nieuws

‘Buitenland’ garandeert voortbestaan grondreiniger

bouwbreed Premium

‘Het milieu’ verliest aan belangstelling en de subsidies voor het verbeteren ervan nemen overeenkomstig af. Als gevolg daarvan daalt de omzet van de grondreinigers, verkleinen de marges en stijgt de concurrentie. Eerder liet de Nederlandse Vereniging van Procesmatige Grondreinigers (NVPG) weten dat steeds minder grond voor schoonmaak wordt aangeboden. Voor een bedrijf dat het voortbestaan wil veiligstellen rest er niet veel anders dan uit te wijken naar het buitenland.

President-directeur T. Broekhuis van het grondreinigingsbedrijf Broerius uit Barneveld vindt dat de gang naar het buitenland geen luxe is maar een maatregel om de toekomst van het bedrijf veilig te stellen. Zijn onderneming werkt sinds 1989 in het Saksische Deutzen nabij Leipzig. Daar bouwde hij een thermische reinigingsinstallatie met een capaciteit van 160.000 ton en een opslagplaats van 400.000 ton. De benodigde investering van enkele tientallen miljoenen bracht hij zelf op. De hoogte van dit bedrag zorgt ervoor dat Broerius in elk geval voorlopig de enige grondreiniger in Saksen blijft. Het succes neemt echter niet weg dat enige steun van de overheid wenselijk blijft. Het openbare bestuur zorgt er op die manier voor dat Nederland de voorsprong inzake milieutechnologie behoudt en de afgeleide produkten en diensten kan exporteren. Te denken valt dan aan het vroegere Oostblok.

Normen

In een gesprek met een delegatie Kamerleden legde Broekhuis uit dat een thermische installatie grond het meest adequaat schoon maakt. In Nederland gebeurt dat in vaste voorzieningen. In de Verenigde Staten wordt daarentegen veel gebruik gemaakt van mobiele installaties. De inzet daarvan brengt minder kosten met zich mee maar de emissies komen niet overeen met de Nederlandse eisen. Aanpassingen maken de installaties dusdanig gecompliceerd dat het gebruik ervan niet meer loont. De aanvoer van schoon te maken grond veroorzaakt om die reden transport en dus milieubelasting. Nu blijven in Nederland de afstanden relatief gering. In Duitsland komt veel vervuilde grond per spoor op de locatie. In beginsel zou dat ook in Nederland ke. De spoorwegen beschikken met het ACTS over een goed functionerend containersysteem. Het zakelijke beleid van de NS rijdt een verdere toepassing ervan echter in de wielen.

Volgens mede-directeur R. Holtrop komt momenteel zo’n 2 tot 3 miljoen kubieke meter vuile grond op stortplaatsen terecht. De NVPG beklaagde zich er inmiddels over dat het Service Centrum Grondreiniging (SCG) mede daardoor te weinig aanbod krijgt. De stortplaatsen zorgen voor een toenemende concurrentie met de reinigers. De gemeenten hebben er alle belang bij dat grond wordt gestort omdat de vergoedingen daarvoor in de eigen kassa vloeien. Voorts ontbreekt het aan afdoende controle op de gang die vervuilde grond maakt. Aanbieders hoeven die niet bij het SCG aan te bieden. De gemeente controleert alleen de schoon te maken locatie. Het SCG zou zich moeten ontwikkelen tot handhavende instantie en dient de huidige ‘makelaarsfunctie’ op te geven. Daardoor ontstaat meer beweging op de markt die tot een grotere activiteit leidt. Afdoende handhaving ontstaat echter alleen wanneer de uitvoerders sancties ke opleggen.

Gasfabrieken

Organisaties als de BSB leveren volgens Broekhuis niet de gewenste doorstroming op maar veroorzaken eerder vertraging. Dat gebeurt temeer omdat de BSB met clusters werkt wat betekent dat eerst bij alle deelnemende bedrijven het bodemonderzoek gereed moet zijn voordat de volgende stap kan worden gezet. Het zijn onder meer deze vertragingen die volgens Holtrop een prijsdaling in de hand werken. Als gevolg daarvan nemen de ontvangsten van de reinigers af waardoor nieuwe technieken niet verder tot ontwikkeling ke komen. In het verlengde daarvan blijft ook de verbetering van bestaande technieken achter. Op de markt zou meer ruimte ke ontstaan wanneer er meer vaart in de schoonmaak van voormalige gasfabriekterreinen komt. Een mogelijkheid daartoe zien Broekhuis en Holtrop in de oprichting van een organisatie die overeenkomt met de Subat, een stichting die de schoonmaak regelt van de bodem onder opgeheven benzinestations.

Reageer op dit artikel