nieuws

Vanaf 1997 is het bij Rijkswaterstaat menens voor de aannemers Zonder certificaat geen opdracht

bouwbreed

Per 1 januari ’97 wordt het menens voor de opdrachtnemers van Rijkswaterstaat: geen gecertificeerd kwaliteitssysteem betekent dan dat men als hoofdaannemer niet aan de bak komt. Is er sprake van onvoldoende kwaliteitsborging of een onvoldoende produkt dan betekent dat sanctie in het kader van het contract. Rijkswaterstaat zelf zorgt dat ze op die datum gesteld staan voor het adequaat omgaan met de kwaliteitsborging van de opdrachtnemers.

Dit zei ir. H.M. Schroten, lid van de Directieraad Rijkswaterstaat, gisteren op de Kwaliteitsdag Rijkswaterstaat ’96 in de Doelen in Rotterdam. Men is er zich intussen bij Rijkswaterstaat wel degelijk van bewust dat zeker nog niet alles op dezelfde manier wordt ingevuld voor wat betreft de kwaliteitsborging van de opdrachtnemers. Schroten zei dan wel te verwachten dat ervaringen eerlijk worden geevalueerd en dat daaruit lering wordt getrokken. Dat maakt het mogelijk de besteksregelgeving, met name de RWA-standaard uit te bouwen met kwaliteitsborging. Bovendien is met zo’n werkwijze de technische regelgeving te vereenvoudigen.

Het gaat Rijkswaterstaat erom dat hoofdaannemers en ingenieursbureaus die door RWS voor aanleg of onderhoud van infrastructurele objecten worden ingeschakeld, beschikken over een kwaliteitssysteem dat gecertificeerd is op basis van de normen NEN-ISO 9001 0f 9002.

Hanteren van een internationaal ingevoerde norm als ISO-9001/9002 werkt in de optiek van Rijkswaterstaat niet concurrentievervalsend. Men kan zich op grond daarvan overal ter wereld laten certificeren. Een moeilijkheid daarbij zou alleen ke zijn hoe RWS moet oordelen over de accreditatie van een buitenlands certificerende instelling.

Maar het kan echter toch problematischer liggen. De Europese Commissie schijnt nog bedenkingen te hebben tegen de toelatingseis bij aanbestedingen over het hebben van een certificaat. De bedenkingen zouden niet gelden indien als bestekseis wordt opgenomen dat de mogelijkheid tot kwaliteitsborging van het werk moet worden aangetoond door middel van een systeemcertificaat.

Beperkingen

Nu gaat het Rijkswaterstaat ook om een systeemcertificaat en wel

een kwaliteitssysteemcertificaat. Maar systeemcertificaten hebben beperkingen. Ze leggen namelijk geen extra verplichtingen op die wel in branche-specifieke beoordelingsrichtlijnen zijn opgenomen. Voor risicovolle processen kan dan ook gedacht worden aan procescertificaten op basis van beoordelingsrichtlijnen,die een gedeeltelijke vertaling zijn van de ISO 9001/9002 normen, maar waarin tevens is voorgeschreven hoe het technische proces moet zijn ingericht en hoe dat moet worden beheerst. Waar branches kiezen voor een procescertificatieregeling, bijvoorbeeld het aanbrengen van wegmarkeringen en vloeistofdichte bestratingen, zal dit door Rijkswaterstaat worden gesteund. Besloten kan worden om bepaalde procescertificaten in het bestek verlicht te stellen.

Interne borging

Vijf jaar geleden is met de opdrachtnemers afgesproken dat Rijkswaterstaat per 1 januari 1997 gesteld staat voor het omgaan met kwaliteitsborging van opdrachtnemers. Schroten zei dat de Bouwdienst op 1 januari volgend jaar een certificaat voor de integrale interne kwaliteitssysteem hoopt te hebben. De regionale directies van Rijkswaterstaat ke naar verwachting eind ’97 een intern kwaliteitssysteem hebben dat functioneert voor minimaal het voorbereidingstraject van technisch ontwerp, bestek en directievoering. Tenslotte. Wat is een kwaliteitsdag zonder prijs? Die was er. De kwaliteitsprijs 1996 van Rijkswaterstaat werd uitgereikt aan Roel Rozinga, kwaliteitsfunctionaris bij directie Noord-Holland voor getoond eigen initiatief en planmatige aanpak bij het kwaliteitswerk.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels