nieuws

Bangladesh krijgt 250 Nederlandse bruggen

bouwbreed

Janson Bridging uit Aalst (Gld) levert Bangladesh 250 bruggen. Vandaag neemt de ambassadeur van Bangladesh in Nederland officieel de eerste brug in ontvangst. De contractwaarde van de order beloopt f. 31 miljoen. Over twee weken verscheept het bedrijf de eerste container naar Bangladesh. De laatste levering volgt halverwege 1997. In totaal is dan zo’n 9000 ton staal naar het land vervoerd.

“Het contract draagt er in belangrijke mate aan bij dat Janson zich meer en meer op de wereldmarkt kan richten”, aldus directeur J. de Heer. “Gaat het zo door dan kan het bedrijf in de komende jaren een grote vlucht nemen. Deze gang van zaken legt wel een enorme druk op de staf in Nederland. Je praat namelijk over een verdrievoudiging van de omzet. Het buitenland vraagt steeds meer naar onze bruggen.”

“Het gaat hier om een verplaatsbare stalen brug; een zelf ontwikkelde modernisering van de Bailey-brug. De brug wordt als een soort bouwdoos inclusief de benodigde gereedschappen verscheept en ter plaatse met bouten opgebouwd. De elementen ke onderling worden uitgewisseld. Met behulp van middenpijlers kun je met de brugdelen grotere overspanningen maken. De uiteindelijke plaatsing gebeurt door middel van de lanceermethode. Deze methode vraagt geen grote kranen en ander zwaar materieel. Alles kan met handkracht gebeuren en dat is de oplossing voor ontwikkelingslanden.”

Demonteren

“Personeel van Janson zal ter plaatse de lokale beheerders leren hoe ze de bruggen moeten onderhouden”, legt De Heer uit. “Dat wil niet zeggen dat men in Bangladesh onbekwaam is. De dienst verkeer en vervoer, een soort Rijkswaterstaat, die ons de opdracht verstrekte beschikt over goed opgeleid personeel. Het land telt ook een groot aantal afdoende geschoolde monteurs. Dat gegeven maakt lange trainingsperiodes overbodig.”

“Doorgaans wordt een brug met omwonende werkkrachten gebouwd waardoor de plaatselijke economie een impuls krijgt. Die stimulans kan lang blijven bestaan. Bangladesh kent nogal wat rivieren die van tijd tot tijd onbevaarbaar zijn voor veerboten. Onze bruggen komen vooral over de kleinere rivieren te liggen voor de ontsluiting van tot nog toe wat geisoleerd gelegen dorpen. Het land is welbeschouwd een grote delta. Onder dit vijfjarenplan leveren we 250 bruggen. Volgens de daarop volgende plannen moeten er vele honderden bijkomen om het land in elk geval een beetje open te leggen.”

“In Bangladesh doet zich echter het probleem voor dat rivierbeddingen door het ontbreken van dijken nogal eens opschuiven”, licht De Heer toe.

“Onze bruggen kun je in zo’n geval demonteren en elders weer opbouwen. Dat vergt geen uitgebreide funderingswerken. De bodem bestaat veelal uit zand en/of rots zodat je kunt volstaan met een betonnen plaat. De bruggen zijn berekend op HS20 en ke daardoor een vrachtwagen van 40 ton dragen. Doorgaans zullen minder zware voertuigen de brug passeren. Bussen en vrachtwagens zijn echter vaak vele malen overbelast zodat je niet met een licht bruggetje kunt volstaan. Temeer niet omdat Bangladesh vrij zware specificaties hanteert.”

“Via onze plaatselijke agent kwamen we in contact met het verkeer- en vervoerdepartement van Bangladesh”, zegt De Heer.

“Het land kreeg eerder van Japan een lening toegezegd voor de bouw van bruggen. Japan trok vervolgens de fondsen terug omdat Bangladesh niet op de gestelde tijd een plan kon overhandigen. De bruggen bleven echter hard nodig. Wij hebben uitgezocht of Nederland mogelijkheden voor financiering bood. De afdeling ontwikkelingssamenwerking van het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft daarvoor het programma ORET, Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties.”

Subsidie

” Dat biedt de Nederlandse industrie subsidie voor poen die de laagste inkomens van een ontwikkelingsland betere kansen bezorgen. Het desbetreffende bedrijf moet dan wel zelf het po hebben gevonden en daarvoor een overeenkomst hebben gesloten met de overheid daar. Daarin staat dat de overeenkomst van kracht wordt zodra Nederland subsidie geeft. Het bedrijf verzoekt Buitenlandse Zaken het geld beschikbaar te stellen. Bijgevoegde documenten moeten onder meer aantonen dat het product geen direct economisch voordeel oplevert.”

“Een brug levert vooral sociaal-economische voordelen op en past dus binnen de voorwaarden van het departement”, stelt De Heer.

“Vervolgens dien je een officiele aanvraag in met daarbij een studie van het Nederlands Economisch Instituut, een onderzoek van Haskoning over de technische aspecten. De vrijgemaakte gelden worden in beginsel aan Bangladesh toegezegd. Het bedrag wordt aan de leverancier betaald. Bangladesh past door middel van een kredietbrief het restant van 40 procent bij.”

“Deze aanpak heeft nogal wat voeten in de aarde. Bijvoorbeeld in Bangladesh moet veel werk worden verzet. De combinatie van eigen geld en bijdragen van anderen is niet erg bekend. Er moet wel wat achterdocht worden weggenomen. Tijdens de voorbereiding had Bangladesh het recht zich op elk moment terug te trekken en kon ons daardoor een flinke financiele strop bezorgen. In de twee jaar die de voorbereiding duurde hebben we nogal wat geinvesteerd in het project. Te denken valt aan de ontwerpkosten voor de brug die we op deze order hopen af te schrijven.”

“Het ontwerp is niet eenmalig. Het wordt bijvoorbeeld ook gebruikt voor de brug die we in opdracht van het NATO-inkoopbureau NAMSA in Luxemburg aan Bosnie leveren.”

“Export neemt dus een niet onbelangrijk deel van de bedrijfsactiviteiten in”, vindt De Heer. “Voor een deel gebeurt dat via de ORET. Die geldt slechts voor een beperkt aantal landen waarvan enkelen weer een voorkeurspositie hebben, zoals Bangladesh. De programmabeheerders willen dat bedrijven een vervolg geven aan een opdracht. Het Nederlandse bedrijf profiteert van de markt daar en dat kan alleen naar via die subsidie. Anders kom je in de internationale concurrentie terecht van goedkope landen als China.”

“Hoe de vervolgcontracten met Bangladesh zullen verlopen blijft vooralsnog een vraag. Een niet onbelangrijke rol speelt de voorraad deviezen. Het land exporteert vrijwel alleen jute waarvan de hoeveelheid jaarlijks verschilt. Als gevolg daarvan zal het niet altijd de eigen bijdrage van 40 procent volgens de ORET-regeling ke betalen. Nu doet zich de eigenaardigheid voor dat Nederland wel de eerste 60 procent schenkt maar het restant niet wil garanderen via andere instellingen.”

Hogere kosten

“Concurrentie op ons gebied ondervinden we naast China van landen als Japan en Groot-Brittannie. Chinese bedrijven leveren echter niet altijd datgene wat is overeengekomen. Voor een land als Bangladesh ke de bijbehorende leningen evenwel een uitkomst betekenen. Wij beginnen altijd met het nadeel van hogere kosten. Bijvoorbeeld Britse bedrijven ke goedkoper werken omdat daar het verzinken van staal gesubsidieerd is. ‘Brussel’ staat dat niet toe maar het gebeurt wel. Vorig jaar subsidieerde de Britse overheid de levering van 70 bruggen zelfs voor de volle 100 procent. Iets dergelijks zie je ook in Frankrijk waar banken en staatsbedrijven met ruime bijdragen ke rekenen. In ‘Brussel’ gebeurt daar vooralsnog niet meer mee dan er knarsetandend genoegen mee te nemen.”

Ontwikkelingslanden ke met de moderne variant van de Bailey-brug geisoleerde gebieden beter ontsluiten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels