nieuws

Dijkgraaf wil garanties voor dijkversterking

bouwbreed

De regering moet garanderen dat extra kosten die de dijkversterkingen met zich mee brengen voor rekening van het rijk komen en niet als onderhoudskosten in rekening worden gebracht bij de waterschappen.

Dit zei dijkgraaf A.B. Snoek woensdag bij het begin van de dijkverbetering in het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch en de provincie Noord-Brabant.

Ook drong hij er bij de regering op aan om het voorstel van de Wet op de Waterkering zo snel mogelijk te behandelen. “Ik zou u daarbij in serieuze overweging willen geven om de verworvenheden van de Deltawet Grote Rivieren, ook wel Noodwet genoemd, in de behandeling van de Wet op de Waterkering mee te nemen”, aldus Snoek. Minister Jorritsma kondigde tijdens de bijeenkomst aan dat het wetsvoorstel binnenkort in behandeling wordt genomen en dat de wet in 1996 van kracht wordt.

Volgens Jorritsma moet worden onderzocht of er alternatieven te vinden zijn voor dijkverhogingen. Om het effect van hoge waterstanden teniet te doen, moet niet alleen worden gedacht aan extra dijkverhogingen, aldus de minister. Onderzocht moet worden of het rendabel is het water langer bovenstrooms vast te houden dan wel de rivierbodem te verdiepen.

“Daarnaast is ook meer ruimte voor de rivier van belang. Daarom moeten bijvoorbeeld de effecten van nevengeulen in hun volle breedte worden onderzocht”, aldus Jorritsma.

Ze was tegen het te vaak aanpassen van randvoorwaarden van dijkverhogingen. Een maal per vijf jaar een toetsing en daarna een eventuele aanpassing vond de bewindsvrouw voldoende.

De dijkverbetering die gisteren is begonnen omvat 11 poen met een gezamenlijke lengte van circa 25 kilometer. Daarvan is 80 procent gelegen binnen het Hoogheemraadschap Alm en Biesbos. De kosten van het po bedragen circa f. 240 miljoen, waarvan de provincie Noord Brabant f. 175 miljoen betaalt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels