nieuws

Portemonnee en gezondheid bepalen aandacht voor dubo

bouwbreed

De winst voor de portemonnee en de gezondheid bepalen in hoge mate de interesse die de consument voor duurzaam bouwen opbrengt. Een kleine groep laat zich ook (nog) leiden door een maatschappelijk appel, maar dat zet toch beduidend minder zoden aan de dijk. Dubo zal in de komende jaren minder verband houden met materialen, maar meer ingaan op het grote geheel. Dat is temeer nodig omdat bouwen slechts een kort moment is in de totale levensduur van een gebouw. Het nationaal dubocentrum in Utrecht moet die verdere ontwikkeling van het duurzame bouwen bevorderen, zo stelt het bestuur *) van deze organisatie.

“Alle betrokken partijen in de bouw hebben behoefte aan een locatie waar de kennis over dit onderwerp opgeslagen ligt, aan een organisatie die deze informatie op belang beoordeelt en sorteert en vooral aan uniforme informatie”, zegt drs. J. Schuyt. “De fase van ‘laat duizend bloemen bloeien’ is wat het duurzaam bouwen in Nederland betreft voorbij. Er is een veelheid van partijen en informatie waarin nu enige ordening in moet komen. Het nationaal dubocentrum treedt niet op als dubokoepel die van bovenaf bepaalt hoe het duurzame bouwen er dient uit te zien. Veel meer moeten we bij wijze van spreken met de pet in de hand bij de verschillende partijen langs gaan en vragen wat we voor hen ke betekenen. Het centrum brengt vraag en aanbod dichter bij elkaar en laat het marktmechanisme een eigen rol spelen.”

Richtlijn

“Het nationaal pakket rekent de prijzen voor de vaste en variabele maatregelen voor en geeft daarmee een richtlijn voor opdrachtgevers en uitvoerenden”, vult ir. J. de Bruijn aan. “In bepaalde gevallen zorgt duurzaamheid voor meerkosten die opdrachtgevers en gebruikers niet bij voorbaat zullen afwijzen. Zo wordt in Alphen a/d Rijn een po van 27 woningen voorbereid waar de dubomaatregelen per woning f. 4000 vergen. De gemeente vindt dat belangrijk en stelde onder voorwaarden grond beschikbaar. Oftewel: er ontstaat een spel van geven en nemen. Te denken valt ook aan een te bouwen po in Tilburg waar de meerkosten per woning f. 10.000 bedragen. De bewoner verdient die op termijn ruimschoots terug door de lagere lasten. Het blijkt ook dat er inmiddels voldoende kopers zijn die een groot vertrouwen in het rendement hebben. Het plan schrijft ook een 20 centimeter dikke dakisolatie voor en dat is iets wat nogal ver van de gebruiker afstaat.”

“Het vertrouwen gaat vooral voor de energetische maatregelen op en in wat mindere mate voor water en het binnenmilieu”, weet Schuyt. “In het geval van de materialen moet de consument nog heel wat meer worden overtuigd. Het maakt hen niet zoveel uit of bijvoorbeeld als isolatie steenwol of cellulose is gebruikt. Leg je een verband tussen materiaal en binnenmilieu dan ligt het wat anders. Gezondheidsaspecten laten mensen doorgaans vrij hard lopen; harder dan voor een laag energieverbruik alleen. Over het geheel genomen moet er nog heel wat voorlichting voor de consument gebeuren. Daarmee voorkom je dat ‘de bouw’ met de grootste zorgvuldigheid een wijk realiseert waarna bewoners het milieurendement vervolgens al doe-het-zelvend teniet doen. Denk maar aan alle geimpregneerde schuttingen waarvan je je kunt afvragen of die niet het nieuwe asbest zijn.”

Opschaling

“Het ‘pakket van Tommel’ dat de directe aanleiding voor het dubocentrum is stelt met zoveel worden dat er nu behoefte is aan opschaling”, licht ir. J. de Leeuw toe. “Meer mensen moeten de vele kennis toepassen die in de afgelopen jaren is vergaard. In het verlengde daarvan ligt ook het onderwijs. Dat is minder een taak voor het centrum maar meer voor de drie organisaties die wij vertegenwoordigen. Het blijft een feit dat je mensen beter nu op school kennis kunt bijbrengen die ze direct in praktijk ke brengen dan dat je ze later moet bijscholen. Voor het HBO wordt momenteel een dubo-pakket samengesteld. Daarin komen onder meer wet en regel aan de orde, iets waar op de scholen dringend behoefte bestaat. Dubo is uitgegroeid tot een gemeenschappelijke noemer voor allerlei activiteiten die tot dan alleen een ad hoc-karakter hadden. In de bouw is nog nauwelijks een partij te vinden die het zich kan permitteren te zeggen dat duurzaam bouwen wel weer een keer overwaait.”

“We moeten met zoveel mogelijk andere organisaties zien samen te werken”, vindt Schuyt. “Elk daarvan kan bijdragen aan de verdere ontwikkeling van het duurzame bouwen en gezamenlijk de kennis van het centrum vergroten. Daarvoor bestaat grote belangstelling gezien de korte tijd waarin de duurzame bouw ingang vond. Het komt vooral in de nieuwbouw van de grond. Wat betekent dat er in de bestaande voorraad van bijvoorbeeld de naoorlogse wijken nog heel wat te doen valt. Daarvoor wordt nu het ‘basispakket renovatie’ gemaakt dat naar verwacht in januari of februari volgend jaar verschijnt. Binnenkort bestaat de helft van de voorraad uit eigen woningen. Ook met het pakket zal het niet eenvoudig zijn daar het duurzame bouwen ingevoerd te krijgen. Ook in de resterende helft huurwoningen zal duurzame renovatie nog heel wat aandacht vergen. Temeer omdat de marges over het geheel genomen kleiner zijn dan in de nieuwbouw. Een echt probleem doet zich in de utiliteitsbouw voor. Dat bleek al bij de invoering van de energiebesparing. Deze markt vraagt nog veel te weinig naar duurzaamheid. Het is daarbij een aanbodsmarkt wat een extra hindernis opwerpt. In het geval van de nieuwbouw valt er met een nog op te stellen ‘basispakket U-bouw’ wel iets te verbeteren; iets wat in de bestaande voorraad utiliteit nog nauwelijks lukt.”

Rendement

“Het probleem is echter dat een belegger door duurzaamheid nog geen rendementsverbetering ziet, vult De Leeuw aan. “Dat baart zorgen want de utiliteit is voor een groot deel in handen van beleggers die dus bepalen wat er gebeurt. Daar komt bij dat U-gebouwen een kortere levensduur hebben dan woningen. Een goede herpositionering van verouderde gebouwen draagt bij aan een grotere duurzaamheid. Diverse poen hebben dat inmiddels aangetoond. Ook strippen tot op de draagstructuur zorgt ervoor dat een gebouw niet nodeloos wordt gesloopt. Dat alles voorkomt tevens dat het bebouwde gebied niet eindeloos uitbreidt. Ruimtelijke ordening is een onderwerp dat het centrum nog slechts zijdelings behandelt maar het blijft een belangrijk deel van de duurzame bouw.”

“Ook in deze sector moet dubo gaat verder dan alleen het materiaalgebruik,” stelt De Bruijn. “Naar verwacht zullen de technische benodigdheden in de komende jaren wat aan belang inboeten. Temeer omdat toeleveranciers hun productiewijze aanpassen of omdat de verschillen toch redelijk beperkt zullen zijn. Uitgesproken slechte materialen verdwijnen daardoor vanzelf. Daardoor komt de aandacht meer te liggen bij het stedenbouwkundige ontwerp dat de voorwaarden voor de duurzame bouw stelt en bij het gebruik van gebouwen. Kortom: de milieuwinst valt door kwantificering veel groter uit dan met het zoeken naar de laatste hardhouten plint in een woning. En met die kwantificering geef je ontwerpers meer vrijheid wat voorkomt dat je duurzaamheid tot in detail gaat regelen. Zij het met dien verstande dat het uiteindelijke resultaat aan de gestelde normen voldoet.”

*) Het bestuur van het nationaal dubocentrum bestaat uit ir. J. de Bruijn, algemeen directeur Stichting Bouwresearch uit Rotterdam; ir. J. de Leeuw, divisiemanager Gebouwde Omgeving van de Novem uit Utrecht en drs.J. Schuyt, directeur Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting uit Rotterdam.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels