nieuws

Opdrachtgevers willen niet met de rug tegen de muur

bouwbreed

Opdrachtgevers wensen geen genoegen te nemen met voldongen feiten. Ze willen niet met hun rug tegen de muur gezet worden, zoals in sommige andere landen gebeurt. Er moet dus gewaakt worden voor onherstelbare afwijkingen bij de uitvoering van civiele werken. Dat stelt hoge eisen aan de kwaliteit van de toezichthouder, ook als het toezicht wordt uitbesteed.

Dat stelt ing. J.P.C. Wagemaker van het Adviesburo voor Bouwkonstrukties Wagemaker BV te Rosmalen. In gesprek met Cobouw zei hij, dat er een neerwaartse spiraal valt waar te nemen bij het uitbesteden van toezicht op bepaalde civiele poen aan ingenieursbureaus. “Het is een bedenkelijke ontwikkeling en het is een zorg voor opdrachtgevers zoals Rijkswaterstaat”, aldus Wagemaker. “Ons bureau doet pogingen om het toezicht inzichtelijk, meetbaar en beheersbaar te maken. De directievoering wordt omschreven en de opdrachtgever krijgt voor aanvang van het werk informatie over mogelijke knelpunten en aandachtspunten tijdens de uitvoering.”

Het Adviesburo voor Bouwkonstrukties Wagemaker brengt dit uitgangspunt in praktijk bij de directievoering en het toezicht bij een aantal civiele poen, in opdracht van Rijkswaterstaat.

Toezicht meetbaar

Het is lastig om toezicht meetbaar te maken. Kwantitatief is het nog wel te omschrijven, maar kwalitatief is het moeilijk, stelt Wagemaker. Er zijn geen normen voor de kwaliteit van de directievoering. Toch is het belangrijk dat er goed toezicht is. “Er is in het recente verleden toezicht uitbesteed tegen te lage prijzen. Niemand, zeker de opdrachtgever niet, heeft daar baat bij. Als van de totale kosten van een po de onderhoudskosten een belangrijk deel zijn, dan is het duidelijk dat er niet op de kosten van directievoeren en toezichthouden bezuinigd moet worden. Integendeel, alle zeilen moeten worden bijgezet om een beheerst verloop van de uitvoering mogelijk te maken.” In verhouding tot de totale kosten van een werk zijn de kosten van directie en toezicht meestal beperkt. Toch bepaalt de kwaliteit ervan mede de kwaliteit van het gerede produkt.

Geen televisie

Wagemaker is sinds ’88 betrokken bij de ontwikkeling van het uitbesteden van de directievoering en het toezicht door de Bouwdienst Rijkswaterstaat. “Er zijn een aantal proefpoen geweest, waarvan een deel is geslaagd en een deel voor verbetering vatbaar is. Rijkswaterstaat besteedt 30 tot 40% van de directievoering uit. Dat moet goed gebeuren, want de kunstwerken waar het om gaat zijn kapitaalgoed. Het is geen televisie die je even terug kunt brengen naar de winkel. Als het toezicht niet goed is, loopt de opdrachtgever de kans iets te krijgen wat hij niet bedoelt, maar waar hij niet meer af kan.”

Als voorbeeld van een goede uitbesteding van directievoering en toezicht noemt Wagemaker de bouw van de geluidschermen langs de A12 bij Arnhem. Op 11 juli wordt een deel daarvan officieus in gebruik genomen. Bij dit po heeft de Directie Oost-Nederland van Rijkswaterstaat een proef genomen met de uitbesteding van directie en toezicht.

Verleiding groot

Volgens een onderzoek van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) is het uitbesteden van toezicht en controle gevoelig voor fraude. Wagemaker vindt dat de positie van toezichthouder kwetsbaar is. De praktijk laat volgens hem zien dat de gevoeligheid voor fraude meevalt. Toch moet die mogelijkheid uitgebannen worden en daarom wordt het toezicht bij Adviesburo voor Bouwkonstrukties Wagemaker altijd uitgewerkt op basis van een kwaliteitssysteem. Dat dwingt tot een goede voorbereiding en biedt de opdrachtgever informatie over de aanpak.

Een externe directie kan zich ook makkelijk arrogant opstellen, vindt Wagemaker. Er bestaat bovendien de verleiding om mensen met weinig ervaring in te zetten. “Iemand die direct van de MTS of HTS komt, kan op die manier wel het vak leren, maar is nog niet in staat om de verantwoording te dragen”, aldus Wagemaker.

Geen garantie

De huidige vorm van kwaliteitszorg bij de aannemer alleen biedt niet voldoende garantie op goed werk, vindt Wagemaker. Er is ook goed toezicht nodig. “Aannemingsbedrijven doen er wel alles aan om te voldoen aan de marktvraag op het gebied van certificering, namelijk het halen van een diploma. Het betekent dat men een systeem van werken heeft ingevoerd, dat men voldoet aan een toekomstig selectiecriterium, maar het biedt niet automatisch de garantie op een goed produkt. Het kwaliteitshandboek moet niet beschouwd worden als een mooi boek, dat voor bezoekers ter inzage in de kast staat. Het is net als met vreemde talen: de aanschaf van een Frans woordenboek betekent nog niet dat de bezitter Frans spreekt.”

Wagemaker pleit ervoor kwaliteitsomschrijvingen te beschouwen als een gereedschap voor de goede communicatie tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers. “Laat het voor de opdrachtgever een controlemiddel zijn, voor de aannemer een hulpmiddel”, besluit hij.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels