nieuws

Kopers premiewoningen winnen hoger beroep

bouwbreed Premium

De staatssecretaris van Volkshuisvesting heeft ten onrechte de subsidie ingetrokken bij vijf kopers van premiewoningen in Goes, Terneuzen en Oostburg. Dat concludeert de Raad van State in Den Haag in een hoger beroep, dat de vijf Zeeuwen hadden ingesteld nadat zij door de rechtbank in Middelburg in het ongelijk waren gesteld.

Om te voorkomen dat de stichtingskosten zouden uitkomen boven de subsidiegrens, was gekozen voor een constructie waarbij de garages buiten de stichtingskosten van de woningen vielen.

Die constructie had bouwmaatschappij Zehamij bedacht in overleg met een aantal Zeeuwse gemeenten die constateerden dat het onder de vanaf 1 januari 1989 geldende regeling niet meer mogelijk leek om premiewoningen met garages te bouwen, een woningtype waar de markt juist om vroeg.

Instemming

De constructie hield in dat gebouwd zou worden op basis van twee afzonderlijke koop-/aannemingsovereenkomsten voor een kavel met woning en een nabijgelegen/aangrenzende kavel met garage. De kopers van de woningen waren niet verplicht om ook een garage te kopen.

Zehamij had deze methode besproken met de Zeeuwse directie volkshuisvesting (DVZ) van het ministerie van VROM.

De vijf kopers die werden geconfronteerd met intrekking van de bijdragen, stelden dat DVZ impliciet met de verkoopmethode had ingestemd. Na het horen van een aantal getuigen is de Raad van State tot de conclusie gekomen dat DVZ op de hoogte was van de voorgestelde constructie en van het doel ervan.

Toelaatbare constructie

Volgens de Raad van State heeft DVZ in contacten met Zehamij en Zeeuwse gemeenten ‘de stellige indruk gewekt’ dat de constructie toelaatbaar was op voorwaarde dat er geen koppelverkoop zou plaatsvinden. Dat dit ook niet is gebeurd, staat blijkens de uitspraak voor alle partijen vast.

Dat DVZ wellicht niet op de hoogte was van de precieze wijze waarop vorm zou worden gegeven aan de voorgestelde constructie “maakt de zaak niet anders”, aldus de Raad van State. Die stelt dat Zehamij mocht uitgaan van een zekere mate van vrij handelen zolang maar geen sprake was van koppelverkoop.

Het intrekken van de toegekende bijdragen is volgens de Raad van State in strijd met het vertrouwensbeginsel. De staatssecretaris had in deze gevallen geen gebruik mogen maken van die bevoegdheid, zo staat in de uitspraak.

Reageer op dit artikel