nieuws

Shell en Hoechst kopen affaire met leidingen af

bouwbreed

Shell Oil, de Amerikaanse tak van de Brits/Nederlandse oliemaatschappij, en het Duitse chemieconcern Hoechst hebben een grote schadeclaim over waterleidingbuizen afgekocht. Met de betaling van $950 miljoen ( – 1,5 miljard) zien de eigenaren van zes miljoen huizen in de staten Tennessee en Alabama af van verdere aanspraken op beide ondernemingen. In de huizen, gebouwd tussen 1970 en 1980, zijn kunststof waterleidingpijpen geinstalleerd die slecht bestand waren tegen chloor. Daardoor begonnen de buizen lekken te vertonen. Shell Oil, Hoechst-dochter Celanese en de Amerikaanse chemiegigant DuPont leverden de grondstoffen voor de plastic leidingen en koppelstukken. Shell produceerde polybutyleen, een bijprodukt dat ontstaat na de raffinage van olie. Het polybutyleen werd in de buizen zelf gebruikt.

Namens de huiseigenaren spande een groot advocatenkantoor eerder dit jaar een rechtszaak aan in Tennessee. Daarbij waren alleen Shell en Hoechst de gedaagden. In Alabama was DuPont al eerder aangeklaagd. Daar bereikte de Amerikaanse maatschappij wel een akkoord voor schadevergoedingen.

Met de betaling van de $950 miljoen hebben Shell en Hoechst hun klachten in alle zuidelijke staten afgekocht. De twee partners behouden zich het recht voor om DuPont via de rechter te dwingen bij te dragen aan de schadevergoeding die nu is overeengekomen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels