nieuws

Duurzame bouw levert geen problemen op

bouwbreed

“Het is geen vooropgezet plan geweest om onze milieumaatregelen voor de woningbouw gelijktijdig met het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen uit te brengen. Het had eerder moeten gebeuren maar de voorbereidingen duurden langer dan gedacht. De twee pakketten zullen elkaar niet bijten maar aanvullen.”

Dat stellen algemeen directeur mr. G. Slokker en adjunct-directeur G. ter Beek van de Slokker Vastgoed Groep uit Huizen in een gesprek met deze krant. “Beide pakketten tonen op wetenschappelijk gecontroleerde wijze aan dat duurzaam bouwen in de praktijk niet tot onoverkomelijke problemen leidt.”

“In 1981 bouwden we de energiezuinige woning die ook als milieubewust kan worden aangemerkt omdat die de stookkosten nagenoeg halveerde”, zegt Ter Beek.

“Mede daardoor kreeg die woning een aanzienlijke belangstelling. Enige tijd nadien onderzocht het bureau BEAR de milieu-aspecten van ons bouwproces. Aan de hand van deze bevindingen verbeterden we die kenmerken zonder dat daarmee al teveel kosten waren gemoeid. Daarmee gaven we de eerste aanzet tot een beter materiaalgebruik. In de tijd die daarop volgde verschenen er allerlei gemeentelijke voorkeurslijsten die aangaven op welke manier woningbouw zou moeten plaatsvinden. Daar hebben wij ons nogal aan geergerd want het ene bleek niet zelden in tegenspraak met het andere.

Met het NIBE dat die lijsten opstelde begonnen we een gesprek over de wenselijkheid van materiaalclassificaties. Daaruit bleek dat een systeem dat alleen voor Slokker bedoeld was geen landelijke invoering zou krijgen. Om die bredere basis tot stand te brengen namen we contact op met de SEV die veel waardering voor het initiatief had.”

Classificatie

“Met dat in gedachten begonnen we met de classificatie, iets wat hooguit een paar maanden in beslag zou nemen”, gaat Ter Beek verder. “Dachten we, want uiteindelijk bleek het zo’n twee jaar te duren. De resultaten legden we voor aan de SEV en aan de bureaus BOOM en WoonEnergie. Die moesten de bevindingen soms pragmatisch interpreteren omdat niet van alle materialen LCA’s zijn gemaakt. Voor de SEV hield die aanpak een zeker risico in omdat ze een beslissing moesten nemen op basis van beperkte informatie.

Het ging bij die beoordeling niet alleen over de soorten materiaal maar ook om de hoeveelheden die in een woning worden gebruikt. Zo kun je je druk maken over een hardhouten plint. Maar als je de detailleringen niet goed maakt en je moet die tekortkomingen met een grote massa PUR-schuim corrigeren dan veroorzaak je een veel groter milieubederf. En zo kom je in het hele bouwproces dingen tegen waarvan je denkt ‘is dat niet beter te doen’?”

“Aanvankelijk wilden we ook het stedebouwkundige aspect beoordelen maar zagen daarvan af omdat zoiets meer de verantwoordelijkheid van de gemeente is”, vult Slokker aan. “Als een aannemer opdracht krijgt om onder een hoogspanningsleiding te bouwen dan zal het ook op die manier moeten gebeuren. Inmiddels draait de experimentele classificatie in dertien gemeenten die voor de implementatie steun krijgen van adviesbureaus. Een ‘rapportcijfer’ geeft inzicht in de mate van milieubewustheid.

De standaard-referentiewoning komt in dat opzicht niet verder dan een vier. Aan de hand van de classificaties loopt dat cijfer op tot een vijf. De gemeenten willen evenwel minstens op een zeven uitkomen. Dat zorgt voor een forse stimulans. Daar moet je als ontwikkelaar ook het nodige aan doen en voor je eigen poen minimumeisen opstellen.”

Basiskwaliteit

“Die voorzien in een basiskwaliteit die voor alle woningen gelijk is”, zegt Slokker. “Daarmee onderscheid je je van de concurrentie. Ons pakket rijdt het Nationaal Pakket niet in de wielen en omgekeerd gebeurt dat ook niet. Beide pakketten ondersteunen elkaar waarbij het nationale pakket aantoonbaar op een praktisch uitvoerbaar niveau ligt. Vervolgens bevestigt een marktpartij die stelling en voegt daar aan toe dat de eigen aanpak boven die minimumeisen uitkomt. Het bewijs daarvoor leveren eerder gebouwde woningen.

Je moet bij dat alles uitgaan van voorzieningen die je in elk standaardpo kunt toepassen, de kern van het basispakket. Als aanvulling daarop kun je in samenspraak met een gemeente extra maatregelen kiezen. Bij de gemeenten leeft deze aanpak wel. Je moet echter ook de consument vertrouwd maken met duurzame bouw. Die is daar ook wel voor te vinden, mits het niet meer kost. Je moet de consument ook laten kiezen uit een pakket milieusparende maatregelen en voorzieningen voor onder meer een hoger comfort. Op die manier worden de maatregelen uit wat nu een pluspakket heet gewoon en kun je in dat pakket later andere dingen opnemen.”

“Met deze uitbouw geef je de consument meer gelegenheid te kiezen, iets wat voorheen niet kon, weet Ter Beek. “Het pluspakket dat in overleg met de gemeente wordt vastgesteld kost – 1500 tot – 2500 extra en kan afhankelijk van wat men wil, oplopen tot zo’n – 6000. De hoeveelheid moet de maatregelen in bijvoorbeeld de premie A-woningen compenseren. Dat gebeurt door geintegreerd ontwerpen en ontwikkelen van een plan.

Het basispakket moet je ook in de premiebouw ke realiseren. Het gemak waarmee dat lukt hangt weer van de pogrootte af. De kosten van advisering komen voor rekening van de bedrijfsvoering en kun je niet al met het eerste po volledig verrekenen. Daar komt bij dat we ons al enige jaren met ‘het milieu’ bezighouden en daar overeenkomstig in investeerden.”

Opties

“In ons geval kan de consument kiezen voor opties die eerder alleen mogelijk waren als er een fors bedrag werd betaald”, vindt Slokker.

“Te denken valt aan extra energiebesparende voorzieningen, een centrale stofzuiger of een netvrije schakelaar. In het verlengde daarvan neemt de bewustwording van de consument toe wat er voor zorgt dat men op een gegeven moment zelf om bepaalde voorzieningen vraagt, waardoor de bouw ook een grotere aandacht voor het milieu aan de dag legt. De gemeenten ke zich er ondertussen op verlaten dat de waarde van het nationale en ons basispakket wetenschappelijk vast staat zodat ze niet meer zelf voorkeurlijsten hoeven opstellen. Niet in de laatste plaats stimuleert de milieuclassificatie fabrikanten tot het maken van LCA’s van hun producten.

Kortom, over de hele breedte wordt meer nagedacht en gewerkt aan verbeteringen. Als je afgaat op de mededelingen van de bedrijfstakorganisaties in de bouw dan stelt het nationale pakket de aannemers voor grote problemen. Zeker de kleinere aannemers zullen zich achter het oor krabben en zich afvragen ‘hoe moet ik dit doen?’ Maar wacht je op het moment dat iedereen met de nieuwe gang van zaken uit de voeten kan dan kom je nooit vooruit.

Nu zal het met die voorspelde moeilijkheden niet zo’n vaart lopen. Het basispakket is praktisch uitvoerbaar en brengt een grotere uniformiteit teweeg en daar heeft iedereen voordeel van.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels