nieuws

Tommel stelt bedrijfsreserve van corporaties ter discussie

bouwbreed

Staatssecretaris Tommel wil nog dit jaar een fundamentele discussie met de Tweede Kamer voeren over de wijze waarop corporaties moeten omgaan met hun algemene bedrijfsreserves. Voorkomen moet worden dat corporaties op het aanwezige geld ‘gaan zitten’, in plaats van dat zij investeren in bijvoorbeeld woningbouw.

De bewindsman zei dit in een debat met de Vaste Kamercommissie voor VROM over het huurprijzenbeleid.

PvdA-Kamerlid Duivesteijn liet bij deze gelegenheid blijken zich zorgen te maken over corporaties die weliswaar over voldoende financiele middelen beschikken om te investeren in nieuwbouw of om lagere huurstijgingen tot stand te brengen, maar uit een verkeerd gevoel van zuinigheid het beschikbare geld niet willen besteden.

Tommel erkende volmondig dat dit gevaar er inderdaad inzit, zeker op de wat langere termijn en bij de corporaties met een kleine of helemaal geen woningbouwtaakstelling. Hij zei echter eerst te willen afwachten wat er over dit onderwerp wordt afgesproken in de commissie die zich bezighoudt met de opstelling van een gedragscode voor woningcorporaties. Na publikatie daarvan is vervolgens een fundamentele discussie met de Tweede Kamer over de besteding van de ABR noodzakelijk.

Tommel liet er geen misverstand over bestaan dat wat hem betreft de reserves van corporaties zijn bestemd voor de volkshuisvesting, of dat nu in de vorm van investeringen in de woningbouw is, of dat ze ter verlichting van de woonlasten worden gebruikt. De roep van corporaties om meer overheidssubsidies voor sociale woningbouw zal door de staatssecretaris voorlopig dan ook niet worden beantwoord. “Ik spreek diezelfde corporaties eerst aan op hun reserves.”

Huurbrief

In het overleg stond de Huurbrief 1995 centraal. Het beleid dat daarin staat verwoord kreeg van de diverse fracties veel kritiek te verduren. Die richtte zich met name tegen het nog steeds niet gereed zijn van een wettelijke regeling voor de relatie huurders-verhuurders, en de maximale huurstijging van 6,5% per 1 juli 1995. Ter verbetering van de wettelijke positie van huurders in hun relatie tot verhuurders had Duivesteijn daags voor het debat nog een initiatiefwetsvoorstel gepresenteerd, waarin de installatie van huurdersraden wordt geregeld. Tommel hield in het overleg vast aan zijn eigen wetsvoorstel over dit onderwerp, dat naar eigen zeggen uiterlijk op 1 januari 1996 in het Staatsblad zal worden gepubliceerd. Tot die tijd voldoen de afspraken die tussen de sociale en particuliere verhuurders (NWR, NCIV en ROZ) en de Woonbond zijn gemaakt, over een nationaal overleg huurders-verhuurders. “Daarmee is de situatie voor de huurders de facto dit jaar al verbeterd.” Een Kamermeerderheid kon zich niet vinden in deze uitleg en ging dus ook niet akkoord met de maximale huurstijging van 6,5%. Deze moet 6% bedragen, zolang de positie van de huurders ten opzichte van de verhuurders niet fundamenteel is verbeterd, aldus de Kamer.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels