nieuws

Gering herstel van de Italiaanse bouw

bouwbreed Premium

Het herstel van de bouwactiviteit in Italie voltrekt zich traag. Met name de woningbouw brokkelt verder af en na enig herstel zijn ook de vooruitzichten voor de utiliteitsbouw niet zeer gunstig. Voor het lopende jaar wordt een groei van de totale bouwproduktie met krap 2,5% verwacht, maar in 1997 zal de toename, naar zich laat aanzien, weer gering zijn.

De bouwrecessie duurde in Italie wat langer dan in de meeste andere Europese landen. Blijkens gegevens van het Italiaanse instituut CRESME nam in 1993 de totale bouwproduktie met bijna 6% af en 1994 gaf een verder verlies met bijna 3,5% te zien. In het afgelopen jaar ondergingen de utiliteitsbouw en de in Italie relatief belangrijke renovatie weer een herstel van enkele procenten, maar voor de totale bouw was het herstel toch met ongeveer 0,5% nog gering.

De achtergronden van dit trage herstel zijn verscheidene. De algemene conjunctuur was tot voor kort niet zeer gunstig. Daarbij komen de politieke instabiliteit, de moeilijke budgettaire situatie van de overheid en de nog steeds grote bureaucratie. De inflatie is weer toegenomen en mede daardoor is de ontwikkeling van de reele gezinsinkomens negatief. Dit effect werd nog versterkt door een verdere stijging van de werkloosheid. Door de overproduktie in de bouw in de afgelopen jaren worden verscheidene bouwondernemingen geconfronteerd met onverkochte poen en dientengevolge met grote bankschulden, die de financiering van nieuwe poen in de weg staan.

Devaluatie stimulans

De devaluatie van de lire was een stimulans voor de Italiaanse export, die op zijn beurt bijdroeg tot het aantrekken van de industriele produktie. Deze opleving resulteerde aanvankelijk echter maar in beperkte mate in nieuwe investeringen en toeneming van de werkgelegenheid.

Teneinde de produktiekosten te drukken streefden industriele bedrijven in eerste instantie naar verbetering van de produktiviteit en betere benutting van de beschikbare produktiecapaciteit. Nieuwe industriele investeringen betroffen vooral machines en pas na verloop van enige tijd ook gebouwen. In het afgelopen jaar gaven de investeringen een herstel te zien met een groei van 5%, mede als gevolg van de tijdelijke verlenging van de Tremonti-wet, die fiscale faciliteiten verleent bij investering van bedrijfswinsten in het eigen bedrijf. Het is nog onzeker hoe lang deze verlenging zal duren en daarmee is ook het verdere verloop van de investeringsactiviteit nog weinig duidelijk.

Ook de dienstverlenende sectoren van de economie trachten hun produktiviteit te vergroten, onder meer door toepassing van nieuwe technologie. Verwacht wordt dat dit streven zal resulteren in vermindering van het aantal arbeidsplaatsen in verhouding tot de produktie en als gevolg daarvan een geringere ruimtebehoefte.

Woningbouw stagneert

Teneinde de overheidsfinancien te saneren en het begrotingstekort meer in overeenstemming te brengen met de eisen voor toetreding van het land tot de Europese Monetaire Unie, worden de belastingen verhoogd en is het streven de overheidsuitgaven met 32.500 miljard lire te verminderen. De lagere publiekrechtelijke lichamen ontvangen minder uitkeringen van de centrale overheid en zullen trachten dit te compenseren met verhoging van de heffingen in hun eigen belastinggebied.

In de afgelopen drie jaren daalde de woningbouw met 10% en een herstel is nog niet in zicht. Werden in de eerste helft van de jaren tachtig jaarlijks nog 440.000 woningen gebouwd, dat getal daalde tot 252.000 in 1995.

Een van de oorzaken is de daling van het aantal huishoudens en een vrij grote leegstand van woningen. Daarbij komt dat, als gevolg van geringere reele gezinsinkomens en grote werkloosheid ook Italie het verschijnsel kent van terughoudendheid van gezinnen om verplichtingen op langere termijn aan te gaan. Daar komt bij dat de woningprijzen – zowel voor bestaande als nieuwe woningen – in de jaren tachtig sterk zijn gestegen. Inmiddels zijn de prijzen wat gedaald, maar onvoldoende om nieuwe vraag op te roepen.

De stagnatie in de woningbouw viel nog mee in de subsector van de een- en tweegezinswoningen. Deze worden echter in vrij grote mate, min of meer legaal, door de eigenaars zelf gebouwd. Het meest daalde de produktie van meergezinshuizen, die door bouwbedrijven worden gerealiseerd. Verscheidene daarvan hebben echter grote bankschulden en, ook al omdat de banken hun condities hebben verscherpt, valt het hun moeilijk nieuwe projecten te financieren.

Herstel utiliteitsbouw

In de tweede helft van de jaren tachtig was de produktie van bedrijfsgebouwen groot en gedurende de jaren van recessie ontstond leegstand. De de in geld gemeten gebouwenproduktie daalde in drie jaar tijds met bijna een kwart en het volume van de nieuwbouw nam af van 125 miljoen kubiek in 1992 tot 94 miljoen kubiek in 1994.

Het grootst was de daling in de kantorensector (-35%); voor gebouwen voor de nijverheid was die -25% en voor winkelcentra -19%. Behalve de overproduktie in de voorgaande jaren droeg ook het hiervoor reeds geschetste streven naar rationalisatie bij tot de geringe vraag tot in 1994.

In 1995 begon een herstel van de produktie van gebouwen voor de nijverheid en winkelcentra. De vooruitzichten voor het lopende jaar wijzen op een voortgaand herstel, dat echter in 1997 weer zou ke vertragen.

Ook de utiliteitsbouw in opdracht van overheden is, na een substantiele daling, in 1995 met 3,8% weer gaan aantrekken. De stijging van de produktie betrof vooral gebouwen voor de centrale overheid. De groei zal zich naar verwachting in het lopende jaar voortzetten; voor de komende jaren zijn de vooruitzichten gematigd positief.

Ook de produktie in de grond-, water- en wegenbouw onderging een sterke daling, die vooral de wegenbouw heeft getroffen, terwijl zich daarentegen de spoorwegbouw positief bleef ontwikkelen. De aanbestedingen van de met wegenbouw belaste autoriteiten namen in 1994 weliswaar sterk toe, maar de voor uitvoering bestemde fondsen van de centrale overheid bleven uit en het aangaan van nieuwe verplichtingen werd in 1995 bij wet geblokkeerd.

De omvang van de produktie in het lopende jaar en de komende jaren hangt af van een herzien systeem van opdrachtverlening en de mogelijkheid vertragende bureaucratie te verminderen. Reeds opgedragen werken, die door red tape zijn opgehouden, moeten nu zo snel mogelijk worden uitgevoerd. Procedures moeten worden vereenvoudigd en men zoekt naar wegen voor particuliere co-financiering.

Behalve de noodzakelijke verbetering van de infra-structuur is het scheppen van werkgelegenheid een belangrijke doelstelling van dit beleid. Het produktiepeil zou daardoor in het lopende en komende jaar elk met 2 a 2,5% ke stijgen.

Veel renovatie

De renovatie is in Italie met 40% van de totale bouwproduktie de grootste sector. Na een daling in 1993 van vooral de verbetering van utiliteitsgebouwen trad in 1994 bij de woningrenovatie weer een herstel in.

In Italie is rond driekwart van het bestand eigen woningbezit, waarvoor de geneigdheid tot instandhouding relatief groot is. De bereidheid tot woningonderhoud is toegenomen; daar komt bij dat in verschillende woningen installaties moeten worden aangepast aan Europese normen. Voorts maken investeringen van bedrijven in machines in bestaande gebouwen bouwkundige aanpassingen nodig.

Subsidies van de centrale overheid in het kader van een vierjarenplan voor stadsvernieuwing en woningverbetering tot een bedrag van bijna 12 miljard lire draagt bij tot een intensivering van de stadsvernieuwing en woningrenovatie. Verwacht wordt dat de produktie in de sector van renovatie en onderhoud in de komende jaren jaarlijks met 2,5% zal stijgen.

Jaarlijkse procentuele stijging per sector

1993 1994 1995 1996 1997 nieuwbouw woningen -0,7 -6,0 -3,6 -0,1 -1,9 part. utilititeitsbouw -8,5 -12,0 4,0 4,8 1,6 publieke utiliteitsbouw -12,0 -6,5 3,8 2,0 1,1 civiele sector -14,4 -3,2 -0,6 2,3 2,1 waarvan wegen en bruggen -6,8 -4,2 -16,4 4,0 8,1 renovatiewoningen -0,5 2,5 2,7 3,3 2,0 andere gebouwen -6,8 -0,2 2,5 2,2 1,5 Totaal bouw -5,8 -3,3 0,6 2,3 1,0

Reageer op dit artikel