nieuws

Kous maakt bestaande shuntkanalen bruikbaar

bouwbreed

Itho heeft het Renoshunt-flex-systeem op de markt her-geintroduceerd. Het betreft een kous van geotextiel of naaldvilt en een polyethyleen afdichting, die in bestaande luchtkanalen wordt neergelaten en opgeblazen, waarna het oude Shuntkanaal weer optimaal kan dienen als mechanisch ventilatiekanaal.

Het is eigenlijk een voortborduren op bestaande systemen, waarbij het einddoel, namelijk bestaande ‘Shunt’kanalen weer voor lange tijd geschikt te maken voor ventilatie door deze blijvend goed luchtdicht te maken, moet worden bereikt.

Het Renoshunt-flex-systeem is door Itho BV te Schiedam in samenwerking met Heymans Speciale Technieken te Rosmalen ontwikkeld.

De Renoshunt-flex bestaat uit een op de lengte van het Shunt hoofdkanaal gefabriceerde kous gemaakt van geotextiel (naaldvilt). Deze kous is inwendig voorzien van een luchtdichte polyethyleen (PE) coating. De buitenzijde van de kous wordt op het werk geimpregneerd met een 2 componentenhars. De uithardingstijd is door de keuze van de componenten nauwkeurig bepaald en afgestemd op de verwerkingstijd, doch afhankelijk van weersomstandigheden. Na het impregneren van de kous wordt hij voorzien van een kunststof beschermfolie. Vervolgens wordt de kous in het shuntkanaal neergelaten. Door middel van een compressor wordt hij zodanig opgeblazen, dat de voering zich geheel naar de vorm van het shuntkanaal voegt en uithardt.

Gaten geboord

In de te ventileren ruimten, douche, toilet en keuken worden vanuit die ruimten door de wand gaten geboord in de bouwkundige schacht van het Shuntkanaal. Hierop worden speciaal daarvoor ontwikkelde aansluitingen aangebracht, zodat volgens Itho een luchtdichte aansluiting is gewaarborgd. Hierop is dan het ventilatiesysteem aan te sluiten, hetzij een collectief ventilatiesysteem hetzij een individueel te regelen mechanisch ventilatiesysteem, afhankelijk van de bestaande situatie en de wensen die leven.

Aan het ontwikkelen van dit Itho-Renoshunt-flex-systeem is een grondig onderzoek vooraf gegaan. Het werd geinitieerd door Novem in 1991 met een onderzoek naar de bruikbaarheid van Shunt-kanalen voor de verbetering van de ventilatie in flatwoningen. Daartoe is een werkgroep gevormd door Novem BV, Buro Bouwhulp, Itho BV, het NCIV (Nederlands Christelijk Instituut voor de Volkshuisvesting) en Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs BV.

De conclusie van de werkgroep was, dat de Shuntkanalen gebruikt ke worden voor mechanische afzuiging mits wordt voldaan aan een bepaalde mate van lekdichtheid. Deze luchtlekkage mag 75% bedragen maar dient bij voorkeur onder de 20% te liggen. Dat toch zo’n hoog lekpercentage is toegestaan, heeft te maken met de afweging van het gebruik dat nog van de kanalen kan worden gemaakt en investeringskosten ter verbetering van de kanalen.

In principe geschikt

De voor natuurlijke ventilatie gemaakte Shuntkanalen zijn volgens Itho in principe ongeschikt om te worden toegepast voor een collectief mechanisch ventilatiesysteem, waarbij een gemiddelde werkdruk van 100 Pa en hoger wordt aangehouden. Uitvoerige metingen hebben aangetoond, dat niet alleen door uitvoeringsfouten, maar ook door poreusheid van het materiaal maximale luchtlekkages ke voorkomen van 75 tot 150 m3 lucht per uur per woonverdieping. Dat betekent energieverlies door verhoogd gasverbruik en elektriciteitsverlies doordat voor een grotere ventilator voor de afzuiging moet worden gekozen, om de lekkage te ‘overtroeven’. Bij het toepassen van het Itho Renoshunt-flex-systeem resteert slechts een kanaallekkage van ongeveer 6% bij een onderdruk van 100 Pa.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels