nieuws

Lieben BV daagt gemeente Maastricht voor rechter

bouwbreed

De Limburgse bouwgroep Lieben Beheer BV is een juridisch gevecht met de gemeente Maastricht begonnen. Deze wordt een “onrechtmatige daad” verweten door het bedrijf vier terreinen aan de Ankerkade te hebben verkocht, die ernstig verontreinigd waren. Voor die vervuiling is de gemeente zelf verantwoordelijk. Lieben eist nu een schadevergoeding, die wel eens vele miljoenen zou ke gaan bedragen.

Op 14 maart zal de gemeenteraad van Maastricht vrijwel zeker beslissen om verweer in te stellen tegen de eis van Lieben. De raadsman van dit bedrijf, mr. H.H.B. Lamers uit Maastricht, heeft op 5 januari dit jaar al een dagvaarding uitgebracht. Die is op 19 januari door de rechtbank behandeld. Volgens mr. Lamers betrof het de eerste zitting in het kader van een bodemprocedure. Hij schat in, dat die procedure zeker wel een jaar zal gaan duren. Daarna is nog hoger beroep mogelijk, tot aan de Hoge Raad. Al met al kan de juridische strijd wel een aantal jaren in beslag gaan nemen.

Aankoop terreinen

Lieben kocht van de gemeente in de jaren zestig en zeventig de bewuste percelen grond op het bedrijfsterrein Beatrixhaven. Bij het bouwrijp maken van dit industriegebied – uitgevoerd door of in opdracht van de gemeente – is voor het ophogen grond gebruikt die vrijkwam bij het uitgraven van de Beatrixhaven.

Volgens onderzoeksinstituut Laboran International BV te Maastricht, dat op de aan Lieben behorende terreinen ernstige verontreiniging heeft vastgesteld, zou de voor ophoging toegepaste grond ernstig vervuild zijn geweest met zink en lood.

Volgens de dagvaarding gebruikt Lieben de terreinen als vestigingsplaats voor zijn kantoor, parkeerplaatsen en opslag van natuurlijke materialen en is er “gezien de aard van de verontreiniging geen causaal verband tussen de bedrijfsvoering en de geconstateerde verontreiniging”.

Waardevermindering

De vervuiling leidt volgens het bedrijf tot “waardevermindering van de onroerende zaken en tot een beperking in de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de percelen grond”.

Bovendien vreest het bedrijf op grond van de Wet Bodembescherming te worden verplicht tot onderzoek, sanering etc. welke maatregelen tot hoge kosten zullen leiden.

Omdat de gemeente wist c.q. had ke weten dat de aangebrachte grond ernstig verontreinigd was, wordt ze door Lieben aansprakelijk gesteld. Omdat de geleden en nog te lijden schade op dit moment niet is vast te stellen, vordert Lieben “een schadevergoeding, op te maken bij staat” (achteraf). De gemeente is het met de visie van het bedrijf oneens . Vandaar dat B en W de gemeenteraad voorstellen zich te verweren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels