nieuws

Eerste onderhandelaar van werkgevers Van Hove: ‘Komende bouwcao moet trendbreuk laten zien’

bouwbreed Premium

“We moeten ophouden ons verder uit de markt te prijzen: laten we de loonstijging in de bouw nu eens niet hoger laten uitkomen dan in andere sectoren. Bovendien maken de bedrijfstakeigen regelingen een te groot deel van de loonkosten uit. We willen ze niet afbouwen, maar ze moeten wel effectiever worden. Dat moet de trendbreuk zijn die we voorstaan.”

Dat stelt de heer Fr.S. van Hove, eerste onderhandelaar namens werkgevers ter vernieuwing van de bouwcao.

De loonstijgingen in de bouw zijn vanaf 1990 altijd hoger uitgevallen dan in de overige sectoren. En de bedrijfstakeigen regelingen kosten werkgevers zo’n 20% bovenop de lonen. “Daarmee prijzen we ons zelf uit de markt. Het gevolg is dat ondernemers uitwijken naar andere werkkrachten, die goedkoper zijn dan die volgens de bouwcao worden betaald”, aldus Van Hove. Hij noemt in dit verband zzp’ers, werknemers die volgens de agrarische cao worden betaald of uit de schoonmaakbranche afkomstig zijn. “Als we de bouwcao niet concurrerend houden op de bouwplaats, wordt het draagvlak er voor sterk verkleind.”

Traditie

De vele bedrijfstakeigen regelingen zijn veelal noodgedwongen en uit traditie ontstaan. Van Hove zegt ook niet dat het oogmerk van die regelingen ter discussie staan. De collectiviteit ervan is, gezien de structuur van de bedrijfstak (klein, middel, groot, specialistisch etc.) te begrijpen.

Daarom zullen werkgevers niet voorstellen die regelingen af te bouwen, wel om ze effectiever te maken. Dat zal in ieder geval gebeuren op het terrein van de scholing omdat de bedrijfstak behoefte heeft aan kwalitatief hoog personeel.

Voor zover het werkgevers betreft zal de nieuwe cao voor de bouw vooral ook gekenmerkt moeten zijn door maatwerk. Dat wil zeggen dat de cao op een groot punten de functie van ‘vangnet’ gaan vervullen. Op sectorniveau en wellicht op ondernemingsniveau zouden dan de echte afspraken gemaakt moeten ke worden.

Een voorbeeld van een dergelijke aanpak zijn de arbeidstijden. Die willen werkgevers veel flexibeler ingevuld zien en meer afstemmen op individuele bedrijven of hele sectoren. Het experiment met het jaarmodel in de gww is er volgens Van Hove een goed voorbeeld van. Ook een maximale werkweek van 40 uur hoeft volgens werkgevers niet. Als er maar ‘gemiddeld over het hele jaar een 40-urige werkweek ontstaat’, zo begrijpen wij Van Hove.

Er moet over het jaar genomen een grotere productietijd ontstaan. “De bouw gebruikt maar 69% van de beschikbare uren per jaar productief. Dat moet meer worden. Weet u dat in Nederland maar 3% per week 45 uren of meer werkt, dat dit percentage in Europa elf bedraagt in in het Verenigd Koninkrijk zelfs 30? Ik zeg niet dat de zaterdag en zondag normale werkdagen moeten worden, maar er zitten wel zeven dagen in een week.”

Uitzend-experiment

Bij alle flexibiliteit die werkgevers graag in de cao gerealiseerd zien, valt het op dat ze terzake van uitzendarbeid geen cao-voorstel zullen doen. Volgens Van Hove is dat niet een gevolg van wat onenigheid in eigen kring tussen VGBouw en NVOB, zoals door ons gesuggereerd.

“Werkgevers willen al jaren met uitzendbureaus in zee. We zijn dan ook voor een experiment zoals bij de vorige cao is afgesproken. Maar dan wel op basis van een uitzendcao. Daarop wordt toch alle uitzendwerk in ons land afgerekend ? Als we de bouwcao van toepassing verklaren prijzen we ons zelf uit de markt, omdat het uitzendbureau zelf ook graag 20% wil vangen. Alleen een experiment volgens ons voorstel kan aangeven of het verbod kan worden opgeheven of niet.”

Van Hove vult bij dit onderwerp aan het belangrijk te hebben gevonden dat er tussen werkgevers en vakbonden strategisch overleg heeft plaatsgehad. “In alle rust en niet onder de hitte van cao-onderhandelingen hebben wij van elkaars standpunten kennis ke nemen.”

Of dat overleg zijn vruchten zal afwerpen moeten de komende cao-onderhandelingen nog laten zien.

Reageer op dit artikel