nieuws

Verbod stort bouw- en sloopafval uitgesteld

bouwbreed Premium

Het verbod op de stort van bouw- en sloopafval en bewerkingsrestanten daarvan wordt een maand uitgesteld. Hetzelfde geldt voor het verbod op de stort van zeefzand, straalgrit en houtafval. Het verbod zou aanvankelijk op 1 januari van het volgende jaar ingaan. Het uitstel geeft de belanghebbenden de kans zich beter voor te bereiden op de komende beperkingen. Vanaf de daadwerkelijke invoering op 1 februari 1996 geldt een overgangsperiode van drie maanden.

De voorbereidingen houden volgens ir. W. Willart van het Directoraat-Generaal Milieubeheer/directie afvalstoffen van VROM verband met de certificatie van de bedrijven die zich met het afval uit de bouw bezighouden. Naar verwacht blijft na de verschillende bewerkingen zo’n 15 tot 20 procent over van dit afval. Dat kan alleen maar worden gestort.

Sorteerbedrijf

Deze taak blijft voorbehouden aan gecertificeerde bedrijven. In het verlengde daarvan volgt ook een aanpassing van de vergunning voor de stortplaatsen. De wijziging legt de beheerders een verbod op om onder meer onbewerkt afval uit de bouw te accepteren. Mede daardoor kan bijvoorbeeld de kleinere aannemer niet meer zelf het werkafval naar de stortplaats brengen, maar moet het afleveren bij een sorteerbedrijf. De strengere eisen inzake bouw- en sloopafval moeten de markt ertoe aansporen nieuwe technieken voor de herverwerking te ontwikkelen en te studeren op nieuwe toepassingen.

Certificatie

De BRBS, de belangenbehartiger van onder meer de sloop- en sorteerbedrijven, ligt voldoende op schema met de certificatie. De inspraaktijd over het komende stortverbod bleek volgens Willart evenwel krap bemeten. Een groot aantal bedrijven is niet bij deze organisatie aangesloten maar moeten desondanks ook inbreng krijgen in de voorbereiding. De af te geven certificaten houden verband met de wijze waarop het desbetreffende bedrijf de deelstromen uit het bouw- en sloopafval beheerst. In het verlengde daarvan krijgen ook de aanbieders van bijvoorbeeld sloopafval oftewel de sloopbedrijven steeds meer te maken met certificatie. Zo wil Rijkswaterstaat op termijn alleen met gecertificeerde sloopbedrijven werken. Het ligt in de verwachting dat de Rijksgebouwendienst eveneens de waarde van dergelijke maatregelen overweegt.

De certificatie maakt de handhaving van het stortverbod volgens Willart gemakkelijker. Welbeschouwd gaat het hier om de privatisering van de handhaving. Periodiek wordt bezien of de desbetreffende bedrijven nog aan de voorwaarden voldoen. Ook de taken van de stortplaatsbeheerder worden verlicht. Hij hoeft alleen maar te letten op het vignet dat de toegelaten bedrijven voeren.

Dat maakt het nemen van steekproeven overbodig. Wie regelmatig overtredingen begaat en geen aantoonbare moeite doet de tekortkomingen te herstellen verliest het certificaat. Ook hier is net als elders fraude niet uit te sluiten. Rond de illegale stort liggen echter vele administratieve hindernissen. Daarbij zullen eenmaal toegelaten bedrijven zich niet snel laten verleiden de regels te overtreden. Voorts blijft de opdrachtgever van een sloopwerk verantwoordelijk voor het vrijgekomen materiaal tot aan het moment dat een sorteerbedrijf het in ontvangst neemt.

Illegaal

Illegale stort door particulieren treedt vooral op in gemeenten waar het plaatselijke bestuur de stortplaatsen te beperkt openstelt. Mede daardoor klaagt bijvoorbeeld Staatsbosbeheer nogal eens over illegale puinstorten op hun terreinen. Een simpele verruiming van de openingstijden kan in dergelijke gevallen volgens Willart het tij al ten goede laten keren. Wie zich bedrijfsmatig buiten de officiele inzamellocaties van bouw- en sloopafval ontdoet moet bij ontdekking rekening houden met meer dan forse boetes.

Reageer op dit artikel