerlen, Breda en Tilburg. Deze worden door het rijk ondersteund bij de verbetering van het vestigingsklimaat ter plaatse, bijvoorbeeld door bundeling van stedelijke voorzieningen, aanleg en verbetering van infrastructuur en openbaar vervoer en de ontwikkeling van bedrijfslocaties.

Inmiddels zijn we vijf jaar verder, en kan een tussenbalans worden opgemaakt. Daaruit blijkt dat er zowel positieve als negatieve ervaringen mee zijn opgedaan.

Positief is dat er veel geld naar de knooppunten is gegaan. Zo zijn uit de extra aardgasbaten f. 179 miljoen en uit de werkgelegenheidsimpuls van 1994 f. 500 miljoen besteed aan stedelijke knooppunten en hun regio’s. Verder is ook het budget voor het bedrijfsomgevingsbeleid van f. 207 miljoen (’92-’95) ingezet voor de knooppunten. Er wordt ook veel gebouwd in de knooppunten, zowel op binnenstedelijk locaties als aan de zogeheten sleutelpoen, wat staat voor ambitieus vormgegeven stedelijke herinrichtingspoen. Ook infrastructureel worden de nodige verbeteringen doorgevoerd.

Negatief wordt geoordeeld over de financiele en bestuurlijke kant van de zaak. Onduidelijk is wie wat waarvoor moet of zal gaan betalen, bijsturing van de financiele bijdrage is vrijwel onmogelijk, er is een gebrek aan investeringsstimulerende maatregelen en er wordt onvoldoende prioriteit gegeven aan bodemsanering en infrastructuur. Op het bestuurlijk vlak wordt kritiek geuit op de vertraging van de bestuurlijke vernieuwing.

VROM zelf betwijfelt ook of de inspanningen voldoende zijn om de internationale concurrentie aan te gaan. “De vraag kan gesteld worden of de ambities van de knoopunten voldoende gewicht in de schaal leggen.”

Desondanks zal het ministerie verder gaan op de ingeslagen weg. Waarbij overigens wel wordt opgemerkt dat meer nadruk zal worden gelegd op de relatie tussen de knooppunten en de regio’s waartoe zij behoren. Bovendien komt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering ervan nog sterker dan voorheen bij de knooppunten zelf te liggen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels