nieuws

Van Velzen: Cijferwerk kan uit raam worden gegooid NWR spuit kritiek op prognosemodel

bouwbreed Premium

Het prognosemodel sociale huursector, waarin de investeringen van corporaties worden afgezet tegen hun inkomsten, vertoont grote tekortkomingen. Men doet er dan ook goed aan niet te veel waarde eraan te hechten. “Alle cijfers uit het model ke zo het raam uit worden gegooid.”

Aldus directeur N. van Velzen van de Nationale Woningraad op een symposium in Nieuwegein.

Het prognosemodel is door staatssecretaris Tommel tegelijk met de VROM-begroting voor 1997 naar de Tweede Kamer gestuurd. In het model wordt voor de woningcorporaties een investering geraamd van f. 54 miljard in nieuwbouw, herstructurering, duurzaam bouwen en leefbaarheid.

De sociale sector kan die investering volgens Tommel doen, omdat de rente en inflatie laag zijn, er een redelijke huurstijging mogelijk is, de algemene bedrijfsreserve groot is en uit de verkoop van corporatiewoningen extra inkomsten zijn te verkrijgen.

Volgens Van Velzen wordt veel te serieus omgegaan met deze en andere uitkomsten van het model. Er worden te veel voorspellingen gedaan over macro-economische gegevens, terwijl die toch zeer onzeker zijn. Daar komt bij dat de cijfers over bijvoorbeeld rente, inflatie en huurontwikkeling door de politiek ke worden beinvloed.

Gevaarlijk

“In die zin zijn de cijfers zelfs levensgevaarlijk”, aldus Van Velzen. “Als de politiek ze namelijk verkeerd gebruikt, wordt de werkelijkheid in de sociale huursector mooier voorgesteld dan dat ze in werkelijkheid is. Daar moeten we dus voor oppassen.”

Van Velzen wees ook fijntjes op enkele belangrijke voorwaarden waaraan moet worden voldaan, wil de corporatiesector de investeringen waar ze blijkens het model voor staat ke plegen. “Het moet uit zijn met de ordeningsdiscussie; er moet minder worden gerommeld in de marge, zoals met het PvdA-plan voor een nieuwe sociale koopsector, en de overheid moet nadenken over een consistent subsidiebeleid voor de komende vijf tot tien jaar, voor als de ontwikkelingen ongunstiger uitpakken dan in het prognosemodel wordt verwacht.”

Vraagtekens

Van Velzen stond niet alleen in zijn kritiek. Ook dr. J.B.S. Conijn van het onderzoeksinstituut OTB zette in zijn bijdrage de nodige vraagtekens bij de waarde van het prognosemodel, vooral omdat er zoveel buiten beschouwing is gelaten.

Zo blijft bijvoorbeeld het gedrag van de sociale verhuurders op de woningmarkt onbesproken. Conijn: “Waarom zouden individuele corporaties gebonden zijn aan de investeringsprogramma’s?”

Maar ook de verschillen tussen rijke en arme corporaties worden niet aangeroerd. “De middelen zijn lang niet altijd daar waar de taken liggen.” En evenmin hebben de huurders een rol toebedeeld gekregen. “Zullen de huurders de huurstijging waarmee in het model wordt gerekend wel voor lief nemen?”

‘Naieve gedachte’

Conijn waarschuwde ervoor dat het huidige prognosemodel niet overeenkomt met de werkelijkheid in de sociale huursector. En zijn kritiek richt zich met name “op de naieve gedachte dat de werkelijkheid zich zal voegen naar de uitgangspunten van het model alsof we in een planeconomie leven”.

De OTB-onderzoeker stelde er dan ook zijn verwachting over werkelijkheid tegenover: corporaties zullen zich meer richten op een versterking van de financiele positie, de huurstijgingen zullen lager zijn dan verwacht, de herverdeling van geld tussen corporaties zal onvoldoende van de grond komen, er zullen meer woningen worden verkocht, en er zullen minder goedkope woningen op Vinex-locaties worden gebouwd.

Reageer op dit artikel