nieuws

De stadsuitbreidingen van Van Gendt

bouwbreed

Veranderingen in militaire opvattingen hoe het land verdedigd moest worden, zijn de vorige eeuw bepalend geweest voor de ontwikkeling van de stedebouw in Nederland. Er werd niet langer vertrouwd op het verdedigen van afzonderlijke steden; voortaan moesten waterlinies in een keer hele streken tegelijk veiligstellen. Dat betekende dat de muren en bolwerken om de steden hun functie verloren.

En het ging de vorige eeuw daarmee, zoals nu met overbodige raketten en kanonnen: ze werden vernietigd. Om de geslechte vestingen te voorzien van stedebouwkundige plannen nam het Rijk architect F.W. van Gendt in dienst – de oudere broer van de ontwerper van het Amsterdamse Concertgebouw en de Stadsschouwburg A.L. van Gendt. Diens plannen voor twaalf steden zijn gebundeld in ‘Doorbroken barrieres – Architect A.F. van Gendt en de negentiende eeuwse stadsuitbreidingen’.

Het is onbeschrijfelijk hoeveel toen is vernietigd aan stadsmuren, stadspoorten en verdedigingswerken die nu als uniek zouden worden gekoesterd. Het ging om de meest prachtige verdedigingswerken, in oppervlakte vaak even omvangrijk als de steden die ze moesten beschermen.

De verandering in verdediging viel samen met de opkomst van de spoorwegen en – bij sommige, lang niet alle steden – een tijd van economische en demografische expansie. Steden als Maastricht, Nijmegen, Zutphen en Groningen drongen er al langer op aan bevrijd te worden van het keurslijf dat de vestingwerken geworden waren.

Arme steden – voor 1814 moesten ze de verdedigingswerken zelf bekostigen, toen om niet overdragen aan het Rijk, en vanaf 1867 aan het Rijk betalen als ze ze terug wilden hebben. Driedubbel financieel uitgekleed dus.

De vraag was natuurlijk hoeveel oude vestingwerken waard zijn. Om die waarde te bepalen maakte het Rijk zelf plannen voor egalisering, dempen van water en aanleg van stadswijken. En daarvoor werd architect Van Gendt in dienst genomen. Ook hier was het Rijk niet scheutig: hij kreeg een tijdelijke aanstelling die elk jaar moest worden verlengd, en dat ging meer dan dertig jaar lang zo door, van 1868 tot 1900.

Voor twaalf steden heeft Van Gendt plannen gemaakt, soms in overleg met de betreffende stadsarchitect. Het is een operatie geweest die niet onderdoet voor wat nu Vinex heet. Voor het vak stedebouw in Nederland was het een belangrijke periode.

De architectuurhistorica Isja Finaly, heeft gedurende een postdoctorale opleiding aan de TU-Delft en daarna met subsidie van het Stimuleringsfonds voor Architectuur, het werk van Van Gendt op een rijtje gezet. De in het boek verzamelde serie kaarten van voor en na de slechting van de vestingwerken maakt de omvang en kwaliteit van diens werk inzichtelijk. Bij elke stad geeft Finaly kort de zakelijke wederwaardigheden; in een kort inleidend hoofdstuk beschrijft zij het rijksbeleid en de figuur Van Gendt.

Haar conclusie is dat Van Gendts plannen vooruistrevend waren, omdat hij de indeling van kavels koppelde aan functies. Toen na de Woningwet van 1901 het maken van uitbreidingsplannen verplicht werd, gaf men daarin alleen het stratenbeloop en de woonbestemming aan; pas later werden ook industrieterreinen en bijzondere bestemmingen aangegeven.

Tom Maas

I. Finaly: ‘Doorbroken barrieres’. Uitg. Thoth, Bussum 1996, 24×24 cm, 111 blz, f. 44,50. ISBN 90.6868.137.0

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels