nieuws

Bouwbedrijven hopen op kansen in Midden Oosten

bouwbreed

Het Nederlandse bedrijfsleven hoeft niet op een plotselinge hausse aan orders te rekenen. En ook de betrekkingen tussen Nederland en een land als Syrie zullen niet ineens een stuk warmer worden. Premier Kok en minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) reizen komende week vooral naar het Midden-Oosten om het vredesproces tussen Israel en zijn buurlanden en de Palestijnen van de warme steun van de Nederlandse regering te voorzien. De bewindslieden doen Syrie, Jordanie, Israel en de Palestijnse Gazastrook aan.

Steun van een betrekkelijk onbetekenende EU-lidstaat als Nederland legt op het eerste oog weinig gewicht in de schaal. Aan de andere kant is Nederland, gezien de hechte historische banden met Israel, niet de onbelangrijkste EU-lidstaat voor het Midden-Oosten. Bovendien is ons land vanaf 1 januari 1997 voorzitter van de Europese Unie en speelt dus vanaf juli van dit jaar, als Nederland toetreedt tot de zogenaamde troika, een belangrijke rol in het buitenlandse beleid van de Unie. Uit het feit dat eind deze maand regeringsfunctionarissen van Egypte, Jordanie, Israel en de Palestijnen in Den Haag over economische samenwerking spreken, mag blijken dat Nederland een woordje meespreekt.

Handelscontacten

Er reist geen delegatie vanuit het bedrijfsleven met de ministers mee, maar de handelscontacten spelen bij het bezoek vanzelfsprekend toch wel een rol. Vrede en veiligheid staan voorop, maar vrede kan niet zonder economische basis en een gezonde economie is allerminst gebaat bij spanningen en oorlog, is de ideologische gedachtengang. En het Nederlandse bedrijfsleven kan uitbreiding van het afzetgebied goed gebruiken. Hoewel de handel tussen Jordanie en Syrie de afgelopen jaren een stijgende lijn vertoont, stelt het nu allemaal nog niet veel voor. De recentste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek leren dat Nederland over de eerste negen maanden van 1995 uit Syrie voor – 45 miljoen importeerde. Uit Jordanie was het iets meer: – 52 miljoen. De export naar Syrie bedroeg over dezelfde periode – 152 miljoen, die naar Jordanie – 117 miljoen.

Als de vrede in het Midden-Oosten echter definitief doorbreekt, is er nogal wat te verdienen in het gebied. De autoriteiten in de regio ke dan een beroep doen op tal van fondsen om hun economische ontwikkeling (mede) te financieren. Volgens directeur economische zaken van de ondernemersorganisatie VNO-NCW, P. Verhaegen, gaat het om “een vijver van vele tientallen miljarden waar uiteindelijk uit gevist kan worden”. Zonder buitenlandse steun zou het er een stuk somberder uitzien. Veel ruimte bieden de economieen van Syrie, Jordanie en met name de Palestijnse gebieden niet op eigen kracht.

Opdrachten

Het Nederlandse bedrijfsleven doet er van alles aan om in aanmerking te komen voor een deel van de koek. Zelfs bij Kok en Van Mierlo heeft VNO-NCW “absoluut een willig oor gevonden” om voor hun aanstaande reis “een aantal attentiepunten mee te nemen”. De ondernemersorganisatie is actief betrokken geweest bij de voorbereidingen op de conferenties in Cassablanca en Amman, waar de economische ontwikkeling van onder meer het Midden-Oosten werd besproken. In de afgelopen periode zijn Nederlandse handelsmissies, al dan niet in een politiek kielzog, af en aan gereisd en dat zal ook in de komende maanden zo blijven. Verder wil VNO-NCW voor de zomer een aantal beleidsmakers uit de regio in Nederland bijeen krijgen. Dat alles heeft er volgens Verhaegen toe geleid dat het Nederlandse bedrijfsleven echt kansrijk is bij de verwerving van een aantal omvangrijke opdrachten. Belangstelling bestaat onder meer voor energie-, spoorweg- en metropoen in Israel. Ook bij de winning en zuivering van water ke Nederlandse bedrijven een rol spelen. In Jordanie richten de blikken zich onder meer op de herinrichting van de internationale luchthaven van Amman en op de aanleg van de spoorlijn Accaba-Amman. Intenties en verwachtingen zijn er dus volop, maar tot echte opdrachten hebben die nog nauwelijks geleid. Of het vredesproces de voorbode is van een lucratieve periode voor het Nederlandse bedrijfsleven, moet nog blijken. In het verleden is al vaker gebleken dat Nederlandse ondernemingen bepaald niet altijd voorop lopen bij de ontginning van nieuwe gebieden.

*) D.J. Godfroid is redacteur van het ANP.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels