nieuws

Aansprakelijkheid aannemer soms ook voor opdrachtgever

bouwbreed Premium

In het eerste artikel in deze reeks is de achtergrond van de WKA en de Tweede en Derde Misbruikwet uiteengezet. De WKA valt uiteen in de inlenersaansprakelijkheid en de aannemersaansprakelijkheid. In dit artikel zal worden ingegaan op het systeem van aannemersaansprakelijkheid. In het kort geven we aan welke gedragingen en welke personen onder de werking van deze aansprakelijkheid vallen.

Het systeem van de WKA is weergegeven in een serie aparte bepalingen die aan de onderstaande, reeds bestaande, wetten zijn toegevoegd: de Coordinatiewet Sociale Verzekering (CSV), de Invorderingswet (1990) en de Wet op de omzetbelasting (1968).

De aannemersaansprakelijkheid is van toepassing indien een bepaald werk door een of meer aannemers in onderaanneming wordt uitgevoerd. Als een van de onderaannemers de vereiste heffingen niet afdraagt ke Belastingdienst en Bedrijfsvereniging (hierna: de fiscus) de aannemer aansprakelijk stellen. De fiscus begint de aannemer aansprakelijk te stellen die het werk bij de desbetreffende onderaannemer direct heeft uitbesteed. Biedt die aannemer onvoldoende verhaal dan klimt de fiscus op in de keten van onderaannemers die aan elkaar werk hebben uitbesteed. Op die manier kan de fiscus uiteindelijk zelfs de hoofdaannemer en zoals we hierna zullen zien soms zelfs de opdrachtgever aansprakelijk stellen.

Onderaannemer

“De aannemersaansprakelijkheid heeft uiteraard betrekking op de aanneming van werk. De aanneming van werk is volgens het BW de overeenkomst, waarbij de aannemer zich verbindt om voor de aanbesteder, tegen een bepaalde prijs een bepaald werk van stoffelijke aard tot stand te brengen.”

De hiervoor genoemde definitie, afkomstig uit het burgerlijk wetboek, wijkt iets af van die in de WKA wordt gehanteerd. In de WKA wordt de aannemer namelijk beschreven als degene die zich jegens de opdrachtgever verbindt om buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard uit te voeren tegen een te betalen prijs. Hierop aansluitend is de onderaannemer degene die zich jegens een aannemer verbindt om buiten dienstbetrekking een deel van het werk geheel of gedeeltelijk uit te voeren tegen een te betalen prijs. Het cruciale verschil tussen de definitie uit de WKA en het BW houdt verband met de regie-overeenkomst. Het BW spreekt over een bepaalde prijs. In de WKA gaat het om een te betalen prijs. Hierdoor is bereikt dat ook regie-overeenkomsten, waarbij de totaalprijs niet bij voorbaat bepaald is, toch onder de aannemersaansprakelijkheid vallen.

De WKA definitie van aannemen en onderaannemen kent nog een paar andere belangrijke begrippen. Allereerst dient er buiten dienstbetrekking gehandeld te worden. Dit vereiste heeft tot doel om werknemers, die immers wel in dienstbetrekking zijn, buiten de werking van de aannemersaansprakelijkheid te houden. Het moet voor een aansprakelijkstelling zeg maar gaan om het uitbesteden van werk tussen twee ondernemers. Als een aannemer werk uitbesteedt aan een werknemer kom je niet aan aannemersaansprakelijkheid toe.

Vervolgens moet het gaan om uitvoering van een werk. Dat het moet gaan om uitvoering van een werk betekent dat de aannemer of onderaannemer zich verbindt om een bepaald resultaat te realiseren. Dit is ook het kenmerkende verschil met inlening van personeel waarbij niet het resultaat maar de inspanning van het personeel centraal staat. Of men in een concrete situatie te maken heeft met inlenen of aannemen van werk moet worden afgeleid van de aard van de overeenkomst. De wijze van facturering of de bepaling van de vergoeding is soms een aanwijzing maar leidt ook vaak tot verkeerde conclusies.

Resultaat

Bijvoorbeeld als er een vergoeding per manuur is afgesproken kan het nog best gaan om aanneming van werk. Uiteindelijk is cruciaal of de aannemer zich verbonden heeft een bepaald resultaat te bereiken. Voor situaties van inlening van personeel bestaat overigens een afzonderlijk aansprakelijkheidsregeling. Hierop zullen wij in een apart artikel nader ingaan.

Tenslotte moet het een werk van stoffelijke aard betreffen. Van het begrip stoffelijke aard ontbreekt in de wet een definitie. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt echter dat het begrip ruim geinterpreteerd moet worden. Gedacht kan worden aan bouwwerken, aanleg van wegen, waterstaatwerken, bestrating, het leggen van leidingen, het verrichten van typewerk, verpakken van goederen, etc. Door middel van de ruime interpretatie heeft de wetgever getracht zo veel mogelijk sectoren van het economisch leven onder de werkingssfeer te brengen. Slechts indien een werk hoofdzakelijk het resultaat is van geestelijke of intellectuele arbeid, denk bijvoorbeeld aan auteurs of architecten, kwalificeert een werk niet als van stoffelijke aard.

Toekomstige zaak

Uitbesteding van een werk is zoals we boven al beschreven een handeling die kan leiden tot aansprakelijkheid. De wetgever voorzag dat men zou trachten om deze aansprakelijkheid te omzeilen door het contract een ander aanzien te geven. Bijvoorbeeld zou men niet een aannemingsovereenkomst ke aangaan maar een koopcontract. Aannemer “koopt” dan van een “onderaannemer” bijvoorbeeld een gebouw. Dit gebouw moet uiteraard nog gebouwd worden.

Er is voor het BW geen sprake van onderaanneming maar van verkoop van een toekomstige , dat wil zeggen nog te maken, zaak. Voor de aannemersaansprakelijkheid is de verkoper in dit geval echter wel een echte onderaannemer. In de wet is hiervoor een aparte fictie opgenomen. De verkoop van een toekomstige zaak komt wel vaker voor. Gedacht kan worden aan onderdelen van nieuwbouwwoningen die van tekening in timmerfabrieken worden gemaakt.

In beginsel geldt een dergelijke overeenkomst tussen aannemer en timmerfabriek als aanneming van werk vanwege de verkoop van een toekomstige zaak. In de praktijk vallen deze situaties toch buiten de aannemersaansprakelijkheid omdat de onderaannemer, de timmerfabriek, zijn werkzaamheden voor 50% of meer op zijn eigen terrein uitvoert. Alsdan valt de timmerfabriek weer buiten de aansprakelijke keten.

Conclusie

Bovenstaand hebben we beschreven welke gedragingen en personen onder de werking van de aannemersaansprakelijkheid vallen. Als een bedrijf kwalificeert als aannemer en bovendien werkzaamheden uitbesteed aan onderaannemers, is het dus zaak te zorgen dat deze onderaannemer te vertrouwen is. De aannemer is immers aansprakelijk voor het betalingsgedrag naar fiscus van de onderaannemer. Moraal van het verhaal is “weet aan wie gij uitbesteedt”.

Dit artikel is geschreven door mr Ch.P.A.Th. van Goethem en mr P. van Min, werkzaam bij respectievelijk Wouters Advocaten en Arthur Andersen en Co., Belastingadviseurs. De auteurs maken deel uit van de Real Estate Services Group van Arthur Andersen. Zij zijn werkzaam te respectievelijk Amsterdam en Rotterdam en aldaar bereikbaar onder de volgende telefoonnummers 020 – 503 9797 en 010 – 242 1447.

Reageer op dit artikel