nieuws

Raad van State beslecht ruzie tussen ontgronders

bouwbreed

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vindt dat het provinciebestuur van Groningen aan het aannemersbedrijf Koop Tjuchem BV terecht toestemming heeft gegeven voor het ontgronden van veertien hectare in het natuurgebied Ennemaborg. Het zand is door Koop Tjuchem in 1991 gebruikt voor de aanleg van de A7 bij Winschoten.

De aan Koop Tjuchem vergunde zandwinning is altijd fel bestreden door de Groningse ontgronders A. Kremer BV uit Zuidbroek en B.J. Begeman uit Veendam. Volgens deze bedrijven, die in november vorig jaar bij de Raad van State een rechtszaak voerden, is de door GS verleende ontgrondingenvergunning in strijd met het provinciale beleid. Het landgoed Ennemaborg behoort immers niet tot de vijf zandwinningslocaties die door de provincie zijn aangewezen. De Ennemaborg is in bezit van Het Groninger Landschap.

De afdeling bestuursrechtspraak is er echter van overtuigd geraakt dat de zandwinning in het natuurgebied Ennemaborg primair als doel had het vergroten van het plassengebied. Dat het vrijgekomen zand door Koop Tjuchem kon worden aangewend voor de werkzaamheden aan de A7 was naar het oordeel van het rechtscollege mooi meegenomen.

Als het gaat om dit zogenaamde ‘werk met werk maken’ dan is het toegelaten zand te winnen buiten de vijf vastgelegde winningslocaties, zo staat in de provinciale ontgrondingennota Klei en Zand voor Stad en Ommeland.

Kremer BV, zelf exploitant van een zandwinningsplaats, en Begeman bestrijden de zienswijze van Koop Tjuchem en de provincie. Volgens Kremer heeft Koop Tjuchem onder de dekmantel van natuurontwikkeling op een goedkope manier zand ke bemachtigen. Kremer stelt daardoor omzetverlies te hebben geleden. Maar de afdeling bestuursrechtspraak heeft de verleende ontgrondingenvergunning in stand gelaten en de bezwaren van Kremer en Begeman verworpen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels