nieuws

Biennale Venetie toont ‘Architect als seismograaf’ Hoe architecten de toekomst ke voorspellen

bouwbreed

Het werk van architecten heeft voorspellende waarde. Dat beweert samensteller Hans Hollein van de Biennale die tot midden november te zien is in Venetie. Deze grootste architectuurtentoonstelling van de wereld heeft als thema ‘de architect als seismograaf’. De overvloed aan fantastische plannen maakt echter nergens duidelijk waarin dat seismografische talent schuilt. Daarom op deze plaats een klein onderzoek: hoe voorspellen architecten de toekomst?

Aan de veelheid van plannen die in Venetie is te zien, heeft Cobouw bij de opening van de Biennale uitgebreid aandacht besteed (20 september). Over het al dan niet seismografische karakter ervan is toen niet geschreven. Mocht het inderdaad zo zijn dat het werk van architecten een ‘poie van de toekomst’ biedt, dan maakt dat hun werk des te belangwekkender. Het is dus belangrijk om alsnog op dat punt in te gaan.

Ter plekke smaalden veel critici dat een seismograaf niets voorspelt, maar slechts registreert wat al gaande is. Het is flauw om een vergelijking zo letterlijk te nemen. Er is mee bedoeld dat een architect mogelijk voelt wat er onderhuids, onuitgesproken, gaande is; in zijn werk kan hij dat onbewuste zichtbaar, dus bewust, maken. En dat ke signalen zijn van grotere bewegingen die ons te wachten staan.

Het zou echter verkeerd zijn om die vergelijking direct te betrekken op de persoon van de architect. Het gaat niet om individuele paranormale gaven, maar om de relatie met de professie. Het zou wellicht beter zijn te spreken over architectuur als seismografie; de architecten zijn ‘slechts’ de uitvoerders.

De integrerende kracht

Zou architectuur een voorspellend vermogen hebben, dan is de allereerste vraag of dit schuilt in het instrumentarium van het vak, of een kwestie is van traditioneel overgeleverde kennis. Is het een kwestie van methodes of van inhoud?

Laten we eerst eens kijken naar het instrumentarium. Al ten tijde van de Romeinen noteerde Vitruvius dat architectuur een veelzijdig vak is. Een architect moet zowel praktisch als theoretisch vaardig zijn, kennis hebben van tekenen, wiskunde, geschiedenis, filosofie, muziek, rechten en astronomie en hij moet weten wat gezond is of niet. Daar zijn sindsdien alleen maar vakken bijgekomen: techniek, management, psychologie, sociologie, financien enz. En nog steeds geldt wat Vitruvius al meldde: ervaring is noodzakelijk, pas op latere leeftijd kan een architect in al die vakken volleerd zijn.

Het zou ke dat alleen al door die combinatie van vele vakken er in architectuur ‘integraler’, dus duidelijker naar buiten komt wat er in de samenleving speelt. Andere vakken zijn minder interdisciplinair, de meeste wetenschappen ronduit versplinterd in specialismen.

Toch kan dat niet voldoende verklaring zijn. Het levert nog geen voorspellingen op als architecten louter gegevens verwerken, als een soort programma van eisen, al betreffen deze gegevens nog zoveel verschillende facetten. Het kan dus niet louter om de methode gaan; er moet iets meer inhoudelijks aan de hand zijn.

De kritische traditie

Architecten worden getraind in het interpreteren van programma’s, in het doorvragen naar het hoe en waarom. Dat gebeurt in andere vakken ook, maar architecten worden er bij elke lijn die ze trekken mee geconfronteerd: waarom zo en niet anders? Er is nooit slechts een antwoord. Dat is een goede voedingsbodem voor de kritische traditie die architectuur kent, waarbij architectuur gezien kan worden als een vorm van onderzoek.

Al ontwerpende wordt een vraagstuk onderzocht en krijgt een standpunt vorm (bijvoorbeeld over sociale verhoudingen of over de rol van de techniek). Architectuur is op die manier een vorm van denken, die bespiegelingen kan opleveren over wat er nog niet is maar wel kan komen. Als resultaat hiervan bestaat er in de geschiedenis van de architectuur een traditie van visionaire, vaak louter papier gebleven maar invloedrijke ontwerpen.

Visionaire voorbeelden

Zo’n visionair, gedeeltelijk gerealiseerd po is bijvoorbeeld de zoutstad van Ledoux eind achttiende eeuw. Chaux moest een ideale stad worden, met arbeiderswoningen geintegreerd met de bedrijfsgebouwen. Het is het eerste voorbeeld van architectuur voor een industriele samenleving nog voor die samenleving er eigenlijk in enige omvang van betekenis was.

Uit 1930 stamt een totaal andere variatie op dit thema: de Rus Milyutin ontwierp een lineaire stad (in plaats van de immer gebruikelijke centrische steden) met naast elkaar zes stroken: spoorwegen, industrie, parken en snelwegen, woningen, parken en sportvelden en landbouw.

Twee willekeurige voorbeelden waarbij is te zien hoe het ontwerp kritiek inhoudt op bestaande samenlevings- en verstedelijkingsvormen en vooruitloopt op de ontwikkelingen: op de komst van de geindustrialiseerde samenleving en het afscheid van de historische, hierarchisch geordende stad. Willekeurige voorbeelden uit een lange, soms revolutionaire traditie die ons denken heeft beinvloed. De invloed gaat zelfs verder dan het denken alleen, op alle mogelijke gebieden is onze beleving van de wereld beinvloed door wat ontwerpers ervan hebben gevisualiseerd, of het nu gaat over constructie, vorm en ruimte, of over snelheid en mobiliteit, over stedenbouw en samenleving, of over ideologie, esthetiek en ethiek.

Het gaat er daarbij niet om dat die visionaire plannen exacte blauwdrukken zijn gebleken. Het zijn richtingsaanwijzers of waarschuwingsborden geweest.

Op de Biennale is een aparte tentoonstelling gewijd aan de ‘Radicalen’ – rebelse ontwerpers uit de jaren tussen 1960 en 1975 die veelal een futuristisch, hoog-technologische leven onderzochten. Sommigen namen het op de hak door het tot in het absurde te overdrijven, anderen wierpen zich juist op als herauten van een toekomst die dankzij de techniek geheel probleemloos zou zijn. Achteraf kan worden geconstateerd dan hun thema’s nog steeds actueel zijn.

Op een vergelijkbare wijze radicaal en kritisch is de inzending van de Nederlandse landschapsarchitect Adriaan Geuze op de Biennale. Met 800.000 houten huisjes laat hij de absurde consequentie zien van de wens naar marktconforme uitbreidingswijken (ieder een huisje met tuintje) in combinatie met het gewenste aantal nieuwbouwwoningen voor de komende tien jaar. Nog voor de beleidsmakers dit dilemma onder ogen willen zien, brengt de architect het in zijn werk aan het licht. In die zin is hij een seismograaf.

De verbeeldingskracht

Daarmee is nog niet de vraag beantwoord of het voorspellend vermogen van architectuur groter of belangrijker is dan dat van andere disciplines of een aparte plaats inneemt.

Cruciaal is, denk ik, dat architectuur als kunstvorm een grotere vrijheid voor gedachte-experimenten kent dan andere disciplines en een grotere gevoeligheid voor het nog onbenoemde. Het is evenwel een gebonden kunst, gebonden aan het concrete leven, waardoor zij zich niet kan verliezen in louter abstractie. Het ontwerpproces kent als vorm van onderzoek dus een bijzonder spanningsveld tussen vrijheid en gebondenheid, abstractie en het concrete leven. Fantasie en realiteit ke elkaar op bijzondere wijze verrijken. Door haar verbeeldingskracht kan architectuur kleine signalen van op til zijnde veranderingen verhevigen en tot leven brengen. Architectuur kan nieuwe werelden schetsen. Waarschijnlijk schuilt daarin het seismografisch vermogen van architectuur.

Droom of werkelijkheid

Architectuur is in hoge mate aanwezig. Dat geeft deze discipline een aparte plaats.

Ontwerpen zijn toegankelijker dan theorieen, doordat ze tot de verbeelding ke spreken. Dat maakt ze makkelijker te accepteren, dus invloedrijker dan andere voorspellingen. En als ontwerpen geconcretiseerd zijn, ke ze zelfs permanent ons leven beinvloeden op directe wijze. Niet voor niets zegt een Chinese fabel dat het belangrijkste dat een keizer moet doen, is zorgen voor goede muziek en architectuur; want als de tijd en ruimte goed zijn geordend zal er vrede zijn in zijn rijk. Dus goede architectuur is niet een resultante van een vreedzame tijd, maar de voorwaarde. Om het overbekende gezegde van Churchill aan te halen: “We shape our buildings, and afterwards our buildings shape us”.

Op basis daarvan zou je ke tegenwerpen dat architectuur een zichzelf vervullende profetie is. Als architecten eenmaal gebouwd hebben wat ze in de decennia daarvoor alleen nog maar droomden, is hun ‘voorspelling’ uitgekomen. Dat zegt niets over hun voorspellend vermogen, maar meer over hun machtspositie bij het vormgeven van de gebouwde omgeving.

Het is echter zeer de vraag of architecten zoveel macht hebben. Op zijn minst zal hun visie grote overredingskracht moeten hebben; andere partijen moeten die visie voor ‘waar’ aannemen, willen zij erin meegaan.

Het concretiseren van ideeen is een noodzakelijke stap om het denken verder te brengen. Om het grond onder voeten te geven. Dat maakt architectuur invloedrijk, zelfs onmisbaar voor de ontwikkeling van onze cultuur.

Van barok naar digitaal

Architecten zijn intensief bezig met het ontwerpen van steeds weer nieuwe werelden, nieuwe manieren van zien, ervaren en denken. Maar niet alle architecten. De meesten zelfs niet. Die nemen wat hun wordt aangeboden voor lief – het programma, de techniek, de maatschappelijke context – zonder het te onderzoeken op nieuwe mogelijkheden. Zo wil de klant het, dus maken we het zo. Daar is niets onoirbaars aan, maar het is geen seismografie. Deze architectuur legt zich bij voorbaat neer bij alle beperkingen. Zij voedt niet het denken, de beleving, de cultuur, maar parasiteert erop.

Het zijn de enkelingen die grenzen durven te overschrijden. Die experimenteren, theoretiseren en ‘onmogelijke’, meestal ‘nergens op lijkende’ plannen maken. Die als grensverkenners aftasten welke krachten er zijn en op welke wijze ze productief gemaakt ke worden. Die enkelingen moeten gekoesterd worden en steeds opnieuw kansen krijgen (ook al lekken hun daken) wil het vak en uiteindelijk onze cultuur niet in het slop geraken.

Daarmee zijn we toch weer terug bij de individuele architect als seismograaf. Zou het toch alleen maar om ‘gevoelige’ personen draaien?

Allicht zijn het uiteindelijk altijd individuele personen die iets doen. Maar dat wil niet zeggen dat ze alles op eigen kracht doen. Het optreden van die visionaire architecten is niet los te zien van de traditie en methodiek van het vak. Er is geen spraakmakende architect die zonder kennis van de geschiedenis opereert. Ze staan in de traditie van hun vak.

Architect Ben van Berkel is op de Biennale aanwezig met een kleine expositie waarin geavanceerd gebruik van de computer centraal staat. Hij zinspeelt op een veranderende beleving van lichamelijkheid in een gedigitaliseerde omgeving.

Het is veelzeggend dat hij, terwijl hij zijn inzending voor de Biennale uitlegt, terloops laat ontvallen dat hij elk jaar een vakantie in Venetie doorbrengt. Hoezo? Om de architectuur van de oude meesters te bestuderen.

Architectuur als seismografie – het digitale tijdperk zal vorm krijgen via de barok.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels