nieuws

SCP bepleit sloop goedkoop deel na-oorlogs woningbezit

bouwbreed Premium

Er moet de komende tien jaar flink worden geinvesteerd in de na-oorlogse woningvoorraad in de grote steden. Tegelijkertijd met of liever nog voorafgaand aan de bouwactiviteiten in het kader van de Vinex, moet de eenzijdigheid van de na-oorlogse wijken worden doorbroken. Dit betekent onder andere sloop van goedkope woningen en vervanging door duurdere woningen.

Het Sociaal-Cultureel Planbureau (SCP) pleit hiervoor in zijn Sociaal en Cultureel Rapport 1996.

Twee jaar geleden waarschuwde het SCP nog dat het volkshuisvestingsbeleid al snel zou ke leiden tot ruimtelijke segregatie en gettovorming in de steden. Die verwachting, zo constateert het bureau nu, is niet uitgekomen.

Wel kan worden geconstateerd dat de bevolkingsopbouw in vooral de na-oorlogse woonwijken in de grote steden steeds homogener wordt. Met name de alleenstaanden, etnische minderheden en lagere inkomens zijn er gehuisvest; gezinnen, autochtonen en hogere inkomens trekken uit de grote stad weg.

De rijksoverheid heeft inmiddels ook onderkend dat dit een probleem is, en probeert aan de hand van het grote-stedenbeleid en door herstructurering van bestaand stedelijk gebied deze ontwikkeling te keren. Het SCP is sceptisch over de vraag of dat voldoende is. Het wijst hierbij op de mogelijke negatieve gevolgen van de bouwactiviteiten op de Vinex-locaties.

“Het risico is aanwezig dat met de komst van de grote woningbouwlocaties aan de rand van de steden de selectieve migratie uit de bestaande wijken van de grote steden een nieuwe impuls zal krijgen vormen in dit verband nog eens een extra risico.”

Eerste aanzet

De huidige inspanningen van het rijk op het terrein van de herstructurering en de verbetering van de leefbaarheid worden door het SCP dan ook omschreven als een “eerste aanzet”, die een verstrekkender vervolg zal moeten krijgen.

Te denken valt aan een investeringsimpuls zoals is gegeven bij de stadsvernieuwingsoperatie in de vooroorlogse stadswijken. Eerder pleitten de middelgrote gemeenten en de Raad voor de Volkshuisvesting hier al voor. “In de vroeg- en laat-naoorlogse flatwijken in de grote steden”, aldus het SCP, “zullen grote investeringen moeten plaatsvinden, niet alleen om de bestaande woningvoorraad kwalitatief op peil te brengen – wat primair de taak van de woningcorporaties is – maar ook om de woningvoorraad te herstructureren. Dit betekent dat goedkope woningen moeten worden afgebroken waarvoor duurdere woningen in de plaats worden gebouwd.”

Het SCP erkent dat dit vaak “een enorme stap” is voor gemeente, corporatie en bewoners. Desondanks moet ze worden gezet, en snel ook. “Over tien tot twintig jaar kan het te laat zijn om in te grijpen.”

Ordening

In het rapport wordt ook ingegaan op het volkshuisvestingsbeleid dat sinds de nota-Volkshuisvesting in de jaren negentig wordt gevoerd. Uit de tussenbalans van het SCP blijkt dat het systeem van financieel verzelfstandigde woningcorporaties, die zonder bouwsubsidies, zonder landelijke huurtrend en zonder taakstellend bouwprogramma hun werk naar behoren moeten verrichten, overlevingskansen wordt toebedeeld.

“De conclusie is vooralsnog positief. De nieuwe ordening zal houdbaar blijken, mits men niet huiverig is de invulling ervan aan te passen aan de veranderende omstandigheden.” Daarmee doelt het SCP op de verbetering van het toezicht op corporaties (staatssecretaris Tommel is hier al enige tijd mee bezig), het zo effectief mogelijk inzetten van kapitaaloverschotten bij de corporaties voor de volkshuisvesting en het begrotingsbeleid niet te strak wordt gehanteerd. Want het is het planbureau opgevallen dat er wel erg weinig geld op de VROM-begroting is voor nieuw of aanvullend beleid.

Over het nieuwbouwprogramma tenslotte merkt het SCP op, in navolging overigens van het ministerie van VROM, dat de vraag naar nieuwe woningen nog aanzienlijk zal toenemen. Tot het jaar 2010 zullen er nog zo’n miljoen woningen bijgebouwd moeten worden. In het rapport wordt gewezen op het belang van een goede bouwkwaliteit.

Ook moet worden gezorgd voor een betaalbaar en gedifferentieerd woningbouwprogramma, waarbij zeker ook de woningen voor alleenstaanden niet mogen worden vergeten.

Reageer op dit artikel