nieuws

PV-netwerk in bouw eind ’96 geprofessionaliseerd

bouwbreed

Het instituut Plaatselijke Vertegenwoordiger (PV) wordt vanaf juni dit jaar gefaseerd ontmanteld. Decennia lang nam het in de bouw een centrale plaats in bij de uitvoering van bedrijfstakregelingen op gebied van vakantie en vorstverlet en de Werkloosheidswet (ww). Eind 1996 zullen alle nu nog werkzame 1600 vrijwillige PV’s zijn vervangen door 160 professionele Administrateur PV’s, verspreid over 250 kantoren.

De meeste PV’s zijn actief lid van de Bouw- en Houtbond FNV en Hout- en Bouwbond CNV. Overdag staan ze zelf op de steiger. Het PV-werk doen ze er in de avonduren bij. De APV’s daarentegen zijn overdag beschikbaar en tevens aangesloten op de computer van het Sociaal Fonds Bouwnijverheid (SFB).

De professionalisering van de dienstverlening is noodzakelijk geworden, door de steeds nauwere samenwerking tussen de Bedrijfsvereniging voor de Bouwnijverheid (BV Bouw) en de Arbeidsvoorziening. Dit maakt het noodzakelijk dat de PV ook overdag bereikbaar is, bijvoorbeeld voor het arbeidsbureau.

Daarnaast is het om allerhande administratieve redenen noodzakelijk dat de PV rechtstreeks toegang heeft tot de computerbestanden van het SFB. Aansluiting van alle PV’s op het computernetwerk van het SFB zou niet alleen te duur, maar ook te arbeidsintensief zijn.

Overdragen

Vandaar de beslissing van de vakbonden, genomen uiteraard in goed overleg met de werkgevers, om het PV-netwerk om te bouwen tot een professioneel APV-netwerk. De eerste PV’s dragen in juni dit jaar hun taken over. Bouwwerknemers moeten dan naar een van de 250 APV-vestigingen voor aanvragen van ww, tussentijds verzilveren van de vakantierechten en verkrijgen van voorlichting en informatie.

Helemaal nieuw is het begrip APV overigens niet. Volgens een woordvoerder van de Bouw- en Houtbond FNV zijn er in de achterliggende jaren al 47 van dergelijke kantoren gerealiseerd. “Nu gaan we het restant PV’s vervangen”, licht hij toe.

De APV’s komen formeel in vaste dienst van een der bouwbonden. Dat betekent voor die organisaties een aanzienlijke lastenverzwaring. Maar het SFB zal aan de bonden een jaarlijks vast te stellen bijdrage in de totale kosten van het APV-netwerk vergoeden. Uitgangspunt daarbij vormen de werkzaamheden die APV’s verrichten ten behoeve van het fonds.

Het ontstaan van de PV voert terug naar het midden van de vorige eeuw. Er bestonden toen – ook in de bouw – zogeheten ‘ziekenkassen’ en ‘dooienbossen’: groepjes werknemers die samen geld spaarden om zieke collega’s te ondersteunen of op het eind een nette begrafenis te ke betalen.

Die groepjes werknemers zouden beschouwd ke worden als de voorlopers van de vakbonden. Vanwege hun sociale betrokkenheid bij zieke collega’s werden die meer gestructureerde werknemersorganisaties door de overheid betrokken bij het tot stand komen van allerlei sociale verzekeringswetten.

Maar ook de werkgevers in de bouw ontdekten al snel het belang van nauwere samenwerking met de vakbonden op sociaal gebied. Zo ontstonden – mede op initiatief van de bonden – eind jaren twintig in verschillende sectoren van de bouw vakantiefondsen. Daarin stortten werkgevers geld, zodat hun personeel ook in de vakantie loon zouden ontvangen.

Vakantiebon

Later werd de vakantiebon ingevoerd. Het verzilveren ervan behoorde tot de taken van de penningmeesters van de plaatselijke afdelingen van de vakbonden. In 1985 werd de zegel vervangen door het geautomatiseerd Rechten Beheer Systeem (RBS).

In 1952 kreeg de PV een taak bij uitvoering van de ww. Bij hem moesten werknemers een ww-uitkering aanvragen en wekelijks het werkbriefje inleveren. Ook bij de vorstverletregeling vervulde de PV een rol. Veel bouwvakkers zijn in de loop der jaren door de PV geholpen als ze een probleem hadden in het kader van de sociale zekerheid.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels