nieuws

Belgische bouw profiteert niet van lastenverlaging

bouwbreed

De Nationale Confederatie van het Bouwbedrijf (NCB) in Belgie is niet te spreken over het ‘Toekomstcontract voor de werkgelegenheid’ waarover de regering-Dehaene en de sociale partners een ontwerp-akkoord hebben bereikt dat nog formeel door hun achterban moet worden goedgekeurd. Doel van dit Toekomstcontract is het halveren van de hoge werkloosheid in Belgie rond begin volgende eeuw.

De aannemersbond noemt het Toekomstcontract onverantwoord en sociaal onrechtvaardig omdat het de bouw, de grootste werkverschaffer in het land, volkomen in de kou laat staan, aldus Freddy Feys, een van de topbazen van de NCB. De aannemers pikken het niet dat de bouw andermaal wordt uitgesloten van een lastenverlaging (de zogeheten Maribel-operatie) van f. 825 miljoen voor exportbedrijven in de bewerkende en verwerkende industrie, de landbouw en het transport.

Actie?

In de Belgische pers waren berichten verschenen dat de NCB zich akkoord had verklaard om buiten deze lastenverlaging te blijven en dat de vut-leeftijd tot 55 jaar zou worden verlaagd. Deze berichten waren de wereld ingestuurd door voorzitter Michel Nollet van de socialistische vakbond (ABVV). “Wij hebben tijdens de onderhandelingen geen moment ingestemd met de uitsluiting van de bouwsector voor wat betreft de lastenverlaging”, aldus de NCB-topman.

De aannemersbond is nu van plan om binnen het Verbod van Belgische Ondernemingen (VBO), de tegenhanger van het VNO in Nederland, actie te gaan ondernemen. Dat gebeurt al vandaag tijdens de raad van bestuur van het VBO waar het Toekomstcontract voor de werkgelegenheid moet worden goedgekeurd.

De NCB vertegenwoordigt 14.000 bouwbedrijven en levert daarmee de helft van alle bedrijven die het VBO vertegenwoordigt. Ze kan daarmee grote invloed uitoefenen binnen het VBO. Als er niet naar het protest van de aannemers wordt geluisterd, dreigt de NCB het VBO de rug toe te keren. In ieder geval zal de NCB binnen het VBO tegen het Toekomstcontract stemmen.

Overcapaciteit

Uitbreiding van lastenverlaging tot de bouw zou de Belgische schatkist f. 165 miljoen kosten. Dat geld zegt premier Dehaene niet op de staatsbegroting te ke uittrekken.

Feys waarschuwt ook dat ondanks een toename van het aantal banen in de bouw in 1995, alles erop wijst dat de daling van het aantal arbeiders zal aanhouden en zelfs nog zal toenemen. De bouwbedrijven proberen immers door ontslagen de arbeidskosten te drukken.

Produtiviteitswinst staat voorop. Daar bovenop heeft de bouwsector te kampen met overcapaciteit die in drie jaar tijd tot een stijging van het aantal faillissementen heeft geleid met 69 procent.

De NCB-topman waarschuwt dat als de bouw uitgesloten blijft van een lastenverlaging, er geen enkele ruimte zal zijn om de werkgelegenheid in de bouw te verhogen. Volgens Feys hebben de bouwbedrijven in Belgie het al moeilijk genoeg. In 1992, 1993 en 1994 gingen 16.000 banen verloren. Vorig jaar kwamen er weer een duizendtal nieuwe banen bij. Nu telt de sector 230.000 banen, de zelfstandigen meegeteld.

Momenteel zit volgens de statistieken meer dan een half miljoen Belgen zonder werk. Dat cijfer klopt niet met de werkelijkheid want alle werklozen boven de vijftig jaar, werklozen die om de een of andere reden geen werklozensteun krijgen en nog enkele andere categorieen van mensen zonder werk zijn uit de statistieken geschrapt zodat het echte werkloosheidscijfer

veel hoger is en waarschijnlijk tussen de 700.000 en 800.000 ligt.

Loonstop

Over het Toekomstcontract voor de werkgelegenheid heeft de regering-Dehaene bijna vier maanden met de sociale partners onderhandeld gedurende zeven onderhandelingsrondes. Centraal in het bereikte akkoord staat de afspraak dat de lonen in Belgie vanaf 1 januari 1997 niet meer mogen stijgen dan die in de drie buurlanden Nederland, Duitsland en Frankrijk die zowel de belangrijkste handelspartners als concurrenten zijn.

Dit jaar geldt in Belgie nog een loonstop. De automatische prijscompensatie (loonindexering) blijft behouden maar er komt een prijsmechanisme dat in werking treedt als de loonstijging te hoog dreigt te worden in vergelijking met die van genoemde buurlanden.

Tot de genomen maatregelen behoren verder een vervroeging van de vut-leeftijd, bevordering van in deeltijd werken en loopbaanonderbreking in ruil voor indienstneming van een vervangende arbeidskracht.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels