nieuws

Veenbodem onder HSL wordt niet verhard

bouwbreed Premium

Er zijn geen plannen om de slappe bodem onder het 90 kilometer lange trace van de HSL-zuid te verharden. Wel wordt onderzocht of de funderingstechnieken die nu in het ontwerp zijn opgenomen door andere, goedkopere, ke worden vervangen zonder dat er kans bestaat op ongelukken door zich in de ondergrond voortplantende golven.

Minister Jorritsma van Verkeer en Waterstaat heeft dit laten weten in antwoord op vragen van Tweede-Kamerlid Rosenmoller van GroenLinks. Deze stelde zijn vragen naar aanleiding van berichten dat de hogesnelheidstrein bij snelheden van meer dan 150 kilometer per uur de golven, die hij zelf in de veenbodem veroorzaakt, inhaalt waardoor ernstige ongevallen ke ontstaan.

In Duitsland heeft op een oude spoorlijn reeds een ongeval met een goederentrein plaatsgevonden waarvan men aanneemt dat het fenomeen van de golfvoortplanting in de bodem de oorzaak was.

In de huidige plannen voor het HSL-trace zijn volgens Jorritsma echter overal voorzieningen opgenomen om dit risico uit te sluiten. In het Brabantse deel wordt geen slappe grond aangetroffen, zodat het probleem daar niet speelt. De Hoeksche Waard en het Develgebied, waar wel slappe grond voorkomt, is voorzien in een zettingsvrije plaat op palen, waardoor golfvoortplanting wordt voorkomen.

Boven Rotterdam wordt, behalve het deel langs Zoetermeer waar een aarden baan van 4,8 kilometer is ontworpen, het hele trace op betonnen kunstwerken op palen uitgevoerd zodat daar evenmin problemen zijn te verwachten. Ook de aarden baan bij Zoetermeer vindt de minister een verantwoorde oplossing.

Goedkopere constructie

Niettemin is Railinfrabeheer, de NS-dochter die verantwoordelijk is voor de aanleg van de HSL, wel bezig met onderzoek naar alternatieve funderingstechnieken. Daarbij wordt vooral gezocht naar goedkopere constructies dan die nu in de plannen zijn opgenomen. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar het gebruik van kalk/cementkolommen. Daarbij wordt een kalk/cementmengsel in de veenbodem geinjecteerd dat – nadat het is gebonden door water – harde kolommen in de grond vormt. Deze methode, onder andere in Japan en Scandinavie met succes uitgevoerd, kan wellicht ook in de Nederlandse situatie uitkomst bieden.

Volgend jaar zullen proeven worden genomen, waaruit onder andere duidelijk moet worden of de methode inderdaad voor de Nederlandse ondergrond geschikt is en op welke onderlinge afstand het kalk/cementmengsel moet worden geinjecteerd.

Volgens pomanager Olsthoorn van Railinfrabeheer kan de nieuwe techniek vooral interessant zijn voor het deel van het trace dat door de Hoeksche Waard en het Develgebied loopt.

Reageer op dit artikel