nieuws

Prijsafspraken over luxe woningbouw zijn niet toegestaan

bouwbreed Premium

Gemeenten overtreden mededingingsregels

Gemeenten mogen met bouwondernemers geen prijsafspraken maken over de verkoop van luxe vrije sectorwoningen. Als ze dat toch doen handelen ze in strijd met de Wet economische mededinging. Dat heeft minister Wijers laten weten aan de Nederlandse Vereniging van Bouwondernemers, die daarover zijn visie hadden gevraagd.

Gerrit van Oosten

Mededingingsafspraken worden in die wet omschreven als overeenkomsten tussen ondernemingen. Dat betekent dat afspraken die telkens tussen een gemeente en een bouwonderneming worden gemaakt volgens dit wetsvoorstel niet per definitie onder het mededingingsrecht zullen vallen, aldus de minister in zijn brief aan de NVB.

Maar wel is dat het geval als het optreden van de gemeente kan worden aangemerkt als “handelen van een onderneming”. Volgens de bewindsman is dat zo als een gemeente bij de verkoop van grond als elke andere marktpartij optreedt als aanbieder op de markt.

In die gevallen mag de gemeente aan een bouwondernemer geen maximumprijzen opleggen waarvoor luxe woningen in de vrije sector mogen worden gebouwd en verkocht. Er moet van worden uitgegaan dat er op een bepaald moment woningen worden gebouwd waar naar een vraag is of zal ontstaan.

Distributiefunctie

Gemeenten ke wel een ontheffingsverzoek bij de minister indienen. Maar deze zal niet van wijken weten, tenzij het bijvoorbeeld gaat om afspraken ten aanzien van woningen met een verkoopprijs van maximaal f. 300.000. Daarbij gaat het om dat deel van de woningvoorraad, waarvoor de overheid een functie heeft in het kader van de distributie van woningen, aldus Wijers.

Woningen tot f. 170.000 a f. 180.000 moeten beschikbaar blijven voor de laagste inkomensgroepen en de categorie woningen die daar direct op volgt heeft een functie in het doorstromingsproces vanuit die goedkopere woningvoorraad, aldus Wijers die over dit standpunt overleg heeft gepleegd met het ministerie van VROM.

“Voor prijsafspraken ten aanzien van het overige deel van de woningvoorraad zie ik weinig rechtvaardigingsgronden.”

Overigens is een definitief oordeel over de verenigbaarheid van de prijsafspraken met de mededingingswetgeving voorbehouden aan de rechter, zo besluit Wijers.

Om ook gemeenten van zijn oordeel op de hoogte te stellen heeft hij ook maar even een kopie van zijn brief aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten gestuurd.

Reageer op dit artikel