nieuws

Jubileum-expositie in Boijmans Bouwfonds openbaart kunstbezit

bouwbreed Premium

Dynamiek en innovatie zijn begrippen die bij het jubilerende Bouwfonds Nederlandse Gemeenten hoog in het vaandel staan. Ze worden onder andere weerspiegeld in de omvangrijke kunstcollectie, waarvan een deel momenteel te zien is in het Rotterdamse Boijmans Van Beuningen. Onder de ruim zestig werken portretten van Koningin Beatrix en Prins Claus die Marlene Dumas in opdracht van het 50-jarige Bouwfonds maakte en straks een plaats krijgen in de ontvangsthal van het hoofdkantoor te Hoevelaken.

De geselecteerde schilderijen en sculpturen zijn afkomstig uit de (directie-)kamers, zalen, gangen, hallen en bedrijfsrestaurant van de twaalf Bouwfonds-vestigingen. Plaatsen waar ze ook voor zijn aangeschaft want de collectie is er om gebruikt te worden in de werk- en publieksruimten.

Het Bouwfonds begon in 1976 serieus met het verzamelen van kunst. Greet Sickinghe-ten Holte, de eerste kunstadviseur memoreert: “In het begin zagen we de kunstcollectie uitsluitend als een verfraaiing van de ruimtes. We zagen haar toen ook nog niet alleen als eenheid, we waren blij met elk ding. Maar op een gegeven moment beseften wij: het wordt een collectie en nu moeten we gaan uitbreiden.”

Na twintig jaar omvat de bedrijfscollectie zo’n 400 moderne schilderijen en sculpturen. Daarnaast zijn een 300-tal grafieken op de werkplekken zelf te vinden. Voor de jubileumtentoonstelling werd de keuze overgelaten aan Wim Beeren, voormalig directeur van het Stedelijk Museum. Hij koos onder andere werk van Penck, Westerik, Malevich, Sol LeWitt, Lucebert, Armando, Schoonhoven, Westerik en Flanagan.

Jaarlijks besteedt het Bouwfonds f. 250.000 aan de aankoop van hedendaagse kunst. “We leven en werken vandaag. We hebben dan ook gekozen voor een het verrijken van ons gebouw met kunst uit deze tijd”, aldus Raad van Bestuur-voorzitter Simons in het voorwoord van de bij de tentoonstelling verschenen catalogus. De kunst staat volledig los van de bedrijfsvoering en is ondergebracht in een driekoppige Kunstcommissie.

Overigens is het niet voor het eerst dat het Bouwfonds bij het Boijmans wordt gesignaleerd; drie jaar geleden was ze betrokken bij de uitbreiding met het kunstnijverheidspaviljoen Van Beuningen-de Vriese dat met het oudste deel van het museum werd verbonden.

De kunstwerken hangen doorgaans in de openbare werkruimtes van het Bouwfonds waar ze ook voor niet Bouwfonds-medewerkers zijn te bezichtigen. De hedendaagse collectie van het Bouwfonds heeft een museaal karakter, maar in tegenstelling tot dergelijke instellingen neemt het Bouwfonds geen extra veiligheidsmaatregelen.

“In vergelijking met een museum heeft onze kunst wel meer te lijden”, licht Frank de Beer, directeur Bouwfonds Kunstcommissie toe. “Niet alle gangen zijn even breed dus de koffiejuffrouw raakt wel eens wat, onze restauratiekosten zijn dan ook wat hoger, maar we zijn een bedrijf, geen museum.” Dat de prijs van sommige werken in de loop der jaren aanzienlijk in waarde is gestegen, is een aangename bijkomstigheid. Maar van verkoop is absoluut geen sprake. De Beer: “het zijn geen beleggingsobjecten”.

Van het Bouwfonds-personeel dat zich laat inspireren door de hen omringende kunst wordt wel enig aanpassingsvermogen gevraagd. Om de werknemers kennis te laten nemen van de totale collectie hangen de werken nooit langer dan een half jaar op een plek. “Een heel gedoe”, erkent De Beer, maar “het ophangsysteem is vrij flexibel”.

Nu 15 procent van de bedrijfscollectie tijdelijk in het Boijmans huist, is het voor velen even wennen. “We krijgen nu al van het personeel reacties dat het gebouw toch zo kaal is met de vraag wanneer de kunst weer terugkomt.”

De affiniteit met de werken blijkt verder uit het aantal bijnamen dat binnenskamers circuleert. “Een schilderij van Ronald Versloot is bij ons bekend als de Epener Incestzaak.” Om de belangstelling voor de collectie te stimuleren werd ‘het schilderij van de maand’ in het leven geroepen dat een kunstwerk voor het voetlicht plaatst.

De collectie wordt gekenmerkt door een grote mate van diversiteit. “Wij hebben niet de verplichting om een heel tijdsbeeld te geven, na twintig jaar verzamelen geef je dat wel, maar het is niet volledig”, verklaart De Beer. Momenteel wordt getracht de collectie completer te maken door van een kunstenaar meerdere werken aan te schaffen.

Ooit had het Bouwfonds de intentie om elk bouwpo met een kunstwerk af te sluiten. Anno 1996 streeft het Bouwfonds ernaar elk jaar een kunstenaar een specifieke opdracht te geven. Zo mocht Andre Volten in 1993 een sculptuur maken voor het hoofdgebouw in Hoevelaken (‘Spiegel van de Hemel’).

Ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het Bouwfonds werd Marlene Dumas benaderd om het koninklijk paar te portretteren. Het resultaat is allesbehalve stereotype; de kunstenares heeft vooral de minder belichte karakteristieke kanten van het paar belicht. Dumas: “Ik probeer iets over over menselijkheid en over de werkelijkheid te zeggen. Mijn portretten tonen eigenlijk niet wat je ziet, maar wat je denkt dat je ziet. Ik speel vaak met de zogenaamde herkenbaarheid van dingen en van mensen.”

De Beer: “De reacties zijn zeer uiteenlopend, maar alom bestaat er waardering voor de lef dat het Bouwfonds hiermee toont”. Ook in het buitenland is het initiatief niet onopgemerkt gebleven. “We hebben nu al een aanvraag voor het in bruikleen geven van de portretten van Dumas aan een Zwitsers museum. Het geeft het belang van onze collectie aan.”

Bouwfonds Kunstcollectie: twintig jaar verzamelen is tot en met 14 april te zien in het Museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20 te Rotterdam.

Reageer op dit artikel