nieuws

‘Oneerlijke concurrentie buitenlanders in staalbouw’

bouwbreed

De indruk bestaat dat de instanties bij de controle van werken die worden uitgevoerd door buitenlandse bedrijven een oogje dichtdoen. Dat stelt de Samenwerkende Nederlandse Staalbouw (SNS). Als gevolg daarvan ke buitenlandse bedrijven die bijvoorbeeld constructiewerk verrichten op oneerlijke gronden concurreren met Nederlandse bedrijven.

De Nederlandse overheid vergroot de ongelijkheid door buitenlandse ondernemingen die het aannemelijk ke maken dat een bepaald werk de inzet van niet-EU ingezetenen vereist van de benodigde vergunningen te voorzien, en vervolgens niet of nauwelijks toeziet op de naleving van de regels.

De SNS is een bedrijfstakvereniging die uit ruim 130 Nederlandse staalconstructiebedrijven bestaat. Naar de mening van diens directeur G. Stolk maakt deze bedrijfstak moeilijke tijden door, gekenmerkt door slechte prijzen en als gevolg daarvan marginale en zelfs negatieve bedrijfsresultaten. De SNS protesteert om die reden tegen het besluit van het Landelijk Bureau Arbeidsvoorziening (LBA) uit Rijswijk het Oostenrijkse staatsbedrijf Voest Alpine vergunning te verlenen voor de bouw van een hoogbouwmagazijn in Veghel met goedkope Hongaarse arbeidskrachten. Dat gebeurde met het argument dat het in dit geval om specialistisch werk ging waarvoor geen Nederlandse werknemers in aanmerking kwamen. De SNS meent daarentegen dat Nederlands personeel de taken net zo goed kan klaren. Binnenkort voert het Oostenrijkse bedrijf in Amsterdam een soortgelijk werk uit. De kwestie speelde zich al in december af maar kwam de SNS pas nu ter ore.

Compromis

Bij wijze van compromis kon een montageploeg van vijf Nederlandse werknemers aan het po in Veghel meewerken om zich op die manier de specifieke taken eigen te ke maken. De voorgestelde samenwerking duurde echter niet lang. Volgens de bedrijfstakvereniging nam het Oostenrijkse bedrijf het niet zo nauw met de regels inzake arbeidstijden. Overuren zou Voest Alpine zwart willen uitbetalen. Dit alles doet bij de organisatie het vermoeden rijzen dat ook de controle op andere regels te wensen overlaat. Harde bewijzen voor de veronderstelde gang van zaken zijn moeilijk te verzamelen. De betrokken Nederlandse monteurs zagen zonder verdere stappen te ondernemen van het werk af. Stolk zegt weinig waarde te hechten aan de kwalificatie ‘specialistisch werk’. Het zijn weliswaar geen grote aantallen bedrijven die zich toeleggen op de constructie van hoogbouwmagazijnen maar het aanbod is toch voldoende.

Betamelijk

Het zit de SNS dwars dat Voest Alpine met de inzet van goedkope arbeidskrachten op oneerlijke wijze met Nederlandse bedrijven concurreert. Zet deze trend zich voort dan is het niet ondenkbaar dat in Nederland het zelfde gebeurt als in de bondsrepubliek waar ruim 100.000 veelal Oosteuropese werknemers Duits personeel van de bouwplaatsen verdringen. Momenteel is het Oostenrijkse staatsbedrijf het enige dat op deze manier van zich laat horen. Wel presenteert het zich steeds nadrukkelijker op de Europese markt. Dat gegeven staat volgens Stolk echter niet ter discussie zolang de concurrentie binnen de grenzen van het betamelijke blijft. Om daar meer greep op te krijgen wil de SNS in overleg treden met de Inspectiedienst SZW en het LBA. De laatstgenoemde organisatie dient in de visie van de bedrijfstakorganisatie meer aandacht voor de markt te tonen. Ook voor de vakbonden ligt in deze een taak om voor Nederland werkgelegenheid te behouden.

Objectief

De Inspectiedienst SZW, Regio Oost waaronder Veghel valt was niet op de hoogte van dit specifieke geval. De dienst bestrijdt evenwel de opmerking van de SNS dat de controlerende instanties minder nauw toezien op de activiteiten van buitenlandse bedrijven. Inspectie gebeurt objectief, zij het dat de dienst niet van alle werken die op een zeker moment in uitvoering zijn op de hoogte is. Extra toezicht op buitenlandse bedrijven is niet aan de orde, temeer niet omdat er geen meldingsplicht voor deze ondernemingen bestaat. De voormalige Arbeidsinspectie stuurt weliswaar controleurs op weg die bouwlocaties bezoeken maar deze medewerkers ke niet elk po aandoen. Onder de regio Oost vallen 180 gemeenten. Die ke niet allemaal tegelijk en zeker niet elk apart minutieus worden onderzocht. Om die reden verwacht de inspectiedienst dat bijvoorbeeld bedrijfstakverenigingen hun verantwoordelijkheden serieus nemen en uit zichzelf onregelmatigheden bij de dienst melden.

De inspectie voegt daaraan toe dat de desbetreffende gemeente precies weet waar wat op welke manier wordt gebouwd. Bestaat het ernstige vermoeden dat op zo’n po wet en regel worden overtreden dan kan de burgemeester de politie opdragen de locatie te bezoeken. Gaat het dan om een werk dat met buitenlandse werkkrachten tot stand komt dan kan de vreemdelingenpolitie een controle uitvoeren.

Het LBA meldt in een reactie dat het bureau tot op heden geen klacht heeft ontvangen van de SNS. Het regionale bestuur behandelde de vergunningaanvraag en vroeg daarvoor advies aan de werkgevers in de sector en aan bedrijven. De uitkomst daarvan leidde tot de conclusie dat de gevraagde vergunning zonder bezwaar kon worden afgegeven.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels