nieuws

V en W komt afspraken over infra-poen niet na

bouwbreed

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat kan de bestuurlijke afspraken, die in het verleden zijn gemaakt over investeringen in infrastructuur, niet allemaal na komen. Daarvoor is eenvoudigweg te weinig geld beschikbaar. Er zal in de werkschema’s met poen moeten worden geschoven. Bovendien is tot en met 2007 amper meer budgettaire ruimte voor nieuwe poen.

Dat wordt gemeld in de begroting van Verkeer en Waterstaat voor 1996. Zoals bekend stelde minister Jorritsma zich bij haar aantreden ten doel orde te scheppen in de vrij chaotische opsomming van infrastructurele poen in de diverse werkschema’s van het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT).

Onderuitputtingen

Doel was onder andere om een zodanige planning te ontwikkelen, dat het probleem van de onderuitputtingen op de begroting van V en W en het Infrastructuurfonds (geld is wel op de begroting gereserveerd, maar kan bijvoorbeeld door vertraging in de voorbereiding van een po niet worden besteed) zich niet meer zouden ke voordoen.

Daar kwam bij dat dit kabinet streefde naar een duidelijker onderscheid tussen de gestelde prioriteiten in de aanlegprogramma’s voor weg, water- en railinfrastructuur. Het beschikbare geld diende eerst in de achterlandverbindingen te worden geinvesteerd, daarna in de hoofdtransportassen en dan pas in de overige verbindingen.

De reorganisatie heeft geleid tot een vernieuwd MIT, met werkschema’s waarin de poen keurig naar ontwikkelingsfase zijn onderverdeeld. Een trotse Jorritsma op de persconferentie over de V en W-begroting: “U kunt nu in een oogopslag precies zien in welk stadium een po verkeert. Het is allemaal veel helderder geworden.”

Maar tegelijkertijd is uit de herverdelingsoperatie gebleken dat Verkeer en Waterstaat in het verleden lokale en regionale overheden teveel bestuurlijke toezeggingen over aan te leggen infrastructuur heeft gedaan. Gevolg is dat het ministerie deze nu, ondanks de fors gestegen budgetten voor investeringen in infrastructuur, niet meer allemaal kan nakomen.

Prioriteitsstelling

Het nieuwe MIT 1996-2000 meldt hierover: “De beschikbare, geextrapoleerde budgetten zijn niet toereikend om alle bestuurlijke toezeggingen op het hoogst mogelijke tempo ten uitvoer te brengen. Nadere prioriteitsstelling is derhalve noodzakelijk en zal op korte termijn in overleg met de bestuurlijke partners plaatsvinden. Noodzakelijk is ook dat V en W op grond van de huidige stand aan bestuurlijke toezeggingen voorzichtig zal moeten zijn met het aangaan van nieuwe bestuurlijke verplichtingen, indien deze in de periode tot en met 2007 tot uitvoering zullen komen.”

Behalve dat het MIT is gereorganiseerd, heeft V en W ook veel aan zelfstudie gedaan. Met name is gekeken naar het functioneren van het management van de voorbereiding en uitvoering van de infrastructuurprogramma’s. Het streven was om te komen tot meer helderheid en realisme in alle fases van de besluitvorming.

Om een goed beeld te krijgen van de werkelijkheid achter alle tijdplanningen en kostenramingen van infrastructurele poen is een audit uitgevoerd. De conclusies daarvan worden in de begroting met een zin samengevat: “De Verkeer en Waterstaat-organisatie worstelt met de opgave om toenemende investeringen in infrastructuur te realiseren met een krimpende (uitvoerings)organisatie binnen een beleidscontext met een toenemende complexiteit, dynamiek en openheid van besluitvorming.” Over maatregelen wordt niet gerept.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels