nieuws

WAO kost bouw f. 1000 per werknemer per maand

bouwbreed Premium

Als de kosten van arbeidsongeschiktheid in de bouw volledig zou worden doorberekend aan de sector, dan zouden de loonkosten met f. 1000 per maand per werknemer toenemen. Deze berekening maakte topambtenaar drs. H. Borstlap namens staatssecretaris De Grave tijdens de jubileumbijeenkomst van de Stichting Arbouw.

“De bouw neemt 10% van de arbeidsongeschiktheid voor zijn rekening. Stel dat de bouw ook verantwoordelijk is voor 10% van de kosten. Dan kost de arbeidsongeschiktheid in de bouw ruwweg f. 3 miljard per jaar. Stel nu eens dat de bouw als sector volledig wordt aangeslagen voor zijn WAO-kosten. Dan moeten we bij de loonkosten van elke werkende bouwvakarbeider een bedrag optellen van f. 1000 per maand voor hun arbeidsongeschikte collega’s”, zo zei Borstlap.

Hij zei dat er in de bouw ‘gelukkig’ minder mensen arbeidsongeschikt raken dan vroeger. Vorig jaar waren het er echter toch nog 3500 die arbeidsongeschikt werden verklaard. Op de 250.000 bouwvakarbeiders zijn er 80.000 arbeidsongeschikt. “Dat is veel te veel. Temeer omdat u de komende jaren alleen al in de weg- en waterbouw 30.000 vakmensen nodig hebt. Alleen al om die reden hebt u er dus alle belang bij te zorgen voor een forse rem op de uitstoot van personeel naar de WAO”, aldus de topambtenaar.

Hij wees erop dat in de toekomst individuele bedrijven meer dan nu de rekening gepresenteerd gaan krijgen voor hun arbobeleid als gevolg van de premiedifferentiatie en marktwerking bij de WAO, Pemba genaamd in het Haagse jargon.

Concurrentiepositie

“Werkgevers zullen worden gedwongen een goed veiligheids- en gezondheidsbeleid te voeren. Doen ze dat niet dan verslechtert hun concurrentiepositie. Ondernemers zijn gewend te calculeren. Daarbij zullen ze straks wel voor de vraag komen te staan: wat verg ik van mijn werknemers en hoeveel investeer ik in mijn personeel als het gaat om veiligheid en gezondheid? De ondernemer die de verkeerde afweging maakt, berokkent zijn bedrijf schade”, waarschuwde Borstlap zijn gehoor.

Hij kondigde aan dat ook in de regelgeving er meer verantwoordelijkheid wordt gelegd bij de werkgevers. Hij besefte dat de bonden daar moeite mee hebben. Maar zo zei hij: “Bescherming van de werknemers blijft voorop staan. Maar we moeten de regels beperken tot de essentie. Mij gaat het erom via andere afspraken niet alleen hetzelfde, maar juist betere resultaten te bereiken.” En de ondernemer die zijn taak op dit gebied niet serieus neemt, vindt de Arbeidsinspectie op zijn weg, zo zei hij.

Preventie

Arbouw-directeur Leen Akkers waarschuwde in zijn inleiding ervoor dat veel aandacht wordt besteed aan verzuimbestrijding, maar dat preventie op de achtergrond dreigt te worden gedrongen, terwijl het wellicht wezenlijker is.

“Een goede preventie heeft immers tot doel een vergroting van arbeidsvreugde en een vermindering van arbeidsongeschiktheid door ziekte of ongevallen. Niet alleen moet bewerkstelligd worden dat de arbeidsomstandighedenrisico’s worden verkleind, maar ook dat de eigen deskundigheid binnen de bedrijven om arborisico’s te herkennen en op te lossen, wordt vergroot. Dan ontstaat de mogelijkheid om arborisico’s aan te pakken”, aldus Akkers.

Hij hield verder een pleidooi voor de instandhouding van de intredekeuring. Die dreigt verboden te worden dankzij de initiatief-wet Van Boxtel, waarin aanstellingskeuringen slechts worden toegestaan voor een beperkt aantal beroepen.

Akkers wees erop dat de intredekeuring de eerste is in de reeks van periodieke onderzoeken. “Bij bijna 5% van de intredekeuringen wordt gesteld dat de werknemer ongeschikt dan wel geschikt onder voorwaarden is. De werknemer en werkgever ontvangen dan een gericht advies voor de arbodienst waardoor soms wel en een enkele keer niet tot aanstelling wordt overgegaan; dit alles in het belang van de gezondheid van de werknemer.”

Juist omdat er zorgvuldige intredekeuringen, zijn aanstellingskeuringen in de bouw nooit collectief gefinancierd. “Gezien het feit dat de bedrijfstak bouwnijverheid vanwege de aard van het werk uiterst boeiend, maar ook risicovol en fysiek nogal belastend kan zijn en zorg is gedragen voor een goede en zorgvuldige uitvoering van de intredekeuring, zou het te betreuren zijn als massaal weer pensioenkeuringen hun intrede doen en een weloverwogen overeenkomst tussen werkgevers en werknemers in de bouwnijverheid teniet wordt gedaan.”

De Grave voelt niets voor registratieplicht beroepsziekten

Staatssecretaris De Grave van Sociale Zaken ziet niets in een wettelijk verplichte registratie van beroepsziekten. Als ondernemers er het nut niet van inzien, komt er niets van terecht, schrijft de staatssecretaris in antwoord op schriftelijke vragen van het PvdA-Kamerlid Vreeman.

Niettemin acht ook De Grave het uit preventief oogpunt van belang dat wordt vastgelegd welk werk tot welke kwalen kan leiden. Hij verwacht echter dat dat vanzelf gebeurt door bedrijfsartsen bij arbodiensten. Werkgevers zullen uitermate geinteresseerd zijn in de gegevens omdat zij steeds directer de financiele consequenties dragen van ziekte onder hun personeel. Ook ziektekostenverzekeraars en de overheid hebben belangstelling.

De gegevens ke worden verzameld door het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten, dat thans op beperkte schaal een experiment uitvoert. De Grave zegt Vreeman toe dat het centrum voor volgend jaar kan rekenen op een subsidie van f. 150.000.

Reageer op dit artikel