nieuws

Herbouwers Beiroet laten sociale woningbouw varen

bouwbreed

De Libanese regering lijkt weinig werk te maken van de volkshuisvesting. Gebrek aan overheidsgelden bracht de semi-openbare organisatie voor krediet aan de woningbouw er inmiddels toe de investeringen op te schorten.

Het landsbestuur toont vooralsnog meer belangstelling voor de ontwikkeling van duurdere poen. Het voorstel van particuliere ontwikkelaars gratis bouwvergunningen af te geven voor de sociale woningbouw vond tot op heden geen gehoor bij de regering.

Premier R. Hariri wil Libanon veranderen in het zakelijke en financiele centrum van het Midden-Oosten. Mede voor dat doel werd in mei 1994 de maatschappij Solidere opgericht.

Deze organisatie moet in 25 jaar de binnenstad van Beiroet voltooien. Bij elkaar gaat het om zo’n 1,8 miljoen vierkante meter grond. Het grootste deel van deze locatie is met de grond gelijk gemaakt. Over voor renovatie blijven 264 gebouwen waarvan er 223 worden opgeeist door de oorspronkelijke eigenaren.

Grondverkoop

De eigenaren en huurders in het centrale district van Beiroet kregen 11,7 miljoen A-aandelen van elk zo’n f. 150 in Solidere. Het restant van om en nabij f. 975 miljoen in B-aandelen kwam door middel van inschrijving binnen. De verkoop van grond moet de organisatie voldoende inkomsten leveren voor het betalen van dividend. Volgens de A-aandelen kost een vierkante meter in Beiroet zo’n f. 1500. In andere delen van de stad liep de prijs intussen op tot ruim f. 6000 en in een enkel geval tot f. 18 750.

Het succes van Solidere valt of staat met de komst van binnen- en buitenlandse investeerders en hun vermogen Beiroet te ontwikkelen tot een zakelijk en financieel centrum. Dat is weer afhankelijk van de politieke gang van zaken in Libanon en de rest van het Midden-Oosten.

De groei die de Libanese economie aanvankelijk doormaakte neemt geleidelijk aan af. De Banque Audi rekende voor dat de groei in het eerste kwartaal van dit jaar 5 procent beliep tegen 8,5 procent in dezelfde periode van het vorige jaar. In 1994 kwam de inflatie uit op 12 procent en kwam geannualiseerd in het eerste kwartaal van dit jaar uit op 24 procent.

De eerste drie maanden van 1995 lieten tevens een tekort van zo’n f. 450 miljoen op de betalingsbalans zien. Banque Audi berekende de totale binnenlandse schuld eind 1994 op ruim f. 6 miljard tegen ongeveer f. 1,1 miljard buitenlandse schuld. Het BNP bedroeg toen om en nabij f. 13,5 miljard.

De verhouding tussen de totale openbare schuld en het BNP beloopt dan 50 procent wat volgens deskundigen acceptabel is. Anderen schatten het BNP echter op niet meer dan hooguit f. 6,7 miljard waardoor de verhouding met de openbare schuld op 100 procent uitkomt en het begrotingstekort oploopt tot 40 procent van het BNP.

Investeerders

Hariri wil ’s lands munt koste wat kost stabiel houden en daarmee Libanon interessant houden voor investeerders die op hun beurt voor economische groei moeten zorgen.

De eerste minister lijkt in die stabilisatie te slagen, zij het dat de binnenlandse rente daardoor aanzienlijk is. De overheid geeft momenteel veel uit aan het wegwerken van de binnenlandse schuld. Daardoor neemt het begrotingstekort weer toe en gaat het aanvullen gepaard met het scheppen van meer binnenlandse schuld.

Het landsbestuur vergroot de inkomsten met hogere invoerheffingen en met hogere tarieven voor bouwvergunningen. De overheid verkleinde daarentegen de fiscale inkomsten door de vennootschaps- en personele belastingen te beperken tot maximaal 10 procent. Er blijft zodoende weinig financiele ruimte voor investeringen in grote(re) werken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels