nieuws

Brabant moet afstand houden van pijpleidingen

bouwbreed Premium

Brabantse gemeenten moeten in hun bestemmingsplannen afstand houden van ondergrondse leidingen zoals de Rotterdam Rijn Pijpleiding. Gebeurt dat niet, dan kan niet worden voorkomen dat gebouwen verrijzen binnen de veiligheidsafstanden met alle veiligheidsrisico’s van dien.

Uit een onderzoek van de Regionale Inspectie Milieuhygiene (RIMH) in Noord-Brabant naar 17 Brabantse bestemmingsplannen blijkt dat er te weinig rekening wordt gehouden met de veiligheidszones van ondergrondse leidingen. Hierdoor ke gevaarlijke situaties ontstaan omdat op te korte afstand van de leidingen en woningen en andere gevoelige bebouwing kan worden neergezet.

Brabant wordt doorkruist door een groot aantal ondergrondse transportleidingen. Omdat vaak brandbare en explosieve stoffen door deze leidingen worden getransporteerd, moeten rondom veiligheidszones worden aangehouden. Zo loopt de Rotterdam Rijn Pijpleiding van Hooge en Lage Zwaluwe naar Deurne en wordt gebruikt voor transport van ruwe olie, gasolie en vloeistoffen met een lage dampdruk.

Leidingenbeleid

Uit het onderzoek blijkt dat slechts 3 van de 17 bestemmingsplannen voldoet aan het leidingenbeleid. Dit geldt zowel voor de individuele afstandszone van de leidingen als voor de ruimtelijke reservering van 45 tot 70 meter die bestemd is voor een of meerdere (toekomstige) hoofdtransportleidingen.

Het gevolg hiervan is dat niet voorkomen kan worden dat woningen en andere gevoelige bebouwing zoals scholen, dagverblijven en dergelijke binnen de veiligheids- en toetsingsafstanden worden gebouwd. De kans is daarbij reeel dat de maximaal aanvaardbare veiligheidsrisico’s worden overschreden.

Het onderzoek is gedaan op basis van de plankaarten van de bestemmingsplannen, waarop hier ten daar binnen de veiligheidszones bestaande bebouwing zichtbaar was. Om hoeveel bebouwing het gaat is echter niet vastgesteld. “Het gaat ons erom dat dit soort bebouwing in de toekomst wordt voorkomen”, zo zei een medewerker van de RIMH.

De RIMH doet daarom ook een aantal aanbevelingen. Zo moeten gemeenten hun bestemmingsplannen in overeenstemming brengen met het leidingenbeleid. Instanties die adviseren over bestemmingsplannen en ze ook toetsen, de provincie, de provinciaal planologische commissie (PPC) en uiteindelijk het ministerie van VROM in de persoon van de inspecteur ruimtelijke ordening, meer aandacht moeten geven aan een juiste ruimtelijke vertaling van het leidingenbeleid. Overigens zitten in de PPC zowel de inspecteur ruimtelijke ordening als de inspecteur milieu. “Het is dus ook kritiek op onszelf”, zo zei de medewerker van de RIMH.

Bovendien vindt de RIMH dat er meer aandacht voor het toezicht op de staat van onderhoud van de in Nederland aanwezige leidingen moet komen. Weliswaar controleert de leidingbeheerder regelmatig de staat van de pijpleiding, maar wat er met de onderzoeken gebeurt is bij de inspectie milieu onbekend.

Reageer op dit artikel