nieuws

VROM nuanceert slechte voorspelling woningbouw

bouwbreed

De productieval in de woningbouw, zoals die blijkt uit de Nota bouwprognoses 1996-2001, is niet zo scherp als werd voorspeld. De forse daling in de nieuwbouw wordt voor een deel weer goed gemaakt door een stijging van de productie in de niet-Vinex-gebieden.

Dat stelde drs. M.C. Looze-Van Iperen van het ministerie van VROM op een bijeenkomst over de Nota Bouwprognoses. In de nota wordt een flinke afname van het woningbouwvolume voorspeld. In 1995 werden er nog 98.000 bouwvergunningen verleend, in 2000 zullen daarvan nog maar 64.500 overblijven. Volgens Looze, die optrad als vervanger van directeur drs. J.H.R. Bergh van de Bestuurdienst VROM, is inmiddels een nuancering van deze cijfers op zijn plaats. Buiten de Vinex-gebieden overstijgt de woningbouwproductie namelijk de laatste jaren de planning. En die ontwikkeling zet zich de eerstkomende jaren nog door.

Daarnaast zal de bouwproductie in bestaand stedelijk gebied aanzienlijk toenemen. Sloop en vervangende nieuwbouw neemt in omvang toe van 13.000 woningen per jaar in de periode 1990-1999, tot 15.000 woningen per jaar in de periode 2000-2004 en 19.000 woningen per jaar in de periode 2005-2009.

Directeur drs. J.G.C.M. Schuyt van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting stelde op de bijeenkomst dat er in het algemeen voorzichtig moet worden omgesprongen met bouwprognoses. “Beredeneerd gokken”, zo karakteriseerde hij de voorspellingen, zeker omdat de bouwproductie steeds meer afhankelijk is geworden van factoren waarop geen invloed is uit te oefenen: consumentengedrag, de rente, de traagheid van ruimtelijke ordeningsprocedures, bodemsanering en de vondst van archeologische bodemschatten.

Onderzoek

Desondanks heeft de SEV het Onderzoeksinstituut OTB in kaart laten brengen wat corporaties de komende jaren willen gaan bijdragen aan de woningbouwproductie. Uit dat indicatieve onderzoek blijkt dat er slechts een lichte daling zal optreden in het aantal woningen, dat de sociale verhuurders zullen gaan bouwen. Gemiddeld is de afgelopen tien jaar 30% van de woningbouwproductie in opdracht van corporaties uitgevoerd, en dat zal ook in de jaren tot 2000 zo zijn. De gemiddelde productie daalt licht, van 30.000 tot 26.000. Volgens Schuyt is dan wel een voorwaarde dat er nieuwe subsidies komen, of dat de vermogens van rijke en arme corporaties worden verevend.

Uit het onderzoek blijkt verder dat tweederde van de corporatieproductie wordt gerealiseerd in de uitbreidingsgebieden. Samenwerking met andere opdrachtgevers vindt nauwelijks plaats. Bij driekwart van de productie is de corporatie de enige opdrachtgever. Ongeveer 80% van de nieuwbouw wordt gerealiseerd in de huursector, waarvan het leeuwendeel een aanvangshuur krijgt van minder dan f. 810 per maand.

Het merendeel van de corporaties is bereid onrendabel te investeren om de nieuwbouw bereikbaar te laten zijn voor de lagere en laagste inkomens. Deze investeringen worden zoveel mogelijk beperkt door te verevenen met duurdere koopwoningen.

Ook worden extra inkomsten gegenereerd uit de verkoop van corporatiewoningen. Schuyt zei te verwachten dat het aantal te verkopen sociale huurwoningen de komende jaren flink zal toenemen. VROM rekent op 20.000 woningen per jaar, de SEV-directeur voorspelt 40.000 tot 50.000 per jaar.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels