nieuws

Unaniem akkoord over wet huurders-verhuurdersoverleg

bouwbreed

Er komt een basisregeling voor het huurders-verhuurdersoverleg. Het NCIV, de Nationale Woningraad, de Raad voor Onroerende Zaken, de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed IVBN en de Nederlandse Woonbond hebben hierover een akkoord gesloten. Het is de bedoeling dat de overeenkomst snel in wetgeving wordt vertaald.

Gisteren werd daartoe een proeve van een wetsvoorstel aan staatssecretaris Tommel overhandigd. Volgens NCIV-directeur mr. W.D. van Leeuwen wordt met het akkoord “een los eindje in de ordening” vastgemaakt. “De nota Heerma zei wel wat over de positie van de huurders, maar dat heeft nooit tot maatregelen geleid. De Wet Procesvereisten zou je zo ke opvatten, maar die voldeed niet aan de eisen. PvdA-Kamerlid Duivesteijn is nog met een eigen voorstel gekomen, maar daarvan hebben wij gezegd, wacht daarmee tot er vanuit het veld een voorstel komt. Dat voorstel is er nu. Ik hoop dus op een goede ontvangst.”

Minimumregeling

Volgens Van Leeuwen wordt de basisregeling “volstrekt unaniem” gedragen door de huurders en verhuurders. “Het is een minimumregeling, waaraan de huurder rechten aan kan ontlenen.” In het voorstel krijgt de representatieve huurdersorganisatie het recht op informatie over onderwerpen die de woningen en de woonomgeving raken. Dan gaat het om onderhoud en verbetering, maar ook om de huren, de leefbaarheid en het servicepakket. Daarbij geldt wel dat de informatie niet in strijd mag zijn met het bedrijfsbelang, bijvoorbeeld als het gaat om verkoopplannen of nieuwbouwplannen.

De verhuurder krijgt daarnaast een informatieverplichting. Hij moet over wijzigingen in het beleid die de woning of woonomgeving raken, zijn huurders actief informeren.

Bij ingrijpende beleidswijzigingen krijgt de huurder ook een gekwalificeerd adviesrecht. Nadat de informatie over een besluit is verstrekt, moet de verhuurder nog vier weken wachten voordat hij zijn besluit ook daadwerkelijk uitvoert. Tijd, die de huurder kan besteden aan een reactie. Is die negatief, en wil de verhuurder desondanks doorgaan met de uitvoering van het proces, moet hij dit de huurder laten weten. Die heeft vervolgens nog twee dagen de tijd om juridische stappen te ondernemen.

Van Leeuwen: “Een voorbeeld is het plan van een corporatie om over te gaan tot sloop van een aantal woningen. Als de huurdersorganisatie daar tegen is, en de verhuurder toch wil doorgaan, dan is desondanks nog altijd tijd om in beroep te gaan.” Het voordeel van het voorstel van de organisaties is dat de bestaande praktijk niet voor de voeten wordt gelopen, vindt Van Leeuwen. “Zoals gezegd, het is een minimum-regeling. Waar meer gebeurt, staan we natuurlijk alleen maar te juichen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels