nieuws

Schamharts belangrijke bijdrage aan Haagse architectuur in beeld gebracht

bouwbreed Premium

Architect Sjoerd Schamhart (77) staat in de naslagwerken met twee grote projecten in Den Haag: het Rijksarchief en woningencomplex Couperusduin. Zijn belang voor Den Haag strekt verder, blijkt uit een tentoonstelling in het Architectuurinstituut en een monografie over zijn leven en werk.

Op initiatief van mensen uit zijn omgeving is bij uitgeverij 010 een boek verschenen over leven en werken van de Haagse architect Sjoerd Schamhart. Naar aanleiding daarvan is een bescheiden tentoonstelling samengesteld die tot 22 september te zien is in de galerijzaal van het Architectuurinstituut. Daarmee wordt recht gedaan aan een bevlogen vakman. Een burger bovendien die niet schroomde zijn vakkennis in te zetten voor heftige polemieken over het ruimtelijk beleid in Den Haag, de stad waaraan hij zijn leven lang verbonden is gebleven.

Schamhart is het architectenvak binnengekomen via een vooroorlogse opleiding weg- en waterbouwkunde en de na-oorlogse Amsterdamse Academie van Bouwkunst. Hij kreeg les van bekende moderne architecten als Maaskant, Bijvoet en Rietveld. Bureau-ervaring deed hij op bij Van Tijen in Rotterdam waar hij onder leiding van Groosman werkte aan de woningbouw in het Rotterdamse Zuidwijk.

Van 1950 tot 1962 werkte hij bij Gemeentewerken in Den Haag. Hij ontwierp diverse scholen, waaronder het Grotius Lyceum, het Stevin College, de 345 meter lange visafslag aan de Scheveningse haven en een uitbreiding aan het Gemeentemuseum van Berlage. Architectuur die modern is in de beproefde zin van het woord. Het zijn bovendien gebouwen die getuigen van beheersing van het ambacht; goede architectuur die, in weerwil van het bekende gezegde, toch niet lekt.

Schamharts glorietijd kwam evenwel pas daarna, toen hij een eigen bureau begon. Onder invloed van de ideeen van de Forumgroep gaf hij een eigen interpretatie aan het modernisme dat hij door en door kende. Als aanvulling op de ‘moderne’ ruimtelijkheid, pleitte de Forumgroep voor ‘beschermde plekken’, flexibiliteit en bewonersinvloed. In zijn slechtste consequenties leidde dat tot kneuterigheid en een vormeloos ‘bouwen voor de buurt’ waarbij de architect slechts uitvoerder van bewonersgrillen was. Schamhart toonde met Couperusduin hoe het ook kan. Op 1,4 hectare zette hij

289 premie-huurappartementen neer. Op basis van vijf typen maakte hij 75 verschillende varianten. Door het parkeerterrein deels met een tuin te overdekken heeft hij midden in de stad een bijna landschappelijke sfeer gecreeerd. Het complex is van begin af aan populair geweest bij bewoners en Hagenaars. De appartementen worden momenteel te koop aangeboden voor prijzen die ver boven het gemiddelde liggen.

Eveneens in de jaren zeventig paste hij het Rijksarchief in op een onmogelijke locatie bezijden het station Den Haag CS. Net als Couperusduin is ook dit gebouw opgetrokken uit lichte baksteen; het heeft hetzelfde sculpturale uiterlijk waarbij maatwerk voor de diverse te huisvesten functies belangrijker is dan een vooropgezette hoofdvorm.

Minstens zo belangrijk als dit werk is dat Schamhart de basis heeft gelegd voor het nog steeds florerende architectenbureau Atelier PRO. Het handelsmerk is net als bij Schamhart de combinatie van degelijke ambachtelijkheid en gestage vernieuwing.

Wat ook zal beklijven is de geengageerde wijze waarop Schamhart zich in het Haagse culturele leven manifesteert en discussies opstookt over ruimtelijke ingrepen in zijn stad. De tentoonstelling laat daarvan niets zien; daarin staan de zes belangrijkste poen centraal met foto’s en tekeningen en vertelt Schamhart zijn verhaal op video. In het boek zijn behalve de zes projecten ook een paar illustraties opgenomen die Schamhart als actievoerder maakte en komt in de tekst die rol ook uitvoerig aan bod.

H. van Dijk/M. Kloos: ‘Sjoerd Schamhart, architect in Den Haag’. Uitg. 010; ISBN 90.6450.143.2; f. 45.

De gelijknamige tentoonstelling is tot en met 22 september te zien in het NAi .

Het Rijksarchief naast Den Haag CS. “Geef mij de moeilijkste locatie”, zei Schamhart, en gaf er vorm aan met een karakteristieke stapeling van bouwdelen rond een kleine binnentuin.

Reageer op dit artikel