nieuws

LCA-studie bouwprodukten nog geen bewijs voor milieuwaarde

bouwbreed

De inmiddels al veel besproken en betwiste LCA-waarden (levenscyclus-analyses) van bouwprodukten ke nog geenszins worden beschouwd als afdoende bewijs voor de milieuvriendelijkheid van een produkt. “De uitgangspunten bepalen de uitkomsten van een LCA-studie. En over die aannames valt te twisten.”

Die stelling verkondigde drs. J.G.C.M. Schuyt, directeur van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting op het SEV-congres ‘Duurzaam Bouwen: van experiment tot standaard’, dat gisteren in Utrecht werd gehouden.

Volgens Schuyt is de discussie over de LCA-studies aangezwengeld door de “controversiele”, en dit jaar geactualiseerde Handleiding Duurzame Woningbouw van de SEV. Hierin staan bouwmaterialen en -produkten naar milieuwaarde onderverdeeld. De handleiding wordt veel gebruikt in de bouw en dient op dit moment als uitgangspunt voor het Basispakket Duurzaam Bouwen, dat op dit moment in samenspraak met de bij de bouw betrokken partijen door de Stichting Bouwresearch wordt opgesteld.

Op vorm en inhoud van deze handleiding is veel kritiek gespuid. De zinkindustrie zag er zelfs aanleiding om er een kort geding over aan te spannen (dat zij overigens heeft verloren), en de Vereniging van Fabrikanten van Kunstofleidingsystemen (FKS) verkondigde in een fel getoonzette advertentiecampagne de stelling dat de SEV de werkelijkheid verdraaide. Een vergelijking met de Franse kernproeven op het eiland Mururoa werd daarbij zelfs niet geschuwd.

De FKS zwaaide daarbij met de uitkomsten van een LCA-studie, waaruit zou blijken dat kunststof helemaal niet zo milieuonvriendelijk is als wordt gesteld in de SEV-handleiding. Het zou zelfs beter scoren dan beton.

Natuurlijk reageerde de Vereniging van Producenten van Betonleidingsystemen op deze geluiden. Ook zij liet een LCA-studie uitvoeren, door het onderzoeksinstituut INTRON, en daaruit bleek prompt dat beton het beste scoorde op milieugebied, in ieder geval beter dan pvc.

Eenzelfde discussie is recent aangezwengeld onder de producenten van isolatiemateriaal. De Vereniging van Fabrikanten van eps-bouwprodukten (Stybenex) verkondigde begin deze maand dat een LCA-studie had aangetoond dat geexpandeerd polystyreen beter is dan pur, glaswol en steenwol.

‘Niet zoveel waarde’

De SEV-directeur meent op zijn beurt dat er niet zoveel waarde moet worden gehecht aan de uitkomsten van levenscyclus-analyses. “Velen verwijzen naar LCA-studies. Dit type studie zou de ultieme duidelijkheid verschaffen. Helaas is dit niet het geval: de uitgangspunten bepalen de uitkomsten van een LCA-studie. En over die aannames valt te twisten.”

Als voorbeeld noemde hij de hierboven beschreven twist tussen de kunststof- en beton-producenten. “De kneep zit hem in de aannames: in de LCA van de pvc-branche-organisatie is uitgegaan van een tien keer zo hoge waarde voor het energieverbruik van betonnen leidingen dan in de studie van Intron.”

Het lijkt dus lood om oud ijzer, maar dat wil niet zeggen dat de huidige discussies over de milieuwaarde van bouwprodukten geen nut hebben. Volgens Schuyt hebben ze in ieder geval tot gevolg gehad dat de milieu-aspecten van bouwmaterialen in de toeleverende industrie een zeer hoge prioriteit hebben gekregen. En ook zou de bereidheid van producenten om mee te doen aan het basispakket dubo niet zo groot zijn geweest, als er geen ophef was ontstaan over de SEV-handleiding.

Hij verwacht overigens niet dat de discussie snel zal verstommen. “Het doen van uitspraken over bouwmaterialen raakt toeleverende bedrijven immers in hun portemonnaie, en dat leidt nu eenmaal tot discussies.”

Over vier tot vijf jaar echter zal de materiaal-discussie echter naar de achtergrond zijn verdwenen. “Door nieuwe inzichten, aanpassingen in het produktieproces en door recycle-garanties en -verplichtingen zullen de verschillen ten aanzien van de milieuaspecten tussen de bouwmaterialen steeds subtieler worden”, verwacht Schuyt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels