nieuws

Wethouder Herman Meijer van Rotterdam: ‘Brutering heeft gezorgd voor rare patstelling’

bouwbreed

Het botert niet echt meer tussen de corporaties in Rotterdam en de verantwoordelijke wethouder Herman Meijer. De inmiddels verzelfstandigde corporaties vinden dat de wethouder zich teveel mengt in hun activiteiten. Zij zien liever een gemeente die hen vrij laat en bouwgronden beschikbaar stelt. Inmiddels is het duidelijk dat bij een ongewijzigd beleid de woningbouwtaak niet wordt gehaald. Er dreigt woningtekort. Een gesprek met wethouder Meijer die zegt tussen twee vuren te zitten.

In ruim twee jaar is voor de GroenLinks-wethouder van Volkshuisvesting veel veranderd. De gevolgen van de brutering komen nu in volle omvang aan het licht, de stadsprovincie zal er niet komen en het rommelt in het college. Over dat laatste gaat het gesprek niet maar het speelt zeker mee, omdat in het verleden de volkshuisvesting een collegebreed gedragen onderwerp was. Zelfs uit het buitenland kwamen bestuurders kijken hoe hier de woningbouw, met name de stadsvernieuwing, werd aangepakt.

Bij aanvang als wethouder gaf Meijer ‘zijn geloofsbrieven af in de vorm van een kennismakingsinterview’. De dames en heren journalisten moesten zes beleidspunten noteren en hem daarop afrekenen. Hoog op zijn lijstje stonden en staan het bouwen van betaalbare woningen en het toegankelijk houden van de woningmarkt voor lagere inkomensgroepen. Juist op deze twee punten lopen de relaties met de corporaties, de uitvoerders, minder soepel.

In corporatieland is men het beu om elke keer weer te moeten horen dat er betaalbaar, woningen tot f. 700, gebouwd moet worden. “Hij is steeds dogmatischer aan het worden”, verzucht een corporatie-directeur. “Het kost je gewoon geld zulke woningen en we moeten het ook nog eens betalen uit eigen middelen. Van de kant van de gemeente staat daar niets tegenover. We willen bijvoorbeeld een tegenprestatie in de vorm van bouwrijpe grond.”

Helikoptervisie

Meijer zegt bekend te zijn met de kritieken. In vaak ingewikkelde zinnen, waarin hij de trendbrief van VROM en het Nationaal Programma Volkshuisvesting van de NWR erbij sleurt, tracht hij deze te weerleggen. “De vaart is eruit”, beaamt hij zondermeer. “Door de privatisering van de sector, die nog maar halverwege is, is er een merkwaardige patstelling ontstaan. Het Rijk roept dat we moeten toezien dat er voldoende goedkope woningen worden gerealiseerd, maar geeft ons geen wettelijke middelen. Maar met sec de wensen van de corporaties komen we er gewoon niet. De eisen van de stad overreiken namelijk ruimschoots het aanbod van de corporaties.”

De afzonderlijke wensen van de corporaties begrijpt Meijer donders goed. “Alleen met die condities komen we er stedelijk dus niet. Zij ke maar moeilijk begrijpen dat ik er meer met een helikoptervisie naar kijk, dat valt me erg tegen van ze. Wij vragen als gemeente alleen maar of ze voor de doelgroep willen bouwen. Niks meer en niks minder. Om deze activiteit uit te voeren zijn ze bijvoorbeeld vrijgesteld van vennootschapsbelasting”

De meningen lopen niet alleen op het vlak bereikbare huren uit elkaar. Corporaties zijn in groten getale van mening dat men uitsluitend nog moet gaan ontwikkelen in de uitleggebieden. Meijer wil dat er veel meer binnenstedelijk wordt gebouwd en wel op de zogenaamde rivieroeverlocaties.

Fusies

Een trend die in het voordeel van Meijer werkt, zijn de fusies die gaan plaatsvinden. Door het verleden is de opbouw van de vastgoedportefeuille van een corporatie nogal eenzijdig van samenstelling geworden. Nu men na de brutering zelf de broek moet ophouden is dat onroerend goed juist een probleem. Meijer ziet de fusies en rationalisatie als redding van zijn gedachtengoed. “Er zijn duidelijk teveel corporaties en geen van alle hebben een gemiddeld woningbezit. Er is alleen plaats voor de sterkste. In Rotterdam zijn nu al twee woningbouwcorporaties aan het samengaan en er volgen er meer.”

Wat niet in zijn voordeel werkt, is het stuklopen van de stadsprovincie. Als deze er was gekomen, dan was er een goede coordinatie op het terrein van de volkshuisvesting gekomen. Op dit moment vindt er nog een vorm van overleg plaats met omliggende gemeenten, maar de eerste scheuren zijn al zichtbaar. Meijer verwacht daarom dat in de toekomst de regionale produktie moeizamer zal gaan verlopen. “Want gemeenten gaan echt niet verder dan hun eigen locatie.”

De thermometer

Door de brutering, het leverde de Rotterdamse corporaties f. 3,6 miljard op, heeft de wethouder niet veel middelen meer om de corporaties in het gareel te houden. Zijn laatste middel is de uitgifte van bouwgrond. Om corporaties te houden aan hun maatschappelijke taak is er nu “de thermometer van Meijer” gekomen. Op dit moment toeren de directies van het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam en de dienst Stedebouw + Volkshuisvesting langs alle corporaties. Het doel is om uit te zoeken hoe zij in de toekomst hun taak zien en te vragen naar de bouwplannen. Aan de hand van die informatie worden de corporaties ingeschaald. Hoe hoger de positie hoe meer toekomst.

Inmiddels heeft dat de eerste aanvaring opgeleverd. De corporaties Volkswoningen en Stichting Tuinstad Zuidwijk willen best 175 woningen op de Kop van Zuid bouwen, als ze maar op Katendrecht “ontwikkeltoekomst” krijgen op de vrijkomende haventerreinen. Koel reageert Meijer door erop te wijzen dat ze aan de hand van de beoordeling grond krijgen. “We beginnen dit jaar met deze wijze van gronduitgifte aan corporaties die voldoende hoog scoren.”

Advies voor Tommel

Het ziet er naar uit dat beide partijen heel geleidelijk aan de nieuwe situatie zullen gaan wennen. Het gevolg is wel dat het Bouw- en Investeringsprogramma 1996-2000 niet wordt gehaald. Over enkele dagen zal de gemeenteraad het programma behandelen waarin wordt gesteld dat er 22.000 nieuw te bouwen woningen moeten komen. Deze produktie, die nog eens wordt geplaagd door een uitval van minimaal 20 procent, ligt al achter bij de 5100 die zijn vastgesteld in het Volkshuisvestingsplan 1995-1998. “Het is een gegeven dat de aantallen niet worden gehaald. Maar ik kap er niet mee”, stelt Meijer krachtig. “We stoppen nu echt niet met denken over het onderwerp volkshuisvesting. Je kunt gewoon niet alles aan de markt overlaten. Er is een behoefte aan zekere planeconomie.”

Meijer eist ook van de kant van D. Tommel actie. Op het eind van het gesprek komt hij richting de staatssecretaris met drie punten die de gemeenten ke helpen bij hun volkshuisvestingsproblematiek: “Zorg dat de kapitalen van de corporaties worden ingezet in de sfeer van de volkshuisvesting, of kom met een systeem voor objectsubsidies, of verbeter het instrument van de individuele huursubsidies.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels