nieuws

‘De politiek zal wel weer zeggen dat het meevalt’ Nooddijk houdt water niet tegen, maar geeft wel tijd

bouwbreed

“Het zand dat ik nu naar de Maas breng, is kortgeleden uit diezelfde rivier opgebaggerd.” Nuchter stuurt chauffeur Klaas Boer zijn truckmixer door het inmiddels een meter hoog staande water van het Limburgse dorpje Paaphove. Zijn truck vervoert dezer dagen uitsluitend zand. Dat levert hij af aan de brandweer, die het in ‘big bags’ stort en met een door een aannemer beschikbaar gestelde shovel naar een nooddijk in de uiterwaarden brengt.

Het is maandagmiddag, 30 januari. De inwoners van Paaphove (nabij Sittard, zo’n 300 meter van de Maas) houden de moed er nog in. Ze voelen zich gesteund door de inspanningen van Mebin Beton, de plaatselijke aannemer Leenaerts en de brandweerlieden, die uit alle hoeken van Nederland zijn gekomen om een helpende hand toe te steken. Op gezag van het hoogheemraadschap Roer en Overmaas en de gemeentebestuurders werken ze sinds vorige week woensdag gezamenlijk aan een nooddijk voor Paaphove. Eerder legden ze dijken voor Itteren en Borgharen.

De nooddijk wordt direct achter de rivierdijk aangelegd, omdat deze niet sterk genoeg is gebleken. Doel is het gehucht Paaphove te vrijwaren van een al te hoge waterstand om zo de schade zoveel mogelijk te beperken.

Lieslaarzen

De meeste inwoners zijn even nuchter als Klaas Boer. “We hebben ons goed ke voorbereiden”, zegt een bewoonster van een hoekhuis, waar het water al flink tegen de voordeur klotst, terwijl ze een blad met koffie neerzet voor de ‘dijkbouwers’. De boeren die net buiten het dorp wonen, dus dichter aan de Maas, zijn minder opgeruimd. Bij hen staat het water al meer dan een halve meter in huis. Zelf wonen ze tijdelijk ergens anders. Een paar keer per dag komen ze, onder-water-trappend op een mountainbike of gehuld in lieslaarzen, kijken hoe have en goed erbij staan. Hoofdschuddend en machteloos gebarend druipen ze weer af.

Het gesprek op het dorpsplein wordt beheerst door hoongelach over de ‘politici in Den Haag’. “In Den Haag”, zo zegt een inwoner van Paaphove, “wordt al jaren gepraat over de rivierdijken. De daden blijven uit, waardoor wij hier voor het tweede achtereenvolgende jaar met de stukken zitten. En als de Maas zich straks weer terugtrekt, is het pas echt een bende. Alles wat het afgelopen jaar is gerenoveerd, kan weer opnieuw worden aangepakt.”

Meester over Maas

Mebin-chauffeur Klaas Boer heeft die ochtend opnieuw te horen gekregen dat hij zand moet rijden naar Paaphove. Hij laadt zijn wagen bij de betoncentrale in Born en rijdt via, voor gewoon verkeer afgesloten, dorpen richting het door de Maas geteisterde gehucht. De woningen in deze dorpen hebben vooralsnog ‘alleen’ last van het stijgende kwelwater. Dat betekent een overlopend riool en een kelder vol met water. De bewoners zijn nog niet geevacueerd. Ze zijn veelal zelf in de weer met slangen en pompen in een poging meester over de Maas blijven. Het water loopt echter voor het grootste deel gewoon weer terug. Het kan immers nergens heen.

Hoe dichter bij Paaphove, hoe hoger het water. Klaas Boer rijdt met zijn truck tot hij niet verder kan en komt dan uiteindelijk bij een verhoogd pleintje. Hier staan een shovel-chauffeur en brandweerlieden te wachten op Klaas om opnieuw zo’n twintig ‘big bags’ met ieder een ton zand te vullen. De zakken, voorzien van hengsels, worden met een vorkheftruck op een ‘platte wagen’ geladen.

Buffer

Een shovel trekt deze wagen ongeveer een kilometer verder, richting de nooddijk. Zowel shovel als aanhanger staan nu ruim anderhalve meter onder water. Een weg is niet meer te onderscheiden. In feite is het een grote watervlakte. Alleen het topje van de afrastering van het weiland is te zien. De shovel-chauffeur rijdt hier tussendoor alsof hij over een rustige landweg rijdt. De ballonbanden van de shovel komen nog maar zo’n tien centimeter boven het water uit. De shovel, aan de voorkant uitgerust met een vork, laadt de zandzakken af en plaatst ze op het te stuk van de nooddijk.

Pottekijkers

“Het is bijna werken tegen beter weten in”, zo zegt brandweerman G. Ubachs van de vrijwillige brandweer van Valkenburg. “Het water staat hier al zo hoog dat ik me afvraag of het wel zin heeft. De bedoeling is dat met de nooddijk een soort tweede uiterwaarden worden gecreeerd, waarin het water kan worden opgevangen. Hierdoor ontstaat een buffer. Het gebied voor de nooddijk kan dan worden leeggepompt, waardoor de waterstand in het dorpje nog enigszins acceptabel blijft. De pompen die deze wateroverlast aanke, zijn momenteel echter schaars. Daarnaast kan het water nergens heen. Een voordeel is wel dat de bewoners wat meer tijd hebben gekregen om hun spullen in veiligheid te brengen.”

Ondertussen krijgt Klaas Boer te horen dat ‘het genoeg is voor vandaag’. Het wordt bijna donker, morgen wordt de nooddijk afgebouwd.

Terwijl de brandweer de laatste wagen zak voor zak aflaadt, rijdt een rode vrachtwagen tot vlak aan de nooddijk. Aan boord zitten leden van de Vaste Kamercommissie die zich gewapend met verrekijkers van de toestand op de hoogte laten brengen. “Ze zullen wel weer zeggen dat het meevalt”, zo reageert een van de brandweerlieden op de ‘parlementaire pottekijkers’.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels