nieuws

NVB schetst profiel van huizenkopers

bouwbreed Premium

De Nederlandse Vereniging van Bouwondernemers (NVB) heeft onlangs een voortreffelijk rapport gepubliceerd waarin de potentiele huizenkopers naar een hele reeks kenmerken in profiel zijn gebracht. Aan de hoofdlijnen van het (OTB)-onderzoek is in de pers al ruime aandacht geschonken, daarom hier alleen nog wat saillante details.

Hoewel het rapport 131 pagina’s telt, heb je het in een uurtje uit, dankzij de zeer toegankelijke presentatie. Voor het onderzoek zijn 2000 bestaande huishoudens ondervraagd die een inkomen hebben vanaf modaal (circa f. 50.000), eventueel willen verhuizen en voorkeur hebben voor een koopwoning. Dat betreft bijna anderhalf miljoen huishoudens.

Van alle drieeneenhalf miljoen huishoudens in Nederland met een bovenmodaal inkomen is zo’n 16% (560.000) serieus van plan te verhuizen naar een huur- of een koopwoning; nog eens 41% wil dat misschien ook wel als ze het ‘ideale’ huis tegenkomen.

Marketing wordt steeds belangrijker. Van al deze twee miljoen verhuisgeneigden wil 70% beslist kopen (1,4 miljoen), waarvan er zo’n 400.000 actief op zoek zijn. Men weet vrij goed wat wel en wat niet gewenst is. Zo wijst ruim 80% een flat of appartement beslist af. Dat geldt zoals te verwachten was voor de suburbane locaties, maar ook voor de stedelijke locaties. Alleen 55-plussers en mensen die in de lagere prijsklassen zoeken willen nog wel wat vaker voor een woning in een meergezinshuis kiezen. Van alle potentiele huizenkopers wil slechts 9% een woning in het centrum van de stad, 34% wil aan de stadsrand, 40% in een kleine gemeente en 15% wil een landelijk gelegen woning. In totaal wil dus 55% van de kopers een suburbane woonomgeving. Dat is alleen in het westen wat lager (48%); in de overige landsdelen ligt het royaal boven 60%. Zelfs in de vier grote stadsgewesten staat deze wens bij rond 45% van de kopers voorop.

Ruimte

De kopers zijn best bereid voor hun woning flink in de buidel te tasten. Slechts 8% zoekt een woning tot f. 180.000; de helft wil tot drie ton gaan en zo’n 43% wil zonodig ook wel meer betalen. Daarvoor stelt men wel eisen. De belangrijkste kwaliteitseis is ruimte. Slechts 12% is tevreden met drie kamers of minder; 63% wil vier of vijf kamers en maar liefst 25% wenst zes kamers of meer.

Dat is een interessant gegeven in het licht van de nieuwbouw van de laatste jaren. In de vrije sector was de verdeling van het aantal kamers rond 15% t/m drie kamers, 82% vier of vijf kamers en slechts 3% zes of meer kamers. Er zullen belangrijk meer grotere woningen in de nieuwbouwplanning moeten komen om te voldoen aan de marktvraag, vooral omdat deze wens tamelijk hard is.

De helft van de potentiele kopers zal een woning met een kamer minder beslist weigeren. Als men voor hetzelfde geld kan kiezen tussen een grote maar sobere woning en een kleinere maar luxe woning, dan wil toch tweederde die grote woning. De luxe kan men later zelf ook wel aanbrengen, maar vergroten van een woning is erg duur, soms zelfs onmogelijk.

Uit de bij verhuizing achter te laten woningen blijkt, dat er inderdaad sprake is van een beweging naar groter wonen: 15% van de achtergelaten woningen heeft drie kamers of minder (tegenover een vraag van 12%), 68% heeft vier of vijf kamers (vraag 63%) en toch nog 17% heeft zes kamers of meer (vraag 25%).

Uit dit laatste cijfer zou men ke afleiden dat er tamelijk veel oudere woningen te koop zullen worden aangeboden. Het aandeel van de grote woningen in de nieuwbouw blijkt immers veel kleiner te zijn. Ook een ander aspect van ruimte is onderzocht. Daarbij zijn aan de diverse mogelijkheden prijskaartjes gehangen, zodat men goed moest overwegen of het dan nog het geld waard was. Voor een garage zou de meerprijs f. 75.000 zijn, niettemin zei tweederde van hen daar ja op. Een serre ( f. 40.000) wilde 45%, een tweede toilet ( f. 3000) zelfs 91%. Een extra ruime badkamer ( f. 2000) werd door 89% als gewenst meerwerk gezien en een verrassende 36% wilde graag een kelder, ook als deze f. 20.000 extra kost.

Bij flats bedroeg de meerprijs van een garage f. 27.000, de helft van de kopers wilde dat wel neerleggen. Dat gold ook voor een balkon van f. 7000. Voor een vrij uitzicht hadden 75% van de appartementskopers wel f. 10.000 over. Een extra ruime badkamer viel bij driekwart van hen in de smaak, een tweede toilet werd echter maar door de helft overwogen.

Het anti-auto beleid

De minister van VROM wil graag dat er meer flats en minder eengezinswoningen worden gebouwd. De woonwensen van de potentiele kopers wijzen er niet op dat de woningzoekenden aan die wens tegemoet willen komen. Dat geldt ook voor het autogebruik.

Van de potentiele huizenkopers heeft 68% een auto en nog eens 27% meer dan een. Zij zijn ook over hun gebruik van het openbaar vervoer ondervraagd. De beantwoording van die vraag spreekt boekdelen: met het openbaar vervoer reist dagelijks 14% van de stedelijke bewoners (10% van de suburbane), enkele keren per week 16% stedelijk (9% suburbaan), soms 44% stedelijk (29% suburbaan) en nooit 26% stedelijk (52% suburbaan). Daarbij woont 39% binnen een kwartier van zijn werk en nog eens 36% tussen 15 en 30 minuten. Slechts 13% heeft een reistijd van meer dan drie kwartier.

Als er op de komende Vinex-locaties te weinig rekening wordt gehouden met de wensen van de woonconsumenten, dan zou de vraag nog wel eens lelijk ke tegenvallen. De koper weet wat hij wil en hij is alleen op enkele ondergeschikte punten bereid om water in de wijn te doen. De overgrote meerderheid wil een grote eengezinswoning met tuin in een suburbane woonomgeving en hij rijdt binnen een half uur met zijn auto naar zijn werk. Punt uit.

Reageer op dit artikel