nieuws

Leerlingbouwplaatsen zijn in belang bedrijfstak bouw

bouwbreed

Kortgeleden liet het NVOB Zeeland weten “niets te zien in het geforceerd tot stand brengen van leerlingbouwplaatsen zoals de Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf dat wil” (citaat uit de Cobouw van 25 november). Liever heeft men een systeem van werkend leren binnen een bedrijf. Daarmee een tegenstelling suggererend die er niet is, want ook leerlingbouwplaatsen vinden plaats binnen een bedrijf en gaan uit van het principe van werkend leren.

Het zijn immers bouwpoen van een bouwbedrijf uit eigen portefeuille of in opdracht van derden, uitgevoerd door leerlingen. In Zeeland gaat men voorbij aan het belang dat de bedrijfstak bouw werkgevers, werknemers en de overheid hechten aan een goede vakopleiding. Leerlingbouwplaatsen zijn dus geen ‘hobby’ van de SVB. Ze zijn in het belang van de bedrijfstak! Een goede vakopleiding hoeft niet perse op een leerlingbouwplaats te gebeuren. Een prima leerbedrijf met een goed geschoolde leermeester die van de werkgever alle tijd krijgt om de leerling optimaal te begeleiden is onvervangbaar. Alleen hoeveel van die bedrijven zijn er in Nederland? Of in Zeeland? De vakopleiding moet terecht efficient gebeuren, ingepast in de normale bouwproductie.

Toch moet er ruimte zijn voor de begeleiding van leerlingen. Met de komende onderwijswetgeving wordt dat steeds belangrijker. Met name voor beginnende leerlingen is de leerlingbouwplaats een prima overgang van school naar werk. Leermeesters hebben er domweg meer tijd voor de begeleiding van de leerlingen. Leerlingen krijgen sneller inzicht in de bouw, raken meer gemotiveerd, werken beter samen, doen twee keer zoveel tentamens en gaan sneller door hun opleiding heen dan wanneer ze een plaatsje hebben in de ‘normale’ bouw. Aldus constateerde het EIB nog niet zo lang geleden in een onderzoek in opdracht van het ministerie van VROM.

Leerlingbouwplaatsen vergen een tijdige voorbereiding. In die voorbereiding is ruimte voor overleg met de opdrachtgevers en de samenwerkingsverbanden opdat de leerlingen beschikbaar zijn op het moment dat de bouwplaats moet starten. Leerlingbouwplaatsen hoeven ook beslist niet duurder te zijn dan andere bouwpoen. Er zijn via de SVB verschillende subsidies om eventuele meerkosten te bestrijden. Leerlingbouwplaatsen tenslotte leveren prima leerlingen af die daarna individueel geplaatst goed door hun opleiding komen en een bijdrage ke leveren aan de verhoging van het rendement van de opleidingen. Het slagingspercentage van primaire leerlingen met ervaring op een leerlingbouwplaats ligt zo’n 15% hoger dan bij andere leerlingen. In Zeeland ke ze hun goede percentage dus langs deze weg verder opschroeven.

Op 11 december vinden in het hele land werkontbijten met aannemers plaats, waarbij we uitvoerig over leerlingbouwplaatsen van gedachten gaan wisselen. Minder dan 20% van de SVB-leerlingen volgt nu een deel van hun opleiding op een leerlingbouwplaats. We streven er naar om iedere leerling een deel van de opleiding op zo’n po te laten doorbrengen. Het is een gezamenlijk belang van alle partijen in de bedrijfstak en het is dus onjuist om de SVB aan te wijzen als degene van wie het allemaal zo nodig moet. De hele bedrijfstak worstelt nu met een tekort aan leerlingbouwplaatsen maar samen komen we er weer bovenop. Met dit motto zijn we dus terug in het Zeeuwse land, waar in het verleden verschillende goede leerlingbouwplaatspoen zijn voltooid. Die tijd moet terug ke keren en daar willen we met de Zeeuwse en alle andere aannemers in Nederland graag nog eens over praten en vervolgens tot daden komen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels