nieuws

Is de BNA echt blij?

bouwbreed

Of BNA-directeur Dirk van der Veer met zijn lovende woorden helemaal heeft gesproken in de lijn van zijn voorzitter architect Carel Weeber mag sterk worden betwijfeld. Dirk is tevreden over de benoeming van Wytze Patijn – pertinent geen familie van de Amsterdamse burgemeester Schelto Patijn – tot rijksbouwmeester en opvolger van de huidige functionaris Kees Rijnboutt, die op zijn beurt een tijdje geleden na enig gekissebis met Carel zijn lidmaatschap van de BNA met een kil briefje opzegde. Welnu, Wytze is ook geen lid van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA) dus dat schiet lekker op.

Intussen wordt bij Frans Evers als directeur-generaal van de Rijksgebouwendienst – binnenkort gaat-ie voor een paar maanden naar Amerika om daar (onder meer) bij de Harvard University gastcolleges te geven – en bij het bureau van de rijksbouwmeester zelf reikhalzend uitgekeken naar het ophanden zijnde en baanbrekende werk over taak en functie van rijksbouwmeesters in het verleden, heden en de toekomst. Dat magnum opus moet voor 1 september 1995 zijn verschenen, want dan is pas het wisselen van de wacht (en macht) als onafhankelijk adviseur op het gebied van het rijkshuisvestingsbeleid.

Een uitgelezen gezelschap is uiteraard met voortvarendheid aan het werk getogen, onder dankbare gebruikmaking van twee series zeer aantrekkelijke boekwerkjes die van tijd tot tijd in beperkte oplage worden verspreid. Van de serie ‘Kunst bij rijksgebouwen’ zijn inmiddels negen deeltjes verschenen, die telkenmale vijf a zes kunstenaars en hun produkt uitvoerig belichten, waarmee tevens wordt bewezen dat de adviesgroep Beeldende Kunst onder het wakend oog van prof. ir. Kees Rijnboutt tot uitstekende resultaten komt.

De tweede serie is getiteld ‘Rijkshuisvesting voor morgen’ en geeft per boekje een regionale selectie van wat in zo’n regio is gepresteerd. Met een voorwoord van ir. Willem H. Klos (directeur Zuid-West van de Rijksgebouwendienst) is dezer dagen deel zes verschenen, enige maanden na het aantreden van het Kabinet Kok. Volgens deze directeur voelt zijn dienst zich uitgedaagd om op creatieve wijze te voorzien in een ‘voorbeeldige’ rijkshuisvesting die een positieve bijdrage levert aan de stedebouwkundige ontwikkeling van de gekozen locatie.

Omdat de regio Zuid-West reikt van de zuidelijke flank van de Randstad tot in het verre Zeeuws-Vlaanderen mag worden aangenomen dat de geografische positie een bijzondere is. Dat blijkt ook wel uit de geselecteerde werken. Zowel de bijdrage aan het internationale vestigingsklimaat van de main-port Rotterdam als de vernieuwing van het beschermde stadsgezicht van Middelburg werken daaraan mee.

Terecht wordt – paradoxaal – opgemerkt dat reorganisatie en inkrimping van rijksdiensten gepaard gaan met hergroepering en opnieuw lokaliseren en dat (mede) daardoor bij nieuwe huisvesting de voordelen van ruimtelijke bundeling worden benut, waardoor de terughoudende overheid zichtbaar blijft in het stadsbeeld.

Enigszins terloops wordt in deel zes opgemerkt dat de beslissing van het Kabinet Lubbers-Kok tweeduizend cellen extra te realiseren de regio Zuid-West niet onberoerd heeft gelaten. Na intensief speuren werd gekozen voor locaties als Alphen a.d. Rijn, Dordrecht, Krimpen a.d. IJssel en Zoetermeer. In de groeikern Zoetermeer krijgt burgemeester Luigi van Leeuwen een produkt van de architecten Van Meer en Putter, waarvoor op 7 maart a.s. minister Margaretha de Boer (VROM) de eerste steen zal metselen. Ondanks de dynamische titel ‘Rijkshuisvesting voor morgen’ laat de RGD niet onvermeld dat ze voor niet minder dan ruim zeshonderd monumenten verantwoordelijk is, inclusief het belastingmuseum dat vorig jaar voor bijna 2,5 miljoen gulden werd gerestaureerd om de fiscale geschiedenis – met onder meer het rijwielbelastingplaatje, het illegaal stoken van jenever en de hondepenning – meer ruimte te geven aan de Rotterdamse Parklaan.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels