nieuws

Duurzame ontwikkeling is meer dan milieu alleen

bouwbreed

In de jaren zeventig werd voor de aanpak van de oude wijken in Eindhoven een bewonerscomite opgericht. De resultaten daarvan gaven mede de stadsvernieuwing vorm die vanaf 1974 in Eindhoven plaatsvond. Technische aanpassingen alleen bleken niet voldoende. De bewoners zaten weliswaar in verbeterde woningen, maar kampten nog steeds met dezelfde sociale problemen. Op de stadsvernieuwing hoorde een sociale vernieuwing te volgen. Een vergelijkbare aanpak komt ook de duurzame ontwikkeling ten goede.

Burgemeester dr. R. Welschen legde op de conferentie ‘Werken met de lokale agenda 21’ van het Platform voor Duurzame Ontwikkeling in Amersfoort uit dat ‘het milieu’ een beetje in het slop is geraakt.

Zeven, acht jaar geleden kreeg het behoud en de verbetering van het milieu grote aandacht. Het toen ontstane enthousiasme neemt echter af omdat vooral zaken aan de orde komen die in de praktijk geen weerslag vonden.

Scenario’s

De bevlogenheid kan evenwel weer toenemen wanneer nadruk wordt gelegd op dingen die wel lukten. Een eindstreep valt in deze niet te halen omdat de ene ontwikkeling de andere in gang zet en omdat de inhoud van een ontwikkeling ook telkens verandert.

Agenda 21 houdt volgens Welschen meer in dan alleen het milieu. Om die reden valt het opstellen van scenario’s voor onder meer de bouw en het verkeer aan te bevelen. Daarin ke later genomen initiatieven een plaats vinden. Niet alles speelt echter een even belangrijke rol. Sanering van vervuilde bodems dient beduidend meer aandacht te krijgen dan het bestrijden van geuroverlast.

Cultuuromslag

Initiatieven mogen geen vernieuwingen tegen houden of buiten beschouwing blijven wanneer blijkt dat ze niet in bestaande scenario’s passen. Het geven van een vorm aan Agenda 21 mag er eveneens niet toe leiden dat voor alles een programma wordt gemaakt. Te denken valt hier aan de cultuuromslag die de agenda vraagt. De cultuur slaat vanzelf om wanneer de deelnemers met een initiatief aan de gang gaan.

Boven alles moeten de activiteiten voor Agenda 21 kleinschalig blijven zodat ze voldoende dicht bij de bevolking en het bedrijfsleven blijven.

Regels

Gedetaileerde regels uit Den Haag en Brussel ke de resultaten beperken of zelfs teniet doen. Volgens Welschen leveren aanbevelingen van bijvoorbeeld bedrijfstakorganisaties al niet het gewenste resultaat op. Nogal wat plannen voor onder meer energiebesparing komen niet aan bij het midden- en kleinbedrijf. Temeer omdat ‘boven’ niet altijd goed te zien is wat ‘beneden’ leeft.

Moeizaam

In soortgelijke bewoordingen liet VNG-directeur P. Dordregter zich uit. Naar zijn mening begint de tijd ook te dringen. In 1996 moeten wereldwijd de meeste plaatselijke overheden overeenstemming over Agenda 21 hebben bereikt. Het gaat hierbij om de aanbeveling die tijdens de wereldmilieuconferentie van Rio werd gedaan.

Vooralsnog komt de uitvoering volgens Dordregter maar moeizaam van de grond. In landen als Groot-Brittannie, Denemarken en Zweden verloopt de gang van zaken beduidend sneller. Dat is vooral in Zweden het geval waar 200 van de 260 gemeenten inmiddels over een Agenda 21 beschikken. Nu laat de Zweedse situatie zich niet zonder meer met de Nederlandse vergelijken.

In de marge

De nationale overheid bemoeit zich slechts in de marge met het milieu zodat er voor de gemeenten voldoende ruimte overblijft om zelf vorm te geven aan het beleid.

Het invullen daarvan lukt echter alleen wanneer het vanuit een innerlijke overtuiging gebeurt. De plaatselijke overheid dient daarbij flexibel in te spelen op wensen en voorstellen van de doelgroepen. Ter sturing brengt de VNG binnenkort een kaderplan uit.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels