nieuws

Aantal werkenden in schildersbranche daalt

bouwbreed

Het aantal werkenden in het schildersbedrijf daalde in 1994 met 4% ten opzichte van het jaar daarvoor. De daling trad op in bijna alle functies. Alleen het aantal handarbeiders steeg. Een en ander valt op te maken uit een onderzoek van het Economisch Instituut Bouwnijverheid.

In 1994 bedroeg het gemiddelde aantal werkenden 27.733, tegenover 28.974 in 1993. De daling werd veroorzaakt door een afnemend aantal werkenden in de beroepsgroepen schilders en voorlieden (min 6%), bedrijfsleiders en uitvoerders (min 1%) en administratief- en winkelpersoneel (min 3%). Alleen de beroepsgroep handarbeiders steeg met 20%.

In 1994 ging 3,6% van de bruto capaciteit verloren aan vorstverlet en ziekteverzuim. In 1993 was dit dit nog 10,6%. Deze toename van de netto capaciteit werd voor een groot deel veroorzaakt door een drastische daling in het aantal manjaren ziekteverzuim na 1 januari 1994, de datum waarop de Wet Terugdringing Ziekteverzuim van kracht werd.

De grootste daling in het gemiddelde aantal schilders vond in 1994 plaats in de provincie Drenthe. Hier nam dit aantal met bijna 11% af. Alleen in de provincie Flevoland lag het gemiddelde aantal werkende schilders in 1994 hoger dan in 1993. ook de drie provincies met gemiddeld het grootste aantal schilders (N-Holland, Z-Holland en Brabant) gaven allemaal een daling van tenminste 6% te zien.

Verder valt op dat het aantal schilders in de leeftijdscategorie 16 tot en met 24 jaar in ’94 sterk terugliep. Alleen de klasse 45-54 jaar kende een vrijwel even groot gemiddeld bestand als in 1993.

De daling van het aantal schilders deed zich overigens voor bij de kleinere bedrijven. In de bedrijven die in dat jaar meer dan 20 mensjaren verloonden, was sprake van een stijging met 10%.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels