nieuws

Tommel wil meer sociale woningen op Vinex-locaties

bouwbreed

Er is geen enkele reden te veronderstellen dat het onmogelijk zou zijn om van de nieuwbouw op de Vinex-locaties 30% in de sociale sector te realiseren. Sterker nog, dit percentage zou moeten gelden als een noodzakelijk minimum. In de praktijk moet worden gewerkt naar een groter aandeel sociale woningbouw.

Dat stelde staatssecretaris Tommel maandag in een debat met de Tweede Kamer over het ruimtelijk beleid. Hij reageerde op de zorgen die bij de diverse Tweede Kamer-fracties leven over de kwaliteit, betaalbaarheid en haalbaarheid van woningbouw op Vinex-locaties.

De uitlatingen van Tommel staan haaks op hetgeen in de Vinex-uitvoeringsconvenanten met de diverse stadsgewesten is overeengekomen, en op hetgeen wordt vermeld in het Besluit Locatiegebonden Subsidies. In beide gevallen wordt gesteld dat er maximaal 30% in de sociale sector en minimaal 70% in de marktsector moet worden gerealiseerd.

Volgens de staatssecretaris Tommel is er echter alle aanleiding toe de 30% sociale woningbouw als “noodzakelijk minimum” te beschouwen. Hij liet lijken voorstander te zijn van juist een groter aandeel sociale woningbouw op de Vinex-locaties. “Het kan hoger worden”, zo zei hij. “Als er in bestaand stedelijk gebied meer commercieel en minder met subsidie wordt gebouwd, kan er in de uitbreidingslocaties meer gesubsidieerd worden gebouwd.”

Betaalbaar

Bovendien is het zeer goed mogelijk de huizen die op die Vinex-locaties worden gerealiseerd, betaalbaar te houden. Ten eerste omdat er ‘forse subsidies op de Vinex-locaties’ worden verstrekt. Deze ke door de stadsgewesten zo worden gestapeld, dat niet voor iedere woning een beetje, maar voor een “bescheidener aantal woningen” veel meer subsidie kan worden verstrekt.

In de tweede plaats kan de prijs betaalbaar worden gehouden door de huursombenadering. Volgens Tommel kan en moet dit instrument door corporaties veel beter dan tot nog toe gebeurt worden gebruikt om inkomsten te genereren.

Ten derde blijken veel gemeenten bouwgrond voor sociale woningen goedkoper aan te bieden dan bouwgrond voor vrije sectorwoningen. De gemeente Houten, die een opslag van f. 2000 per koopwoningen in rekening brengt ter financiering van sociale woningbouw, is daar een mooi voorbeeld van.

En ten vierde kan er ook goedkoper gebouwd worden. “Wordt er nu wel altijd gebouwd voor de starters op de woningmarkt of wordt toch teveel het stadaardhuis gebouwd, dat misschien te groot is voor velen”, zo vroeg Tommel zich af. De bewindsman is dus optimistisch over de betaalbaarheid van de nieuwbouw: “Ik hoor van corporaties dat het niet gemakkelijk is maar wel mogelijk is, om in die gebieden betaalbare woningen te bouwen. Sterker nog, ook commerciele poontwikkelaars zeggen dat zij in staat zijn om tegen heel betaalbare prijzen woningen te bouwen. Ik heb geen reden om aan te nemen dat dit niet waar is.”

Kwaliteit

Voor Tommel was minister De Boer al ingegaan op de dichtheden waarin op de Vinex-locaties wordt gebouwd. Met name de PvdA was hiertegen in eerste termijn te hoop gelopen. Volgens De Boer gaat het niet aan om in termen van 30 of 60 woningen per hectare te spreken. Veeleer moet worden gekeken naar de aard en het karakter van de locatie. In stedelijk gebied kan zonder voorbehoud in hoge dichtheden worden gebouwd, aldus De Boer.

“Als je echter gaat bouwen in het zuiden van de Haarlemmermeer of in Bergschenhoek, dan is sprake van een andere situatie. Daar kun je geen stedelijke structuur tot stand brengen.”

Dat ging de PvdA-er Duivesteijn niet ver genoeg. Hij diende, mede ondersteund door D66 en GroenLinks, een motie in, waarin wordt gevraagd om een premieregeling ten behoeve van de realisatie van hogere dichtheden.

Groene Hart

In het debat over het ruimtelijk beleid kwam tenslotte opnieuw een verschil van mening aan het licht tussen de coalitiepartners. Aanleiding vormde de reactie van minister De Boer op het verzoek van CDA-er Esselink het restrictieve bouwbeleid te versoepelen voor de beperkte bouwbehoeften van gemeenten die in dat Groene Hart liggen.

De minister wees dit van de hand. De bouwactiviteiten die nog worden ondernomen, vloeien voort uit vigerende bestemmings- en streekplannen. Zodra deze niet meer van toepassing zijn, zal er geen nieuwbouw meer mogelijk zijn, aldus De Boer. Het CDA bleek het hiermee niet eens, en diende een motie in. Daarin wordt om ruimte gevraagd voor de “voor de eigen ontplooiing noodzakelijke groei van de woningvoorraad en de werkgelegenheid” ten behoeve van gemeenten in het Groene Hart. VVD-woordvoerster Verbugt zei haar fractie te adviseren in te stemmen met deze motie. “Wij passen ervoor dat het Groene Hart na afloop van de streekplannen een soort natuurreservaat wordt.”

Overigens stelde De Boer voor dit najaar een discussie over het Groene Hart in het vooruitzicht. “Ik vind het noodzakelijk om in de tweede helft van dit jaar een openbare manifestatie te houden over de vormgeving van het Groene Hart; niet om in discussie te brengen of het Groene Hart niet alsnog verstedelijkt zou moeten worden, want dat is niet het uitgangspunt voor mijn denken, maar wel om te bewerkstelligen dat het Groene Hart een levend, kloppend hart zal zijn.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels