nieuws

‘Bataviapo voorbeeld voor toekomstig onderwijs’

bouwbreed

Wie ben je en wat heb je gedaan? Meer werd er niet gevraagd als je vroeger om werk kwam vragen. Werkervaring en de reputatie van degene van wie je het vak had geleerd, bepaalden de kans aangenomen te worden. Tegenwoordig gaat het om gecertificeerde kennis en vaardigheden. Hoewel, wie als leermeester de naam Wim Vos kan noemen, zijnde de grondlegger van de Bataviawerf, meestertimmerman en arbeidstherapeut, weet zich bovengemiddeld kansrijk in de afvalrace om een baan.

“De mensen die mij kennen weten dat ik niet makkelijk ben; dat ik uit ben op kwaliteit en tempo en dat ik mensen opleid tot zelfstandig werken.” Wim Vos, het stoere boegbeeld van de Bataviawerf heeft uit de bak twaalf ambachten, dertien ongelukken van het arbeidsbureau een hechte organisatie gesmeed. “Wij zijn voor de techniek geboren, maar sociaal eigenlijk mislukt”, vereenzelvigt hij zich gemakkelijk met jongeren die volgens gangbare systemen hun draai niet hebben ke vinden, maar zich in de praktische aanpak van Vos herkennen. “Ik zie meer onverschilligheid bij de ouderen dan bij de jeugd. De jeugd is nooit te belazerd. Ze zijn beroerd geworden van het scholingssysteem. Ze zien hun ouders werkeloos thuis zitten en denken ‘moet ik diezelfde weg inslaan? Die doodlopende weg?’ En dan komen ze hier en zien dat het ook zo kan. Ze houden niet van rekenen, maar hebben niet in de gaten dat ze de hele dag rekensommetjes maken. Ze zijn de hele dag met hun duimstok bezig. Ze moeten ook lezen en wiskunde gebruiken, want anders krijgen ze hun werk niet voor elkaar. In Amerika zie je dat dit systeem steeds meer wordt toegepast. Ze noemen het daar ‘situation learning’, gesitueerd onderwijs, d.w.z. leren in context.

Heel slim

Bij gesitueerd onderwijs zal de leerling een probleem dat ontstaat door een tekort aan theoretische kennis in eerste instantie ervaren als een praktijkprobleem. Omdat hij verantwoordelijk is voor een bepaald werkonderdeel zit er niets anders op dan zich in de theorie te verdiepen. Ook bij mensen die zichzelf niet zo theoretisch ingesteld vinden, blijkt deze methode zeer effectief te werken.

De effectiviteit van de opleiding is volgens Willem Vos ook hoog doordat hij met jonge leermeesters werkt. Daardoor hoeft hij behalve een kenniskloof niet ook nog eens een generatiekloof te overbruggen. “Ik had het geluk dat mijn zoon bij mij timmerde. Op zijn 22ste kon hij er al wat van. Wat ik hem uitlegde, gaf hij weer door aan die jongeren. Dat werkte uitstekend. Ik heb dat volgens mij heel slim aangepakt. Over mijn rol in ’t geheel zal naderhand wel worden gezegd: ‘Wat die Vos deed, stelde eigenlijk helemaal niks voor. Zijn zoon en die jongens, die hebben het schip gemaakt.’

Leerlingen ke op de Bataviawerf kiezen uit vier vakrichtingen: scheepstimmeren en moderne houtbewerking, beeld- en ornamentsnijden, scheepstuigen en zeilmaken. Binnen afzienbare tijd zal als vijfde mogelijkheid bouwtimmeren aan de keuzes worden toegevoegd.

Beoordeling

De opleidingen zijn toegankelijk voor elke werkloze tussen de 18 en 42 jaar. Als belangrijkste toelatingsvoorwaarde geldt dat men bij het Arbeidsbureau van mening moet zijn dat een opleiding voor de betrokkene zinvol is. De werf stelt geen bijzondere eisen aan de vooropleiding. Gedurende de opleiding behoudt de leerling zijn uitkering en hoeft hij niet te solliciteren.

De verschillende opleidingen duren twee jaar. In deze periode wordt de leerling viermaal beoordeeld. Elk half jaar stellen leermeester en scholingscoordinator een rapport op, waarin de vorderingen van de leerling worden beschreven. Van de leerlingen wordt verwacht dat zij in een werkboek de vervaardigde onderdelen en de toegepaste technieken beschrijven. Bij de bouw van de Batavia en de Zeven Provincien worden zowel oude als moderne technieken gebruikt. De leerling sluit zijn leerperiode af met een geheel zelfstandig uitgevoerd werkstuk.

Uitstroom

Van opvangpo tot scholingspo. De Bataviawerf heeft zich ontwikkeld tot een in de ogen van werkgevers hooggewaardeerde opleiding. Vanaf 1988 hebben 143 van de in totaal 225 uitgestroomde Batavianen direct werk gevonden. 31 Zijn er weer naar school gegaan. 17 zijn anderszins goed terechtgekomen. Slechts 18 slaagden er niet in werk te vinden. De meesten hiervan behoorden tot de vroegere jaargangen. Degenen die werk vonden, konden terecht bij sectoren als scheepsreparaties en nieuwbouw, de restauratiewereld, monumentenzorg en scheepstuigerijen en zeilmakerijen. Ook de scheepvaart en de offshore bood werk aan afgestudeerden van de werf.

Regionaal directeur RBA Flevoland drs. W.M.A. Riemslag ziet een nadeel van het scholingspo: “De opleiding leidt niet tot een erkende kwalificatie. Het past nog niet in een systeem. De werf zal er in de komende tijd hard aan moeten werken om te komen tot een modus waarbij wel een kwalificatie aan de deelnemers kan worden geboden.” In de ogen van Riemslag “zet de opleiding op de werf zich enigszins af tegen het regulier onderwijs. Dat heeft een vast programma, is vaak klassikaal opgezet en kent spelregels waarin veel jonge mensen zich niet thuis voelen. Die spelregels hebben alles te maken met het gegeven dat regulier onderwijs tot kwalificatie moet leiden.”

Leermeestersysteem

“Je kunt veel beter proberen iemand te leren hoe hij zich in de samenleving moet gedragen”, relativeert Willem Vos het reguliere onderwijs. “Hoe hij zich aan moet passen, op welke stoel hij moet gaan zitten. Dus niet in een bouwkeet direct op de stoel van de uitvoerder gaan zitten met een gezicht van: probeer mij daar nou maar eens van af te krijgen, want dan haal je waarschijnlijk het einde van de dag niet eens. Je kunt nog zo’n goede timmerman zijn, maar als je niet sociaal bent dan leg je het op een bepaald moment af.”

“Als je het hier twee jaar volgehouden hebt dan ben je echt wel wat waard. Die aanbeveling wordt steeds belangrijker in een tijd, waarin opleidingen zo snel verouderen dat het voormalige leermeestersysteem steeds meer in beeld komt. Ik zie zelfs dat er in de toekomst eerst een periode zal zijn waarin men vrijwillig in een bedrijf meedraait alvorens werkelijk op de loonlijst geplaatst te worden. Zo zullen de opleidingen er in de toekomst gaan uitzien.”

Erkenning

De praktijkopleidingen op de Bataviawerf worden betaald uit een viertal bronnen: het Europees Sociaal Fonds (ESF), de gemeente Lelystad, RBA Flevoland en arbeidsbureaus en afdelingen sociale zaken van een aantal Nederlandse gemeenten. De Stichting Nederland bouwt VOC-Retourschip sloot in 1994 een convenant met de gemeente Lelystad, de Provincie en het RBA, waarin deze instanties met elkaar afspraken voor de duur van tenminste vijf jaar al het mogelijke te doen het scholingspo succesvol te laten verlopen. Doel is erkenning van de opleiding als een vorm van regulier onderwijs.

Willem Vos gelooft in flexibiliteit en in de jeugd. Ouderen vormen in zijn ogen vaak een barriere. “Er blijft te veel geld steken in allerlei structuren die mijns inziens volkomen overbodig zijn. De ouderen dienen te beseffen dat we voor een goede opleiding van de jongeren moeten zorgdragen, anders komen ze zelf nog eens in de kou te staan. Het is van het allergrootste belang dat de Europese Gemeenschap greep houdt op scholing en onderwijs. Vooral in de vorm van geld, want met geld kun je dingen afdwingen, beter dan met wetten.”

Dolf Dukker en

Joop Hardenbol

Michael Indrisie:

‘Niets is onmogelijk’

Michael Indrisie (27) trad na zijn opleiding op de Bataviawerf in dienst van Sauna Plan, een bedrijf dat o.a. sauna’s produceert. Terugblikkend: “Destijds keek ik nog wel eens ergens tegenaan, maar gaandeweg werd het mij duidelijk dat nagenoeg niets onmogelijk is. Je kunt alles maken wat je wilt. Ik heb geleerd om, naar gelang hetgeen je gaat maken, eerst goed het benodigde materiaal, hout, uit te zoeken en te bestuderen. Kijken naar de nerf en zien waar het hart zit. Je kunt dan bepalen hoe het hout zal werken en hoe je het moet bewerken.”

Kees Sars: Ruimere blik op mezelf

Kees Sars (34) was vanaf het prille begin bij de bouw van de Batavia betrokken. Samen met Dirk de Boer die hij op de werf ontmoette heeft hij nu een eigen bedrijf Historisch Reconstructiebedrijf De Boer en Sars. Hij bouwt nu zelf een historisch schip, een Kamper Kogge op een werf aan de IJssel in Kampen. ‘Nu ik zelf een aantal jaren bouwmeester ben, kan ik eigenlijk pas goed waarderen wat ik destijds van de Vossen heb geleerd. De makkelijker omgang met veel verschillende mensen heeft de blik op mezelf en die op anderen duidelijk verruimd.”

Duitsers dachten het beter te ke

Het Bataviapo wordt graag gezien als een voorbeeldpo. Maar het is tot op heden nergens gelukt om vergelijkbare poen goed van de grond te krijgen. In Hellevoetsluis mislukte de restauratie van een oud droogdok als gevolg van milieutechnische problemen. Iedereen in Hellevoetsluis heeft zich er ontzettend voor ingespannen, maar de milieuminister stelde gewoon zijn prioriteiten. Een woonwijk was veel belangrijker. Dat het Hamburgpo voortijdig werd beeindigd, lag volgens Willem Vos aan een beoordelingsfout van de Duitsers. Die wilden in navolging van Willem Vos een groot schip bouwen. Vos: “Ze dachten het beter te ke, maar zijn vastgelopen. Houten scheepsbouw is een ambacht en de Duitsers zijn pure industrielen. Duitsers dwingen het staal zoals ze het willen hebben. Tegen een grillig gegroeide eik zouden ze zeggen: ‘Jij bent niet goed gegroeid. We ke je niet gebruiken.’ Wij weten dat we het met dat materiaal moeten doen. Dat betekent dat je voortdurend concessies moet doen aan het uitgangspunt en dat ke onze buren niet zo goed, denk ik.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels