nieuws

Levensduur hout in bouw moet vijftig jaar zijn

bouwbreed

Indien men er niet in slaagt voor toegepast hout in de bouw een levensduur van minstens vijftig jaar te garanderen, dan legt het hout het af tegen kunststof en aluminium. Dat zei ing. Kees Hobo, directeur Stichting Hertoghuizen gisteren op het houtcongres in Amsterdam.

“Vroeger, dat wil zeggen voor de oorlog en ook een aantal jaren na de oorlog, werd er veel meer met hout in de bouw gewerkt dan tegenwoordig. Beton, kunststof en aluminium hebben het gebruik van hout in de bouw goeddeels verdrongen”, aldus Hobo. “De grootste belemmeringen voor het toepassen van hout zijn de beperkte levensduur, de onderhoudsgevoeligheid van geveltimmerwerk en de gewijzigde economische, functionele en bouwfysische inzichten. Alleen met een goed milieugevoel komt men er niet, als meer hout in de bouw wordt gewenst. Nederland kent weliswaar diverse houtskeletbouwpoen, maar doorgebroken is deze bouwwijze, ondanks het milieuvriendelijke karakter ervan, nog lang niet. Ook haalt hout het niet, omdat het vaak van te slechte kwaliteit is en of verkeerd wordt toegepast, waardoor de levensduur ervan ernstig wordt bekort. Het vooroorlogse hout en zijn toepassing, blijkt het minstens vijftien jaar langer uit te houden dan het tegenwoordig toegepaste hout”, zo ging hij verder. “Als men er derhalve niet opnieuw in slaagt de levensduur van hout tot vijftig jaar op te voeren en het onderhoud te beperken, kan een ruimere toepassing van hout wel worden vergeten. De milieudiscussie geeft hout wel een voorsprong, omdat hout een gemakkelijk vervangbare grondstof is. Er zijn diverse houtskeletbouwpoen in Nederland van de grond gekomen. Dat neemt echter niet weg dat houtskeletbouw maar weinig wordt toegepast”, aldus Kees Hobo.

Bewoners

“Voorts heeft de handel te maken met bewoners. Deze kennen meestal maar twee houtsoorten en wel ‘waaibomenhout’ (naaldhout) en hardhout. Naaldhout heeft bij bewoners geen goede reputatie, daarom kiezen de meesten voor hardhout. Hardhout staat echter nog steeds in een kwaad daglicht. Het is dus zaak voor de houthandel en industrie snel in te spelen op het convenant over tropisch hout en ervoor te zorgen, dat het hardhout komt uit duurzaam beheerde bossen. Dan is er nog een andere ontwikkeling aan de orde”, zo zei Hobo. Voorheen namen de woningcorporaties meer dan 70% van de nieuwbouwproduktie voor hun rekening. In de komende jaren zal hun aandeel niet meer dan 30% bedragen. De overige verkoop is in handen van aannemers en poontwikkelaars. De houthandel en houtindustrie moeten dus hun actiegebied verleggen. Voor het onderhoud van de 2,3 miljoen woningen moeten ze zich echter tot de corporaties blijven wenden.”

Omdat er volgens hem voorts nog steeds sprake is van een aanbiedersmarkt in woningen, ziet Kees Hobo nog goede mogelijkheden voor de houten kozijnenhandel. Dat zal anders worden als naar zijn verwachting over vier jaar een vragersmarkt zal ontstaan. Dat zal een verlagend effect hebben op de huizenprijzen en de kopers zullen meer voor hun geld verlangen en eisen gaan stellen aan de kwaliteit van de woning en zijn onderdelen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels