nieuws

Snelle kweekreactor te Kalkar wordt pretpark ‘Jongens als ik op deze knop druk zet ik de kerncentrale in werking’

bouwbreed Premium

De Overijsselse zakenman Henny van der Most investeert tussen f. 40 en f. 60 miljoen in de kerncentrale van Kalkar. Hij verandert het complex in ‘Kernwasser Wunderland’ een pretpark met tennishallen, zwembaden, hotels, een achtbaan en een museum. Om het karwei op te knappen trok hij Nederlandse en Duitse aannemers aan, vertelt hij tijdens een rondleiding aan ruim honderd journalisten.

De kerncentrale? Alsof ze op die vraag rekent, pakt de pompbediende een plattegrond. Haar wijsvinger glijdt naar een rood omlijnd blokje op de kaart. “Als maar recht door, langs de rotonde en dan linksaf. Daar is het. Tot ziens”, glimlacht ze.

Nog maar kort geleden liep de bevolking van Kalkar te hoop tegen de kerncentrale, volop gesteund door Nederlandse en Duitse milieugroeperingen. Nu een Nederlandse zakenman de gevreesde ‘fabriek’ verbouwt tot pretpark, blijkt de kweekreactor een aanwinst want de toeristen – ruim een miljoen per jaar – zullen heel wat geld in het laatje brengen. En niet alleen Henny van der Most profiteert daarvan. De plaatselijke middenstand van benzinepomphouder tot aannemer gaat er aan verdienen. Kortom: de snelle kweekreactor is dood, leve ‘Kernwasser Wunderland’.

Draaiend restaurant

De weg naar de kerncentrale voert langs een historisch kerkje, oude pandjes en vriendelijk ogende boerderijen. Dan buigt de straat af naar kale huizen, een mismoedig stukje niemandsland en een parkeerterrein. Achter het hek van het toekomstige amusementspark steekt de grijze koeltoren van de snelle kweekreactor onheilspellend af tegen de asgrauwe hemel.

“We breken niets af”, zegt Hennie van der Most. Hij loopt druk gebarend over het terrein. Op de voet gevolgd door journalisten en cameramensen. “We handhaven de contouren maar we veranderen de buitenkant van de gebouwen. Over een paar jaar ziet het er heel anders uit.”

Hoe het er uit gaat zien? De zakenman toont tekeningen van het toekomstige pretpark. “We maken van de koeltoren een klimwand en in de voormalige machinehal komt een megadiscotheek. Niemand hoeft te vrezen voor geluidoverlast, want de wanden zijn bijna twee meter dik.” Van der Most wijst naar drie massieve gebouwen. “Daarvan maak ik hotels. Er komen 2000 kamers, dat wordt het Manhattan van Kernwasser Wunderland”, vertelt hij enthousiast. Verder denkt de zakenman onder meer aan een kermis inclusief een achtbaan in de turbinehal, een museum waarin hij de ontwikkeling van de kernenergie uit de doeken doet en een draaiend restaurant op een 55 meter hoge fabriekspijp.

Het binnenste van de koeltoren wordt het paradepaardje van Kernwasser Wunderland. Hier zullen twintig ventilatoren met een doorsnede van vijf meter voldoende wind produceren om bezoekers te laten zweven. “Een aantal ingenieurs berekent of dit inderdaad mogelijk is en als het lukt, hebben we een wereldprimeur”, aldus Van der Most.

Aannemers zijn inmiddels begonnen met het verbouwen van de kerncentrale. Parkeerplaatsen, goudvissenvijvers en de entree zijn klaar voor gebruik. Van der Most verwacht de eerste hotelgasten in september. De eerste fase van het pretpark wordt over drie jaar opgeleverd. Hoewel de metersdikke deuren van Kalkar eind mei openzwaaien voor het publiek, is Kernwasser Wunderland nog een amusementspark in wording. De bezoekers moeten het voorlopig doen met excursies door de kweekreactor. Zo’n rondleiding duurt ongeveer drie uur. Onderweg zijn rustpunten waar te midden van enorme machines, brandstofstaven, filterinstallaties en pompen genoten kan worden van buffet-diners en een drankje. Informatiepanelen geven uitleg over de oorspronkelijke functie van de apparatuur. Wat kost nou zo’n kerncentrale?, die vraag ligt iedere journalist op de lippen. De zakenman wil er niets over kwijt. Met een “Dat mag ik niet zeggen”, wimpelt hij de verslaggevers af. Even later licht hij toch een tipje van de sluier op: aan de voormalige eigenaar Schnelle-Bruter-Kernkraftgesellschaft (SBK) betaalde hij tussen f. 2 en f. 5 miljoen. De bouw van het complex kostte destijds f. 8 miljard.

Na de basisschool volgt Henny van der Most (45) drie jaar lager beroepsonderwijs, werkt dan een tijdje als onderhoudsmonteur en pompbediende. Zijn succesverhaal begint in 1974 als hij zich vestigt als handelaar in oud ijzer. Het bedrijf loopt goed, maar Van der Most wil meer. Eerst verbouwt hij de schuur bij zijn woning tot publiek zwembad en horecagelegenheid. Als dit een succes blijkt, koopt hij de failliete textielweverij in Slagharen en maakt van het gigantische fabriekscomplex pretpark ‘De Bonte Wever’. Vervolgens verandert hij een oude aardappelfabriek in Oranjestad in een overdekte speeltuin en tovert hij het Prinses Irene ziekenhuis in Almelo om tot het mega-uitgaanscentrum Preston Palace. Verder is hij eigenaar van onder meer een staalbouw- en constructiebedrijf, een kiprestaurant en een industriele handelsonderneming.

In 1995 hoort hij van de plannen om de kerncentrale in Kalkar te verkopen. De SBK heeft bijna tien jaar gewacht op de nodige vergunningen, maar nu zeker is dat die uitblijven vanwege de enorme weerstand tegen de ‘energiefabriek’ besluit de onderneming om het complex te verkopen.

Van der Most informeert en krijgt te horen dat de snelle kweekreactor, die zich over 50 hectare uitstrekt, in delen wordt verkocht. “Daar had ik geen belang bij en heb me er ook niet meer druk om gemaakt. Zo had ik er toch niets aan”, zegt hij. Als hij een tijdje later hoort dat de SBK het complex in zijn geheel van de hand doet, gaat hij er op af. “De gemeente was eigenlijk meteen al enthousiast. Ik heb ze ook in Nederland uitgenodigd om te laten zien wat ongeveer de bedoeling is. In Kalkar kan ik al mijn plannen en fantasieen ten uitvoer brengen.”

Uniek museum

Een Duitse radiojournaliste drukt haar microfoon onder de neus van Van der Most. “Wilt u iets uitnodigends zeggen tegen onze luisteraars?” De ondernemer haalt zijn schouders op. “Ach mevrouw ik ben geen acteur, ik ben een bouwer.” De verslaggeefster dringt aan en voor het eerst tijdens de rondleiding aarzelt hij. “Iedereen is welkom. Wie er zin in heeft kan langskomen,” zegt hij onzeker. Hij herstelt zich onmiddellijk, beent met grote passen een van de machinekamers binnen en vervolgt zijn rondleiding.

De zakenman opent zware metalen deuren, het gezelschap passeert schakelaars met enorme afmetingen, controlekasten, brandstofstaven en pompen. Op sommige deuren hangt een bordje: wat te doen bij een kernramp. Er kan niets gebeuren, verzekert Van der Most. Weliswaar is de kerncentrale nog helemaal in takt, maar alle middelen om kernenergie op te wekken, zoals natrium en plutonium, zijn eruit gehaald.

“Een groot deel van de kweekreactor blijft intact,” legt hij uit. “Ik zou wel gek zijn om de centrale volledig te ontmantelen. Het is een uniek museum. Waar elders ter wereld ke bezoekers midden in het reactorvat een kijkje nemen?”

Reactorvat

Op de computerpanelen in het midden van de voormalige commando- en controlekamer knipperen honderden gekleurde lichtjes. In de muren zitten tientallen beeldschermen. Het lijkt het decor van ruimteschip ‘The Enterprise” uit de televisieserie Star Trek. Te midden van deze futuristische apparatuur poseert de zakenman voor de fotografen. “Van hieruit kon alles in de kerncentrale in de gaten worden gehouden. Het is het zenuwcentrum van de kweekreactor. In deze ruimte verander ik niets”, zegt hij. Hij houdt zijn hand demonstratief boven een van de panelen. “Jongens als ik op deze knop druk zet ik de kerncentrale in werking.”

De rondleiding gaat verder door een eindeloos lijkend stelsel van gangen, trappen en ‘observatiecellen’, oorspronkelijk bestemd voor de opslag van brandbare elementen. “Achter dikke glaswanden werden met op afstand bedienbare manipulatoren, materiaalproeven genomen. Eveneens werden hier inbouwonderdelen voor de kweekreactor bewerkt”, aldus een informatiepaneel.

“Hier komen we in het Heilige der Heiligen”, zegt Van der Most. Hij gaat voorop naar een hekje waarachter zich een peilloze diepte bevindt. “Dit is het reactorvat”, zegt hij plechtig. Wat hij met dit gat gaat doen weet hij nog. “Ik heb wel een plannetje hoor”, zegt hij geruststellend. “Maar daar laat ik me nog niet over uit.”

Eenmaal buiten vraagt iemand of de enorme elektriciteitsmasten op het terrein blijven staan. Van der Most schudt zijn hoofd. “U kunt ze van me kopen. Alles wat ik niet kan gebruiken is te koop. Elektriciteitsleidingen, apparatuur en tonnen staal. U moet niet vergeten dat ik ook handelaar in oud ijzer ben.”

Reageer op dit artikel